Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 11
Dossier 83
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijk schrijven / Adviesrapport (doorslag op doorslagpapier).

29 december 1941. Van: De Hoofdcommissaris van Politie te Amsterdam (A. van IJsendijk) en de Directeur Publieke Werken (Heemskerk van Beest).

Origineel

Ambtelijk schrijven / Adviesrapport (doorslag op doorslagpapier). 29 december 1941. De Hoofdcommissaris van Politie te Amsterdam (A. van IJsendijk) en de Directeur Publieke Werken (Heemskerk van Beest). -2-

Tegen het plaatsen van een handkar op de in het Politierapport omschreven plaats, welke op de dezerzijds bijgevoegde situatieteekening mede is aangegeven, bestaat bij mij geen bezwaar.
Voor het hebben van het huisje en de kar is precario verschuldigd, waarvan het bedrag en de datum van ingang nader zullen worden opgegeven.

De Directeur P.W.
b.a.de Stadsingenieur,
w.g.Heemskerk van Beest.


Doss.U.1.c.
Lr.S.No.16313/16314.

Adressant L.van Vliet, kolenhandelaar, wonende Hoogeweg 10, alhier, vraagt vergunning om op den openbaren weg, den strook grond gelegen tusschen walkant en boomenrij van de Nieuwe Achtergracht, tegenover de perceelen Nieuwe Achtergracht 160-162, een walhuisje (kantoortje) van de afmetingen 1.20 x 1.20 m., alsmede een handkar te mogen plaatsen.
Alhoewel ik in beginsel van meening ben, dat ten aanzien van walhuisjes, als zijnde permanente verkeersobstakels, het toepassen van een uitsterfsysteem wenschelijk is en dat dus hieraan geen uitbreiding dient te worden gegeven, meen ik toch, dat in dit geval een uitzondering mag worden gemaakt. Het gedeelte van de Nieuwe Achtergracht in het onderhavige geval bedoeld, vormt namelijk een doodloopenden weg en is dus practisch aan het verkeer onttrokken. Het walhuisje is bovendien van geringe afmetingen.
In dit geval meen ik derhalve uit ~~het~~ politieoogpunt tegen de inwilliging van het verzoek geen bezwaar te moeten maken, mits het walhuisje te rekenen vanaf de Roeterstraat, achter den boom, staande tegenover de perceelen 160-162 wordt geplaatst en wel zoodanig, dat het niet buiten de boomenrij uitsteekt.
Tegen het aldaar, van 5 uur des namiddags tot 8 uur des voormiddags, alsmede op Zon- en feestdagen eveneens tusschen walkant en boomenrij plaatsen van een handkar heb ik geen bedenkingen, onder voorwaarde, dat de kar, te rekenen vanaf de Roeterstraat, achter het walhuisje wordt geplaatst, zoo dicht mogelijk bij en evenwijdig aan den walkant en indien zij niet in gebruik is, met ketting en slot wordt afgesloten.

Amsterdam, 29 December 1941.
de Hoofdcommissaris enz.
van Politie,

w.g. ~~onleesbaar~~. A. van IJsendijk. * Beleidsvoering: Het document illustreert het Amsterdamse beleid ten aanzien van 'walhuisjes' (kleine houten kantoortjes of bergplaatsen op de kade). De gemeente hanteerde een "uitsterfsysteem": bestaande huisjes mochten blijven, maar nieuwe werden in principe niet toegestaan om de openbare weg vrij te houden.
* Uitzonderingsgrond: De vergunning wordt hier toch verleend omdat de specifieke locatie aan de Nieuwe Achtergracht een doodlopende weg betrof, waardoor er geen hinder voor het doorgaande verkeer werd voorzien.
* Juridisch/Financieel: Er wordt verwezen naar 'precario' (precariobelasting), een vergoeding die aan de gemeente betaald moet worden voor het gebruik van openbare grond.
* Veiligheid: De politie stelt strikte voorwaarden aan de handkar: deze moet buiten werktijden (en op zondagen) vastgelegd worden met een ketting en slot. * Tijdsbeeld: Hoewel de datum (december 1941) midden in de Duitse bezetting valt, is dit een document van puur civiel-administratieve aard. Het dagelijks stadsbeheer ging onder de bezetting door.
* Sociaal-economisch: L. van Vliet was een kolenhandelaar. In de winter van 1941 was de brandstofvoorziening cruciaal, wat mogelijk heeft bijgedragen aan de bereidwilligheid van de gemeente om deze ondernemer te faciliteren.
* Topografie: De locatie (Nieuwe Achtergracht bij de Roeterstraat) bevindt zich in de Amsterdamse Plantagebuurt, nabij het huidige universiteitscomplex (Roeterseiland). De genoemde perceelnummers 160-162 refereren aan de bebouwing direct tegenover de kade.

Samenvatting

  • Beleidsvoering: Het document illustreert het Amsterdamse beleid ten aanzien van 'walhuisjes' (kleine houten kantoortjes of bergplaatsen op de kade). De gemeente hanteerde een "uitsterfsysteem": bestaande huisjes mochten blijven, maar nieuwe werden in principe niet toegestaan om de openbare weg vrij te houden.
  • Uitzonderingsgrond: De vergunning wordt hier toch verleend omdat de specifieke locatie aan de Nieuwe Achtergracht een doodlopende weg betrof, waardoor er geen hinder voor het doorgaande verkeer werd voorzien.
  • Juridisch/Financieel: Er wordt verwezen naar 'precario' (precariobelasting), een vergoeding die aan de gemeente betaald moet worden voor het gebruik van openbare grond.
  • Veiligheid: De politie stelt strikte voorwaarden aan de handkar: deze moet buiten werktijden (en op zondagen) vastgelegd worden met een ketting en slot.

Historische Context

  • Tijdsbeeld: Hoewel de datum (december 1941) midden in de Duitse bezetting valt, is dit een document van puur civiel-administratieve aard. Het dagelijks stadsbeheer ging onder de bezetting door.
  • Sociaal-economisch: L. van Vliet was een kolenhandelaar. In de winter van 1941 was de brandstofvoorziening cruciaal, wat mogelijk heeft bijgedragen aan de bereidwilligheid van de gemeente om deze ondernemer te faciliteren.
  • Topografie: De locatie (Nieuwe Achtergracht bij de Roeterstraat) bevindt zich in de Amsterdamse Plantagebuurt, nabij het huidige universiteitscomplex (Roeterseiland). De genoemde perceelnummers 160-162 refereren aan de bebouwing direct tegenover de kade.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6