Archief 745
Inventaris 745-373
Pagina 334
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (afschrift).

5 augustus 1942 (brief) en 7 augustus 1942 (kanttekening). Van: C.S. Blits, Meerhuizenstraat 17 I, Amsterdam-Zuid. Aan: Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Origineel

Getypte brief (afschrift). 5 augustus 1942 (brief) en 7 augustus 1942 (kanttekening). C.S. Blits, Meerhuizenstraat 17 I, Amsterdam-Zuid. Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. A f s c h r i f t .

No.687 L.M.1942 6/8.

Amsterdam, 5 Augustus 1942.

Geachte Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 31 Juli j.l. Afd L.M. No.687 waar bij X afwijzend op mijn verzoek door U is beslist, meen ik het belang van mijn gezin het volgende onder Uw aandacht te brengen.
Ik ben 72 jaar en volgens ingesloten attesten in mijn vorig schrijven lijdende aan een hartkwaal en verder aderverkalking en waterblaas en ook mijn vrouw is lijdende aan het hart en vallende ziekte, zoodat wij geen van beiden uren in de rij kunnen gaan staan om wat aanvulling zoo nu en dan wat aal te kunnen bemachtigen.. Tot voor enige weken werd door den Marktmeester ten behoeve van Ouden van Dagen, Invaliden en hhogstzwangere vrouwen een uitzondering gemaakt en hoogsten eenmaal per week gegelegenheid gegeven om zonder lang te staan bij groote aanvoer een kleine toewijzing in ontvangst te nemen. Niemand heeft op de Albert Cuypmarkt dit als een bevoordeeling gevoedd, integendeel.
Nu worden wij door den Marktmeester achtergesteld en krijgen tot antwoord, dat de Wethouder tegen aan andere verdeeling bezwaar maakt, dat komt mij hoogst ongeloovig voor geachte Heeer Wethouder, dat U zoodanige beslissing heeft genomen en vermeen, ik, dat U juist zult medewerker aan een goede en onderlinge verdeeling van de levensmiddelen moet geschieden.
Nus is het zoo, dat wij oudjes nooit aan de beurt komen, geld om iemand in de rij voor aal te zetten, zooals de Joden doen, heb ik niet.
Nochmaals doe ik een ernstig beroep op U om ons soort menschen spoedig te helpen.

Hoogachtend,
w.g. C.S.Blits.

Meerhuizenstraat 17 I,
Amsterdam-Zuid.

De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch-en Schoonmaak, Bad-en Zwem-
inrichtingen stelt deze in handen van
den Heer Directeur van het Marktwezen
om advies.

A'dam, 7 Augustus 1942 * Toon en taalgebruik: De brief is geschreven in een dringende, licht verwijtende toon. De auteur is wanhopig vanwege zijn medische situatie en die van zijn vrouw. Opvallend zijn de diverse typefouten (zoals "hhogstzwangere", "Heeer", "gevoedd", "Nus") die mogelijk duiden op gejaagdheid of de leeftijd van de schrijver.
* Sociale context: De brief schetst een scherp beeld van de overlevingsstrijd tijdens de bezetting. Het "in de rij staan" voor voedsel was een dagelijkse, uitputtende bezigheid. De auteur klaagt over het intrekken van een eerdere uitzonderingspositie voor kwetsbare groepen.
* Antisemitisme: Een saillant en pijnlijk detail is de opmerking over "de Joden" die mensen zouden betalen om voor hen in de rij te staan. Dit illustreert de maatschappelijke spanningen en vooroordelen die onder de bevolking leefden, zelfs in tijden van algemene schaarste, en hoe minderheden als zondebok werden gebruikt voor de eigen armoede.
* Bureaucratie: De reactie onderaan de brief laat de ambtelijke molen zien: de Wethouder vraagt advies aan de Directeur van het Marktwezen, wat suggereert dat er niet direct een oplossing kwam. Dit document stamt uit augustus 1942, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland steeds grimmiger werd. De schaarste aan levensmiddelen nam toe en het distributiesysteem werd strenger gecontroleerd. De genoemde "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam was in deze periode onderdeel van het college dat onder toezicht van de bezetter functioneerde.

