Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 17
Dossier 107
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven ambtelijke kanttekeningen.

10 maart 1942. Van: J. Koning, wonende aan de Prinsengracht tegenover (t/o) 1013, Amsterdam.

Origineel

Getypte brief met handgeschreven ambtelijke kanttekeningen. 10 maart 1942. J. Koning, wonende aan de Prinsengracht tegenover (t/o) 1013, Amsterdam. [Getypte tekst]

Nº 21 / 5 / 1 M. 1942 10/3

Ondergeteekende, J. Koning, Prinsengracht t/o 1013,
ligplaats innemende met een lichter, genaamd "De Hoop", groot 124 ton, aan
de brandstoffenmarkt, voor het kalenderjaar 1942, verklaart dat bovengenoemd
vaartuig op 14 Februari 1942 is gezonken. De lichter werd door hem voor
afbraak verkocht aan schipper Heyer, Jacob Catskade. Hij verzoekt ontheffing
van de betaling van marktgeld vanaf bovengenoemden datum.

A'dam 10-3-1942.
Hoogachtend,
[Handtekening] J Koning

[Handgeschreven tekst onderaan]

Koning heeft verzocht het marktgeld á 124.- in 4 termijnen
te mogen betalen; hij heeft één termijn á 31.- betaald.
Omgerekend tegen maand- en weektarief zou hij voor 1 Jan -
14 Febr 1942 moeten betalen 1 x 124 x 10 ct. = f 12.40
2 x 124 x 2 1/2 ct. = f 6.20 18.60.
De lichter kon door het ijs echter niet van de brandstoffen-
markt worden gesleept en Koning zou dus verschuldigd zijn:
3 x 124 x 10 = 37.20 en derhalve nog f 6.20 moeten bijbetalen.
Door het zinken van zijn lichter, waarop hij tevens woonde, is
hij zonder middelen van bestaan gekomen en heeft steun
moeten vragen. m.i. besluit laten nemen waarbij hem ontheffing Dit document betreft een verzoek tot kwijtschelding van liggeld (marktgeld) door een binnenschipper in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:

  • Het incident: De lichter "De Hoop" (124 ton) is op 14 februari 1942 gezonken op de brandstoffenmarkt. Het wrak is verkocht voor de sloop.
  • De financiële situatie: Het jaarlijkse marktgeld bedroeg 124 gulden. Koning betaalde in termijnen en had reeds de eerste termijn van 31 gulden voldaan.
  • De ambtelijke berekening: Een ambtenaar heeft berekend dat de werkelijke kosten tot aan het zinken (januari en twee weken februari) 18,60 gulden bedroegen. Echter, omdat de lichter door ijsgang niet direct kon worden weggesleept, rekent de ambtenaar door tot 3 maanden (37,20 gulden), wat zou betekenen dat Koning nog 6,20 gulden moest bijbetalen bovenop zijn reeds betaalde 31 gulden.
  • Humanitaire factor: De ambtenaar merkt op dat Koning niet alleen zijn schip, maar ook zijn woning is kwijtgeraakt. Hij heeft inmiddels geen inkomsten meer en heeft een bijstandsuitkering ("steun") moeten aanvragen. Op basis hiervan adviseert de ambtenaar waarschijnlijk tot ontheffing van verdere betalingen. * Tijdsbeeld: Het document dateert uit maart 1942, midden in de Duitse bezetting. De bureaucratie bleef echter grotendeels functioneren volgens de geldende gemeentelijke regels.
  • De winter van 1941-1942: De opmerking over het ijs is historisch accuraat; Nederland beleefde in die periode een van de strengste winters van de 20e eeuw, waardoor de scheepvaart in de grachten en havens wekenlang volledig stil kwam te liggen.
  • Woonschepen: Voor veel kleine schippers was de lichter niet alleen hun bedrijfsmiddel maar ook hun enige woning. Het verlies van het schip betekende dus directe dakloosheid en armoede, wat verklaart waarom Koning "steun" (sociale bijstand) moest aanvragen.
  • Brandstoffenmarkt: Dit was een specifieke locatie in Amsterdam (vaak aan de Westergasfabriek of de kades van de Prinsengracht/Singelgracht) waar kolen en turf werden verhandeld en overgeladen.

Samenvatting

Dit document betreft een verzoek tot kwijtschelding van liggeld (marktgeld) door een binnenschipper in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:

  • Het incident: De lichter "De Hoop" (124 ton) is op 14 februari 1942 gezonken op de brandstoffenmarkt. Het wrak is verkocht voor de sloop.
  • De financiële situatie: Het jaarlijkse marktgeld bedroeg 124 gulden. Koning betaalde in termijnen en had reeds de eerste termijn van 31 gulden voldaan.
  • De ambtelijke berekening: Een ambtenaar heeft berekend dat de werkelijke kosten tot aan het zinken (januari en twee weken februari) 18,60 gulden bedroegen. Echter, omdat de lichter door ijsgang niet direct kon worden weggesleept, rekent de ambtenaar door tot 3 maanden (37,20 gulden), wat zou betekenen dat Koning nog 6,20 gulden moest bijbetalen bovenop zijn reeds betaalde 31 gulden.
  • Humanitaire factor: De ambtenaar merkt op dat Koning niet alleen zijn schip, maar ook zijn woning is kwijtgeraakt. Hij heeft inmiddels geen inkomsten meer en heeft een bijstandsuitkering ("steun") moeten aanvragen. Op basis hiervan adviseert de ambtenaar waarschijnlijk tot ontheffing van verdere betalingen.

Historische Context

  • Tijdsbeeld: Het document dateert uit maart 1942, midden in de Duitse bezetting. De bureaucratie bleef echter grotendeels functioneren volgens de geldende gemeentelijke regels.
  • De winter van 1941-1942: De opmerking over het ijs is historisch accuraat; Nederland beleefde in die periode een van de strengste winters van de 20e eeuw, waardoor de scheepvaart in de grachten en havens wekenlang volledig stil kwam te liggen.
  • Woonschepen: Voor veel kleine schippers was de lichter niet alleen hun bedrijfsmiddel maar ook hun enige woning. Het verlies van het schip betekende dus directe dakloosheid en armoede, wat verklaart waarom Koning "steun" (sociale bijstand) moest aanvragen.
  • Brandstoffenmarkt: Dit was een specifieke locatie in Amsterdam (vaak aan de Westergasfabriek of de kades van de Prinsengracht/Singelgracht) waar kolen en turf werden verhandeld en overgeladen.

Gerelateerde Documenten 6