Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 17 december 1942. Ph. v.d. Berge, Balistraat 83, Amsterdam (Oost). Vele mijner klanten zijn bejaarde menschen welke zich vooral in
deze moeilijke tijd geheel op mij verlaten en ongaarne naar een ander
zullen gaan waar zij waarschijnlijk toch op het tweede plan zouden komen.
ik bedien mijn wijk met paard en wagen en ben
zoodoende voor het naloopen van een wijk meer ingericht dan
voor een marktstandplaats, met paard en wagen rijd ik
ongeveer al 14 jaar en ik hoop daar mee door te kunnen
gaan, ook al krijgen wij nog zoo’n winter als verleden
jaar toen wij alle sneeuw en ijs ten spijt toch de
klanten bleven bedienen.
Mocht U hieromtrent of over mij persoonlijk
inlichtingen wenschen dan kunt U deze waarschijnlijk
krijgen bij den heer J. A. Maassen, grossier, bij wien ik
al reeds ongeveer 15 jaar gewend ben mijn groenten en
fruit te koopen.
Uw geëerd antwoord gaarne tegemoet ziende verblijf ik
Hoogachtend
Ph. v. d. Berge
[Linksonder:]
Ph. v. d. Berge
Balistraat 83. !!!
Amsterdam. (Oost.)
[Rechtsonder, ambtelijke notitie:]
bedrijfschef
s.v.p. hieromtrent
onderzoek doen instellen
en indien een en ander op
waarheid berust naar Adm.
Dagmarkten om man weer als
marktkoopman af te boeken. Kan dan
vaste klanten blijven bedienen. HD
17-12-42 De brief is geschreven door een Amsterdamse groenteboer, Ph. v.d. Berge, die een klemmend beroep doet op de autoriteiten om zijn werkzaamheden in zijn wijk te mogen voortzetten. Hij voert drie hoofdarkumenten aan:
1. Sociale functie: Hij bedient met name oudere mensen die op hem rekenen.
2. Logistiek: Hij werkt al 14 jaar met paard en wagen, wat hem geschikter maakt voor wijkverkoop ("het naloopen van een wijk") dan voor een vaste marktstandplaats.
3. Betrouwbaarheid: Hij verwijst naar zijn jarenlange relatie (15 jaar) met zijn grossier, J.A. Maassen, als referentie.
Onderaan de brief staat een ambtelijke instructie (waarschijnlijk van de Dienst voor de Marktwezen of een gelieerde instantie). De bedrijfschef geeft opdracht tot een onderzoek. Als de feiten kloppen, moet de man administratief weer als "marktkoopman" (of wijkverkoper) worden genoteerd zodat de continuïteit van de voedselvoorziening voor zijn vaste klanten gewaarborgd blijft. Het document is gedateerd op 17 december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De "moeilijke tijd" waar de schrijver aan refereert, slaat op de oorlogsomstandigheden, schaarste en distributiemaatregelen.
In deze periode was de brandstof voor gemotoriseerd vervoer uiterst schaars, waardoor het gebruik van paard en wagen (zoals de schrijver benadrukt) essentieel was voor de lokale voedselvoorziening. De opmerking over de winter van het "verleden jaar" verwijst naar de extreem strenge winter van 1941-1942.
De Balistraat in de Indische Buurt van Amsterdam-Oost was een volkswijk waar de sociale structuur en de lokale leverancier een cruciale rol speelden in het overleven van kwetsbare groepen, zoals de door hem genoemde "bejaarde menschen". De brief toont de bureaucratische realiteit van die tijd: zelfs voor een gevestigde wijkverkoper was officiële toestemming nodig om zijn beroep uit te mogen oefenen.