Officiële bekendmaking (Openbare Kennisgeving) van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële bekendmaking (Openbare Kennisgeving) van de Gemeente Amsterdam. No. 55 O P E N B A R E K E N N I S G E V I N G
Aanwijzing tijdelijke Hulpmarkten.
De Burgemeester van Amsterdam brengt ter openbare kennis, dat hij heeft besloten:
A. met ingang van 1 Januari 1943 voor den tijd van ten hoogste één jaar aan te wijzen:
1o. als tijdelijke hulpmarkt van de algemeene dagmarkt:
I. uitsluitend voor den Zaterdag, de Noordermarkt, onder bepaling dat het hoofdgedeelte van deze markt, behalve door de Noorderkerk, begrensd zal worden door de lijnen, getrokken in de verlengden van den Noordelijken en den Westelijken gevel dier kerk, door de lijnen getrokken in het verlengde van den rand van het verhoogde voetpad aan de Noordzijde van de Westerstraat en door den rand (aan de marktzijde) van de klinkerbestrating van den openbaren weg langs de Prinsengracht; het overige gedeelte van het marktterrein der Noordermarkt wordt gevormd door een langs de Prinsengracht, ter hoogte van die markt gelegen strook, breed 3 meter, gemeten uit den wal;
II. uitsluitend voor den Zaterdag de Ten Katestraat van de Bellamystraat tot de Jan Hanzenstraat;
III. de Hasebroekstraat van de Ten Katestraat tot de Nicolaas Beetsstraat en de Nicolaas Beetsstraat van de Hasebroekstraat tot de Klinkerstraat, met dien verstande, dat aldaar geen versche visch ter markt zal mogen worden gebracht;
IV. uitsluitend voor den Zaterdag het Mosplein en wel het geheele straatgedeelte, Oostelijk van het in het midden van het Mosplein gelegen plantsoen met inbegrip van de beide voetpaden gelegen tusschen den Noordelijken en Zuidelijken rijweg van het Mosveld;
V. uitsluitend voor den Zaterdag de Sumatrastraat tusschen de Bankastraat en den Insulindeweg, onder bepaling, dat aldaar uitsluitend levensmiddelen en bloemen ter markt mogen worden gebracht;
VI. uitsluitend voor den Zaterdag de Jan Evertsenstraat van de Admiralengracht tot het Mercatorplein, onder bepaling, dat aldaar uitsluitend levensmiddelen en bloemen ter markt mogen worden gebracht;
VII. de Ten Katestraat van de Bellamystraat tot de Jan Hanzenstraat van des Maandags tot en met des Vrijdags, met dien verstande, dat op deze dagen aldaar uitsluitend versche visch ter markt zal mogen worden gebracht;
VIII. den speeltuin op het Waterlooplein, den speeltuin aan de Joubertstraat en den speeltuin aan de Gaaspstraat met dien verstande:
a. dat op laatstgenoemde drie markten uitsluitend mogen worden uitgestald en verkocht, levensmiddelen, textielwaren, galanteriewaren en fournituren benevens scheerzeep, mesjes, brillantine, boodschappen- en damestasschen, alsmede kachels;
b. dat op de laatstgenoemde drie markten uitsluitend Joodsche marktkooplieden een plaats kunnen innemen en aldaar uitsluitend Joodsche bezoekers worden toegelaten;
2o. als tijdelijke hulpmarkten van de algemene dagmarkt voor den verkoop van visch, groente, fruit en bloemen:
IX. de Jan Evertsenstraat, het Mosplein en het Stadionplein;
X. als tijdelijke hulpmarkt van de algemeene dagmarkt, uitsluitend voor levensmiddelen, het verhoogde middentrottoir in de Beethovenstraat, tusschen Brahmsstraat en Euterpestraat;
XI. als tijdelijke hulpmarkt voor den verkoop van groente en nader aan te wijzen levensmiddelen, uitsluitend voor Joodsche verkoopers, Joodsche koopers en Joodsche bezoekers, het zandterrein aan het Minervaplein, begrensd door de Rubensstraat en de Minervalaan;
XII. als tijdelijke hulpmarkt van de Boom- en Bloemenmarkt den Singel (Zuidzijde tusschen de Wijde Heisteeg en het Muntplein, en wel op Dinsdag, Donderdag en Zaterdag;
XIII. als tijdelijke hulpmarkt van de Centrale Markt, uitsluitend voor den aanvoer van aardappelen, het openbare gemeentewater aan den Amstel, tegenover de perceelen Weesperzijde 110-136; Dit document is een administratief besluit van de (tijdens de bezetting aangestelde) burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte. Het bevat een gedetailleerde opsomming van locaties in de stad die als "tijdelijke hulpmarkt" worden aangewezen.
Wat opvalt is de extreme precisie waarmee grenzen worden getrokken (bijv. bij de Noordermarkt en de Beethovenstraat). Dit wijst op een strakke regulering van de openbare ruimte. Het meest significante onderdeel van dit document bevindt zich echter in de punten VIIIb en XI. Hier wordt expliciet de segregatie van de Amsterdamse bevolking vastgelegd: bepaalde markten (Waterlooplein, Joubertstraat, Gaaspstraat en Minervaplein) worden exclusief aangewezen voor "Joodsche verkoopers" en "Joodsche bezoekers". Dit was een direct instrument van de Duitse bezetter om Joden uit het openbare leven te weren en hen te isoleren in specifieke wijken (de zogenaamde Judenviertel). Dit document stamt uit december 1942, een dieptepunt in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen waren op dat moment al in volle gang.
De instelling van speciale "Jodenmarkten" (zoals hier verordonneerd voor o.a. het Waterlooplein en het Minervaplein) was onderdeel van een reeks anti-Joodse maatregelen. Vanaf september 1941 mochten Joden al niet meer naar reguliere markten. De locaties die in dit document worden genoemd, liggen in de gebieden waar de bezetter Joden had gedwongen te gaan wonen: de oude Jodenbuurt (Waterlooplein), de Transvaalbuurt (Joubertstraat/Gaaspstraat) en Amsterdam-Zuid (Minervaplein).
De genoemde "Euterpestraat" in punt X is historisch beladen; hier was het hoofdkwartier van de Sicherheitspolizei en de SD gevestigd (tegenwoordig de Gerrit van der Veenstraat). Het document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie werd ingezet om de uitsluiting en vervolging van een specifieke bevolkingsgroep logistiek vorm te geven.