Ambtelijke brief / doorslag van een verzonden brief.
Origineel
Ambtelijke brief / doorslag van een verzonden brief. 6 februari 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Publieke Werken of de Marktdienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). Inspecteur
VD/HG. Verzonden 9/2
21/2/2 M.
1
6 Februari 1942.
Klacht bewoners Reguliersgracht over brandstoffenvaartuigen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 6 Januari jl. om advies ontvangen stuk No.105 L.M.1942 heb ik de eer U te berichten, dat de Reguliersgracht (Westzijde) sedert 1 Juli 1941 niet meer is aangewezen als brandstoffenmarkt (vide Besluit van den Regeeringscommissaris d.d. 4 Juli 1941 No.553 L.M.1941). De firma Schuurman neemt thans met haar schepen ligplaats in aan de Lijnbaansgracht, doch in verband met de doorvaarthoogte van de brug over de Reguliersgracht moest Schuurman enkele weken geleden eenige geladen schuiten, in de Reguliersgracht laten liggen, welke schepen inmiddels zijn ingevroren. Ik heb Schuurman opdracht doen geven de betreffende schepen te doen verhalen, zoodra het einde van de vorstperiode zal zijn gekomen.
Ik geef U beleefd in overweging hiermede de onderhavige aangelegenheid als afgedaan te beschouwen.
De Directeur, Deze brief betreft de afhandeling van een klacht van buurtbewoners over overlast door brandstoffenschepen in de Reguliersgracht in Amsterdam. Uit de tekst blijkt dat de Reguliersgracht sinds juli 1941 officieel geen "brandstoffenmarkt" meer was, maar dat de Firma Schuurman door logistieke problemen (de doorvaarthoogte van een brug) gedwongen was schepen daar tijdelijk achter te laten.
De situatie werd bemoeilijkt door de weersomstandigheden: de schepen zijn "ingevroren", waardoor ze op dat moment niet verplaatst konden worden. De directeur stelt de wethouder gerust dat de schepen verplaatst zullen worden ("verhalen") zodra het ijs gesmolten is, en adviseert het dossier hiermee te sluiten. Het document dateert uit februari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Enkele historische contextpunten zijn van belang:
- Bestuur onder bezetting: Er wordt verwezen naar een besluit van de "Regeeringscommissaris". Dit duidt op de herstructurering van het lokaal bestuur door de bezetter, waarbij burgemeesters en wethouders onder toezicht stonden van een door de Duitsers aangestelde commissaris (in Amsterdam was dit destijds de pro-Duitse burgemeester Edward Voûte, die fungeerde als regeringscommissaris).
- Brandstoffenschaarste: Tijdens de oorlog was brandstof (zoals kolen en turf) strikt gerantsoeneerd. De distributie hiervan was een cruciale taak van de "Wethouder voor de Levensmiddelen". De aanwezigheid van brandstoffenschepen in de grachten was essentieel voor de bevoorrading van de stad, maar veroorzaakte blijkbaar ook frictie met bewoners.
- De winter van 1942: De winter van 1941-1942 was een van de strengste winters van de 20e eeuw in Nederland. Het feit dat de schepen in de brief als "ingevroren" worden beschreven, strookt met de historische weersgegevens van die periode. De kou zorgde voor grote logistieke problemen in de door ijs gestremde grachten en havens.