Administratieve notitiekart (mogelijk van een marktmeester of inspectiedienst).
Origineel
Administratieve notitiekart (mogelijk van een marktmeester of inspectiedienst). 8 januari 1942 (met latere aantekeningen tot 14-1-'42). Burger van Hillegersbergl. 66 II
5/- Staat op de A. Cuypstraat met groenten als personeel
van Vrienden G. J. Overwater Boerenwetering 56
doet dit al ± 8 weken. Burger is voordien
slagersknecht geweest. Hem gezegd zijn baas
hier op kamer bij te voegen met de teelt-
vergunning.
L op 12-1-'42
v. markt verwijderd
14-1-'42 Amsterdam 8 Jan. 1942
de heer Steenhuis
Teeltvergunning
is groot . . . . . . .
Tuin groot volgens Dirkgreve 1.36 H.A.
[doorgehaald: 1.36 1.74 ??]
[Rode tekst/aantekening:]
Insp. Burger mag geen 2521 (2620 m²) glasplaats bezetten Dit document is een rapportage over een overtreding of onregelmatigheid betreffende de handel in groenten tijdens de Duitse bezetting.
- De situatie: Een man genaamd Burger, wonend aan de Hillegersbergstraat, werkt als groenteverkoper op de Albert Cuypmarkt. Hij claimt personeel te zijn van G.J. Overwater. Hiervoor was hij slagersknecht, wat suggereert dat hij mogelijk probeert te ontkomen aan werkloosheid of gedwongen tewerkstelling door in de voedselvoorziening te gaan werken.
- De controle: Er is onduidelijkheid over zijn status en de benodigde "teeltvergunning" van zijn baas. Hij krijgt de opdracht zijn werkgever naar de instantie ("hier op kamer") te laten komen om de papieren te tonen.
- De sanctie: Op 12 januari 1942 is hij van de markt verwijderd.
- De glasplaats: De latere toevoegingen (deels in rood) gaan over de omvang van een tuin of kwekerij. Er wordt geconstateerd dat Burger geen recht heeft op het bezetten van een aanzienlijke oppervlakte aan "glas" (kassen), specifiek 2620 m². Dit duidt op een strikte handhaving van de distributiewetten en teeltregelingen in oorlogstijd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland streng gereguleerd door de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd. Iedereen die groenten teelde of verkocht, had specifieke vergunningen nodig om zwarte handel te voorkomen en de distributie te beheersen.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een centraal punt voor de Amsterdamse voedselvoorziening en stond onder streng toezicht. De genoemde "glasplaats" verwijst naar de glastuinbouw; in deze periode was het essentieel dat elke vierkante meter grond officieel geregistreerd stond voor de productie van toegewezen gewassen. Het "verwijderen van de markt" was een veelvoorkomende straf voor handelaren die hun papieren niet op orde hadden. De vermelding van Dirkgreve wijst waarschijnlijk naar een ambtenaar van de Crisis-Controle-Dienst (CCD) of een lokale inspectie-afdeling. Burger (betrokkene) G. J. Overwater (werkgever) Dirkgreve (waarschijnlijk een ambtenaar/controleur) de heer Steenhuis.