Handgeschreven ambtelijke notitie of dossierkaart.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of dossierkaart. 1940 - 1942. Inspecteur,
P. de Jong, geb. 14-10-’02,
pl. 25 Bloemenmarkt,
onderstand S.Z. : 16/8 ’40 - 5/9 ’40,
werkverruiming : 5/9 ’40 - 26/2 ’42,
daarna naar Deutschland,
vermoedelijk op aanwijzing
van den directeur van het
gemeentelijk Arbeidsbureau.
De Vries
Smit 27/10 ’42
Aldus
afdoen
en opbergen
Con. 2
13-11-’42
[Linksonder, blauw potlood:]
...
11/11 ’42
[Rechtsonder, diagonaal geschreven:]
Per 9/11-’42
uit weg
9/11-’42
H. Dekker (?)
ter kennisneming
en uitvoering
J. 9/11 ’42 Dit document is een administratieve vastlegging van de arbeidsstatus van een individu, P. de Jong, tijdens de eerste jaren van de Duitse bezetting van Nederland. De notitie volgt zijn traject van werkloosheidssteun (S.Z.) naar werkverschaffingsprojecten (werkverruiming), om uiteindelijk te eindigen met zijn vertrek naar Duitsland in februari 1942.
Opmerkelijk is de zinsnede "vermoedelijk op aanwijzing van den directeur van het gemeentelijk Arbeidsbureau". Dit duidt op de actieve rol van de Nederlandse bureaucratie bij het uitzenden van arbeiders naar Duitsland, nog voordat de grootschalige gedwongen tewerkstelling (Arbeitseinsatz) volledig van kracht werd. De verschillende handtekeningen en data onderaan tonen de administratieve afhandeling en archivering van deze informatie in oktober en november 1942. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden Nederlandse mannen op grote schaal ingezet voor de Duitse oorlogseconomie. Aanvankelijk gebeurde dit via 'vrijwillige' werving, vaak onder druk van het stopzetten van de werkloosheidsuitkering. Het "Gemeentelijk Arbeidsbureau" speelde hierin een cruciale, uitvoerende rol.
"Werkverruiming" was een vooroorlogse term voor werkverschaffingsprojecten voor werklozen, die tijdens de bezetting vaak werden gebruikt als een reservoir voor de tewerkstelling in Duitsland. De datum van vertrek (februari 1942) valt in de periode dat de druk op werklozen om in Duitsland te gaan werken sterk toenam, vlak voordat de verplichte Arbeitseinsatz formeel werd ingevoerd voor alle mannen in bepaalde leeftijdscategorieën. Dit document is een direct bewijs van hoe de individuele levensloop van burgers werd beïnvloed en geregistreerd door het bezettingsapparaat en de lokale autoriteiten. H. Dekker P. de Jong