Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. [Linksboven, gestempeld/geschreven:] № 21/16/4 M. 1042 29/6
[Rechtsboven, handgeschreven:] Maarthu [?] m. Dir H. Müller
No.55/10 L.M.1942 Restitutie en kwijtschelding
van marktgelden.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag 5 Juni 1942.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch-
en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit
genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het
Marktwezen, d.d. 15 Mei 1942, No.21/16/2 M; en het advies van den
Wethouder voor de Financiën van 26 Mei 1942 No.533/82.7 Fin.1942;
Gelet op art.10 van de Verordening op de heffing van markt-,
standplaats- en ventgelden;
B e s l u i t :
aan J.C. van der Haak, Egelantiersgracht 74 op gronden van billijk-
heid:
a. restitutie van marktgeld te verleenen tot een bedrag groot ƒ 2.15; [onderstreept in rood]
b. kwijtschelding van marktgeld te verleenen tot een bedrag groot
ƒ 21.50.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen
Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen
(3 stuks) en Financiën (2 stuks).
Ol. Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [stempel] Dit document is een officieel administratief besluit van de gemeente Amsterdam. Het betreft een individuele financiële regeling voor een burger, J.C. van der Haak, wonende in de Jordaan (Egelantiersgracht 74). De kern van het besluit is het teruggeven (restitutie) en kwijtschelden van marktgeld.
Opvallend is dat de beslissing is genomen op basis van "billijkheid", wat impliceert dat er een specifieke, mogelijk schrijnende situatie was waardoor een strikte toepassing van de marktverordening als onrechtvaardig werd gezien. De bedragen (ƒ 2.15 en ƒ 21.50) lijken naar moderne maatstaven klein, maar vertegenwoordigden in 1942 een wezenlijk bedrag voor een marktkramer. De betrokkenheid van diverse afdelingen (Levensmiddelen, Financiën) toont de bureaucratische zorgvuldigheid van het toenmalige gemeentebestuur aan. Het document dateert van juni 1942, een cruciale periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de ambtelijke molens van de stad Amsterdam bleven draaien zoals voor de oorlog, vond dit besluit plaats onder het zogeheten "Burgemeestersregime". In deze periode waren de democratische organen (zoals de gemeenteraad) buitenspel gezet en lag de beslissingsbevoegdheid bij de burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte).
Voor marktkooplieden was de bezettingstijd buitengewoon zwaar door schaarste, distributiebonnen en de uitsluiting van Joodse kooplieden. De Egelantiersgracht ligt in een volksbuurt waar veel kleine zelfstandigen en marktkooplieden woonden. Een kwijtschelding als deze kan wijzen op persoonlijke armoede of onmogelijkheid om de handel uit te oefenen door de oorlogsomstandigheden. Het document is een klein maar sprekend voorbeeld van hoe het dagelijks leven en de lokale administratie doorgingen te midden van de grotere wereldbrand.