Ambtelijke brief/memorandum (minuut of doorslag).
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum (minuut of doorslag). [Links boven:]
onderwerp:
marktplaats B.
Baumstein.
[Midden boven:]
20/21/7
[Rechts boven:]
W. C. M.
[Hoofdtekst:]
Onder verwijzing naar het met
Uw kantbrief d.d. 10 Sept. j.l. om advies ontvangen
stuk no. 26/11 L. 17. 1942 heb ik de eer U te berich-
ten, dat B. Baumstein, jood van Hongaarsche natio-
naliteit, thans verblijvende in een Rijkswerkkamp
te Gijsselte (Hoogeveen), dezerzijds op 26 Aug. j.l. is
medegedeeld, dat hij zich ter verkrijging van een
vaste plaats op een der markten alhier, kan laten
inschrijven op het hoofdkantoor van mijn dienst.
[Kantlijn links:]
Ter [handen van de]
Burgemeester
[Vervolg tekst:]
Op adressant namelijk zijn, blijkens een mededeeling
van den "Beauftragte für die Stadt Amsterdam"
d.d. 18 Mei j.l. (no. 77/6 A L. 17. 1942), de bepa-
lingen ten aanzien van de joodsche straathandelaren
niet van toepassing, aangezien Baumstein joodsch
onderdaan is van een bevriende natie. Van de op-
heffing van deze uitzonderingsbepaling, welke volgens de
laatste alinea van bovengenoemden brief van den Be-
auftragte in de bedoeling ligt, is tot nutoe geen * De Casus: De brief betreft B. Baumstein, een joodse man met de Hongaarse nationaliteit. Hij wil een vaste marktplaats in Amsterdam. De bureaucratische absurditeit is hier pijnlijk zichtbaar: terwijl hij probeert zijn handelsrechten te behouden, bevindt hij zich al in een "Rijkswerkkamp" in Gijsselte (nabij Hoogeveen).
* Juridische status: De kern van het document draait om de uitzonderingspositie van joden uit "bevriende naties" (zoals Hongarije, destijds een bondgenoot van nazi-Duitsland). Volgens een eerdere instructie van de Beauftragte (de Duitse toezichthouder voor Amsterdam) golden bepaalde anti-joodse handelsbeperkingen op dat moment nog niet voor deze groep.
* Omslagpunt: De brief merkt op dat er wel een voornemen is ("in de bedoeling ligt") om deze uitzondering in te trekken, maar dat de officiële bevestiging hiervan nog ontbreekt. Dit typeert de geleidelijke, maar onverbiddelijke uitsluiting van joden uit het openbare leven, waarbij zelfs diplomatieke status uiteindelijk geen bescherming meer bood.
* Bestemming: De kantlijnnotitie "Ter [handen van de] Burgemeester" duidt erop dat dit advies bedoeld was voor het hoogste gemeentelijke niveau, waarschijnlijk ter besluitvorming over de vergunningverlening. Dit document stamt uit september 1942, een kritieke fase in de jodenvervolging in Nederland. De grootschalige deportaties waren in de zomer van dat jaar begonnen. "Rijkswerkkampen" zoals Gijsselte werden in deze periode gebruikt om joodse mannen te concentreren onder het voorwendsel van tewerkstelling, om hen kort daarna (vaak in oktober 1942) door te voeren naar kamp Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen. Het document illustreert de kille doorwerking van de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie terwijl de Holocaust zich in volle gang voltrok.