Brief / Verzoekschrift.
Origineel
Brief / Verzoekschrift. 23 maart 1942. J. Ch. Roader, Kinkerstraat 122 I, Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. Amsterdam, 23 Maart 1942.
Den Heer Directeur vh.
Marktwesen.
Amsterdam.
WelEd. Heer,
Ondergetekende Roader. J. Ch.
No [blanco] standplaats Albert Cuypstraat verzoekt
U met deze beleefd om hem toe te staan voor de
verkoop een assistent toe te staan en wel
J. Taphoorn V. Borgerstraat 6 I.
U bij voorbaat beleefd dankend,
Hoogachtend,
UEd. dw. dn.
[Signatuur] JChRoader
Kinkerstraat 122 I
[In potlood toegevoegd:]
geb 1 Apr '15 Het document is een formeel, handgeschreven verzoekschrift gericht aan de gemeentelijke instantie die de markten in Amsterdam beheerde (het Marktwezen). De schrijver, J. Ch. Roader, die een standplaats op de Albert Cuypmarkt exploiteert, verzoekt om toestemming om een specifieke assistent (J. Taphoorn) aan te nemen voor de verkoop.
Het handschrift is een verzorgd cursief schrift, kenmerkend voor het midden van de 20e eeuw. Er is sprake van een lichte grammaticale redundantie in de zin ("om hem toe te staan... een assistent toe te staan"), wat vaker voorkwam bij burgers die probeerden een zo officieel mogelijke toon aan te slaan.
Onderaan het document is in potlood een aantekening gemaakt met een geboortedatum ("geb 1 Apr '15"). Dit is waarschijnlijk een administratieve toevoeging door een ambtenaar van het Marktwezen om de identiteit van de aanvrager te verifiëren in de bevolkingsregisters. De brief dateert uit maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de regelgeving rondom markten en handel zeer strikt. Verkopers hadden voor bijna elke wijziging in hun bedrijfsvoering, inclusief het personeel, officiële goedkeuring nodig van de gemeente.
De Albert Cuypmarkt was (en is) de belangrijkste dagmarkt van Amsterdam. De Kinkerstraat en de Borgerstraat, waar respectievelijk de aanvrager en de beoogde assistent woonden, bevinden zich in Amsterdam-West.
Hoewel de brief zelf neutraal van aard is, valt de datum (1942) in een periode waarin de bezetter en het gemeentebestuur de bewegingsvrijheid van met name Joodse marktkooplieden steeds verder inperkten. Gezien de namen Roader en Taphoorn en de administratieve afhandeling, lijkt dit een reguliere correspondentie van een niet-Joodse ondernemer die de bureaucratische weg bewandelt om zijn nering voort te kunnen zetten.