Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 144
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

8 oktober 1942. Van: M. J. van der Hoek (bloemenkoopman). Dossier: 22/7/5

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 8 oktober 1942. M. J. van der Hoek (bloemenkoopman). [Stempel/kenmerk linksboven:] Nº 22/7/5 M. 1942 9/10
[Rechtsboven handgeschreven nummer:] 137

Amsterdam 8 Oktober 1942.

Wel Ed’ Heer,

De 2e Bloemenstandplaats hebbende op den Singel vanaf Muntplein, is er naast mij sinds eenige jaren 4 mtr plaats vrij. Op deze plaats heeft vroeger een zekere de Jong gestaan, doch is zeker 3 of 4 jaar niet meer op de markt geweest. Door welwillendheid van den Marktmeester is mij sinds dien tijd 2 mtr van genoemde standplaats los toegewezen.

Langs deze weg ben ik nu zoo vrij U te verzoeken mij gen’ [genoemde] 4 mtr plaats ook definitief toe te staan, zoodat ik inplaats van 8 mtr voortaan over 12 mtr plaats zal mogen beschikken.

Hopende dat U gunstig over dit verzoek zult willen beschikken teeken ik

Hoogachtend
M J v/d Hoek.

[Marginale notitie rechts:]
Marktambtenaar
rapport
12-10-42
[Handtekening/paraf, mogelijk 'Delbar']

P S.
Van deze gelegenheid wil ik nog gaarne gebruik maken U den dank over te brengen van al den Singelkooplieden, voor Uw medewerking voor het verkregen recht alle werkdagen te mogen uitstallen.

MJvH. In deze brief verzoekt bloemenhandelaar M.J. van der Hoek om een uitbreiding van zijn vaste standplaats op de Amsterdamse Bloemenmarkt (Singel). De kernpunten zijn:

  1. Vrijgekomen ruimte: Er is een plek van 4 meter breed naast hem vrijgekomen nadat een zekere 'de Jong' al jaren niet meer op de markt is verschenen.
  2. Huidige situatie: Van der Hoek heeft van de marktmeester al informeel toestemming gekregen om 2 meter van die vrije ruimte te gebruiken. Hij beschikt nu over 8 meter.
  3. Het verzoek: Hij vraagt om de volledige 4 meter definitief toegewezen te krijgen, zodat zijn totale standplaats 12 meter breed wordt.
  4. Dankbetuiging: In het postscriptum bedankt hij de instanties namens alle kooplieden op de Singel voor het feit dat zij hun waren nu op alle werkdagen mogen uitstallen. Dit duidt op een recente versoepeling of wijziging in de marktverordening.

De brief is zakelijk en beleefd opgesteld, passend bij de formele verhoudingen tussen burger en overheid in die tijd. Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een puur economische/administratieve kwestie betreft (de indeling van de markt), is de context van de bezettingstijd van belang:

  • Regulering: De handel in Amsterdam stond onder streng toezicht van zowel de gemeente als de bezetter. Standplaatsvergunningen waren cruciaal voor het levensonderhoud.
  • Locatie: De Singel, nabij het Muntplein, is de historische locatie van de Amsterdamse Bloemenmarkt. Dat deze handel in 1942 nog volop doorging, getuigt van de continuïteit van het dagelijks leven ondanks de oorlog.
  • De 'verdwenen' koopman: De vermelding dat een zekere 'de Jong' al 3 of 4 jaar niet meer op de markt is geweest, kan simpelweg een bedrijfsbeëindiging betekenen, maar in de context van 1942 roepen afwezige kooplieden soms ook vragen op over de impact van de anti-Joodse maatregelen (hoewel de naam De Jong zeer algemeen is).
  • Recht op uitstallen: De dank voor het mogen uitstallen op "alle werkdagen" suggereert dat er voordien beperkingen waren (bijvoorbeeld alleen op bepaalde marktdagen), en dat de kooplieden nu meer ruimte kregen om hun nering te drijven. S. Marktwezen

Samenvatting

In deze brief verzoekt bloemenhandelaar M.J. van der Hoek om een uitbreiding van zijn vaste standplaats op de Amsterdamse Bloemenmarkt (Singel). De kernpunten zijn:

  1. Vrijgekomen ruimte: Er is een plek van 4 meter breed naast hem vrijgekomen nadat een zekere 'de Jong' al jaren niet meer op de markt is verschenen.
  2. Huidige situatie: Van der Hoek heeft van de marktmeester al informeel toestemming gekregen om 2 meter van die vrije ruimte te gebruiken. Hij beschikt nu over 8 meter.
  3. Het verzoek: Hij vraagt om de volledige 4 meter definitief toegewezen te krijgen, zodat zijn totale standplaats 12 meter breed wordt.
  4. Dankbetuiging: In het postscriptum bedankt hij de instanties namens alle kooplieden op de Singel voor het feit dat zij hun waren nu op alle werkdagen mogen uitstallen. Dit duidt op een recente versoepeling of wijziging in de marktverordening.

De brief is zakelijk en beleefd opgesteld, passend bij de formele verhoudingen tussen burger en overheid in die tijd.

Historische Context

Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een puur economische/administratieve kwestie betreft (de indeling van de markt), is de context van de bezettingstijd van belang:

  • Regulering: De handel in Amsterdam stond onder streng toezicht van zowel de gemeente als de bezetter. Standplaatsvergunningen waren cruciaal voor het levensonderhoud.
  • Locatie: De Singel, nabij het Muntplein, is de historische locatie van de Amsterdamse Bloemenmarkt. Dat deze handel in 1942 nog volop doorging, getuigt van de continuïteit van het dagelijks leven ondanks de oorlog.
  • De 'verdwenen' koopman: De vermelding dat een zekere 'de Jong' al 3 of 4 jaar niet meer op de markt is geweest, kan simpelweg een bedrijfsbeëindiging betekenen, maar in de context van 1942 roepen afwezige kooplieden soms ook vragen op over de impact van de anti-Joodse maatregelen (hoewel de naam De Jong zeer algemeen is).
  • Recht op uitstallen: De dank voor het mogen uitstallen op "alle werkdagen" suggereert dat er voordien beperkingen waren (bijvoorbeeld alleen op bepaalde marktdagen), en dat de kooplieden nu meer ruimte kregen om hun nering te drijven.

Genoemde Personen 1

S.

Locaties

Bloemenmarkt

Producten

Kruidenier (Droog): Bloem Kruidenier (Droog): Meel Tuin & Plant: Bloemen Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6