Ambtelijk advies of memo betreffende financiële restitutie en kwijtschelding.
Origineel
Ambtelijk advies of memo betreffende financiële restitutie en kwijtschelding. 20 maart 1942 (onderaan genoteerd als 20/3 '42). = f 6.20, is tezamen f 18.60, zoodat hem over het eerste
kwartaal een restitutie kan worden verleend tot een bedrag
van f 12.40 (f 31.- - f 18.60). Voor de resteerende maanden
waar hem kwijtschelding te verleenen, tot een bedrag van f 93.-
(drie termijnen ad f 31.-).
Ik geef UEd daarom beleefd in overweging of
u wilt bevorderen, dat aan hem ~~voornoemd~~ (op grond van billijkheid bij besluit van
den Burgemeester) tot een bedrag van f 12.40 restitutie van markt-
geld wordt verleend, zulks overeenkomstig ~~art. 36~~ het bepaalde in art. 36 van de Verorde-
ning op de heffing ~~van markt-staandgeld- en be-gelden~~ van marktgeld en kwijtschelding van marktgeld tot een
bedrag ad f 93.-, zulks krachtens art. 10 der ~~de betreffende~~
~~betreffende~~ genoemde Verordening.
GD [paraaf]
JH 20/3 '42 Het document is een ambtelijke voordracht waarin wordt geadviseerd om een specifieke persoon (wiens naam niet in dit fragment staat, maar naar wie verwezen wordt met 'hem') financieel tegemoet te komen. Er is sprake van een berekening waarbij over het eerste kwartaal een restitutie (teruggave) van 12,40 gulden wordt voorgesteld. Daarnaast wordt geadviseerd om voor de resterende drie termijnen van het jaar een volledige kwijtschelding van het marktgeld te verlenen, wat neerkomt op 93 gulden.
De tekst bevat diverse doorstalingen en correcties, wat duidt op een concepttekst of een nauwkeurige administratieve afhandeling waarbij de juiste juridische artikelen (artikel 36 en artikel 10 van de betreffende verordening) worden aangehaald. De beslissing wordt gebaseerd op "billijkheid" door de burgemeester. De datum van 20 maart 1942 plaatst dit document midden in de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was de economische situatie precair en werden lokale belastingen, zoals marktgeld (het geld dat marktkooplieden betaalden voor hun standplaats), strikt gereguleerd.
Dat er sprake is van kwijtschelding op grond van "billijkheid" suggereert dat de betreffende persoon mogelijk door omstandigheden (wellicht gerelateerd aan de oorlog of persoonlijke financiële nood) niet in staat was te betalen of zijn handel niet kon uitoefenen. De formele toon ("Ik geef UEd daarom beleefd in overweging") is typerend voor de ambtelijke correspondentie tussen een ambtenaar en het college van Burgemeester en Wethouders (of in dit geval, de burgemeester als eenhoofdig gezag onder de toenmalige regelingen).