Ambtelijk advies / Dienstbrief.
Origineel
Ambtelijk advies / Dienstbrief. 4 mei 1940. Onbekend (vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder). Den Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. Advies op No 2514/1-W/2.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
In verband met bijgaand schrijven van den heer M.H. Wuller, pl. 126 O.C., bericht ik U het volgende:
Vanaf 29 Dec. ’39 is Wuller vrijgesteld wegens het genieten van steun.
Volgens diens zoon, die evenals zijn vader als markt-koopman in 2e handsch boeken handelt, zal Wuller waarschijnlijk nimmer meer zijn marktplaats gaan innemen, omdat, behalve zijn algemeene lichaamszwakte, zijn voorraad boeken vrijwel geheel is uitverkocht en aanvulling door hem onmogelijk is.
Niettegenstaande dus naar alle waarschijnlijkheid hij nooit meer zijn marktplaats zal gaan innemen, schijnt hij er toch prijs op te stellen deze te behouden.
In den aard der zaak leiden langdurige vrijstellingen tot desorganisatie der markt. Een behoorlijke opbouw, vooral in den zomer noodzakelijk, kan niet plaats vinden, terwijl bij eventueelen terugkeer van den vrijgestelde, de koopman, die zoolang een dergelijke plaats heeft bezet en daarop vaak een bestaan heeft opgebouwd, verdwijnen moet.
Mijn advies kan nu niet anders luiden dan om den heer Wuller diens plaats te ontnemen.
Amst. 4 Mei ’40
[Handtekening, onleesbaar] Het document is een zakelijk en vrij streng advies van een ambtenaar aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de zaak is de marktvergunning van de heer M.H. Wuller. Wuller is een koopman in tweedehands boeken die sinds eind 1939 niet meer op de markt is verschenen omdat hij een bijstandsuitkering (“steun”) ontvangt.
De schrijver voert drie argumenten aan om de vergunning in te trekken:
1. Fysieke gesteldheid: Wuller is lichamelijk te zwak om het werk nog te doen.
2. Bedrijfsvoering: Hij heeft geen voorraad meer en geen middelen om nieuwe boeken in te kopen.
3. Marktorganisatie: Het onbezet houden van plaatsen (of het werken met tijdelijke vervangers) verstoort de structuur van de markt. De schrijver vindt het onrechtvaardig dat een actieve koopman die een plek warmhoudt, het veld moet ruimen zodra een 'vrijgestelde' (zoals Wuller) besluit terug te keren.
Opvallend is de nuchtere, bijna kille toon waarop wordt geadviseerd om iemand die al in de problemen zit (steun trekkend en ziekelijk) zijn officiële marktplaats te ontnemen. De datum van het document, 4 mei 1940, is historisch zeer significant. Het is exact zes dagen voor de Duitse inval in Nederland. Terwijl dit ambtelijke proces over een marktplaats op het Waterlooplein of de O.Z. Achterburgwal (waarschijnlijk de betekenis van "O.C.") doorliep, stond het dagelijks leven in Nederland op het punt drastisch te veranderen.
De naam Wuller kwam in die tijd voor onder de Joodse bevolking van Amsterdam, die sterk vertegenwoordigd was in de handel in tweedehands boeken en op de markten in het centrum. De term "steun" verwijst naar de werklozenzorg tijdens de crisisjaren. Voor marktkooplieden was het recht op een vaste standplaats hun belangrijkste bezit; het feit dat Wuller deze wilde behouden ondanks zijn ziekte, wijst erop dat hij hoopte op een terugkeer of het behoud van zijn status als zelfstandige. Dit advies markeert het einde van zijn professionele loopbaan, vlak voordat de oorlog de Amsterdamse markten definitief zou ontregelen. M.H. Wuller O.Z. Achterburgwal Marktwezen