De Albert Cuypmarkt was destijds, net als nu, een centraal punt voor de voedselvoorziening in Amsterdam-Zuid. In 1942 was de deportatie van Joodse Amsterdammers reeds in volle gang, wat de opmerking van de schrijver over Joodse burgers in een historisch wrang daglicht stelt; zij werden op dat moment immers al op grote schaal uitgesloten van het openbare leven en gedeporteerd. De brief toont aan hoe de 'gewone' burger probeerde te navigeren tussen gebrek, ziekte en de starre regels van het lokale bestuur.

Samenvatting

  • Toon en taalgebruik: De brief is geschreven in een dringende, licht verwijtende toon. De auteur is wanhopig vanwege zijn medische situatie en die van zijn vrouw. Opvallend zijn de diverse typefouten (zoals "hhogstzwangere", "Heeer", "gevoedd", "Nus") die mogelijk duiden op gejaagdheid of de leeftijd van de schrijver.
  • Sociale context: De brief schetst een scherp beeld van de overlevingsstrijd tijdens de bezetting. Het "in de rij staan" voor voedsel was een dagelijkse, uitputtende bezigheid. De auteur klaagt over het intrekken van een eerdere uitzonderingspositie voor kwetsbare groepen.
  • Antisemitisme: Een saillant en pijnlijk detail is de opmerking over "de Joden" die mensen zouden betalen om voor hen in de rij te staan. Dit illustreert de maatschappelijke spanningen en vooroordelen die onder de bevolking leefden, zelfs in tijden van algemene schaarste, en hoe minderheden als zondebok werden gebruikt voor de eigen armoede.
  • Bureaucratie: De reactie onderaan de brief laat de ambtelijke molen zien: de Wethouder vraagt advies aan de Directeur van het Marktwezen, wat suggereert dat er niet direct een oplossing kwam.

Historische Context

Dit document stamt uit augustus 1942, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland steeds grimmiger werd. De schaarste aan levensmiddelen nam toe en het distributiesysteem werd strenger gecontroleerd. De genoemde "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam was in deze periode onderdeel van het college dat onder toezicht van de bezetter functioneerde.

De Albert Cuypmarkt was destijds, net als nu, een centraal punt voor de voedselvoorziening in Amsterdam-Zuid. In 1942 was de deportatie van Joodse Amsterdammers reeds in volle gang, wat de opmerking van de schrijver over Joodse burgers in een historisch wrang daglicht stelt; zij werden op dat moment immers al op grote schaal uitgesloten van het openbare leven en gedeporteerd. De brief toont aan hoe de 'gewone' burger probeerde te navigeren tussen gebrek, ziekte en de starre regels van het lokale bestuur.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

Andries Agsteribbe Waterlooplein linnen
A. Agsteribbe Waterlooplein lingerie
A. Agsteribbe-Bilder-beek Waterlooplein lappen
A.J.G. Bakker Waterlooplein id.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Uilenburg huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen
A.Berelouw Waterlooplein huish.artikelen
A. Besselon Waterlooplein lederwaren
A. Beuclon Waterlooplein lederwaren
Aaron Blaaser Uilenburg geliquideerd
A. Blanes Waterlooplein kousen en sokken
A. Blans Waterlooplein kousen en sokken
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
Abraham Canes Waterlooplein kousen en sokken
A. Copenhagen Waterlooplein textiel
A. Cosman Waterlooplein kousen en sokken
A. David Waterlooplein manufacturen
A. David Waterlooplein manufacturen
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
A. de Vries Waterlooplein textiel
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Drubber Waterlooplein kousen en sokken
A. Drukker Waterlooplein kousen en sokken
Alle 100 kooplieden →