Handgeschreven klachtenbrief.
Origineel
Handgeschreven klachtenbrief. 4 juli 1942. Onbekend (handtekening ontbreekt op deze pagina). Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam West. [Stempel/Kenmerk bovenin:] № 25/17/4 M. 1942 7/7
[Rechtsboven:]
Amsterdam 4-7-42
Aan den Weledel Heer Directeur v h Marktwezen
Kantoor Jan van Galenstraat Amsterdam W
Geachte Heer Directeur
Deze is dienende het volgende onder uwen aandacht te
brengen; Zondag voormiddag 28 Juni toen ik op de aal
markt in de Albert cuypstraat in de rij stond verzekerde
ons een agent van Politie dat er voor honderd Menszen
aal was; toen de verkoper 56 Personen ieder 2 pond
aal had verkocht was de verkoper uitverkocht
Ik stond in de 16 de rij van ieder 5 Personen en toen de
aal uitverkocht was had ik nog 24 personen voor mijn
staan waar voor geen aal meer was, ik vraag mij af
waar is de rest gebleven? Op Woensdag 1 Juli voormiddag
vis koper Seijmonsbergen 12 personen aal verkocht
x 2 pond en was toen ook uitverkocht. daar op moest
ik een boodschap en liet ik mijn vrouw in mijn plaats
staan, toen ik terug kwam en door de eerste v d
Helsstraat bij de Gwaleinstraat liep zag ik Seijmos-
bergen met zijn kar in de Gwalinstraat staan
bezig aal te leveren voor perceel № 120 een
Vollendammer jongen met een bak of iets stond
er bij te kijken, ik begaf mij daar op naar de
Albert cuypstraat en deelde mijn bevinding mede
aan den Markt meester welke mij antwoordde dat
hij hier wel wat anders te doen had daar op ben ik
weer in de rij gaan staan en zag den Chef Marktmeester
welke ik mijn bevinding mededeelde waar op deze... [einde pagina] In deze brief beklaagt een burger zich bij de Directeur van het Marktwezen over onregelmatigheden bij de verkoop van aal (paling) op de Albert Cuypmarkt. De kern van de klacht is tweeledig:
- Vermoeden van achterhouden van voorraad: Op zondag 28 juni 1942 stelt de schrijver vast dat de aal veel sneller op is dan op basis van de mededelingen van de politie verwacht mocht worden. Volgens de berekening van de schrijver is er aal voor tientallen personen 'verdwenen'.
- Onderhandse verkoop (Zwarte handel): Op woensdag 1 juli ziet de schrijver de visboer (Seijmonsbergen) aal afleveren bij een specifiek pand (Quellijnstraat 120), terwijl de man op de markt kort daarvoor beweerde uitverkocht te zijn.
De reactie van de aanwezige marktmeester ("dat hij wel wat anders te doen had") getuigt van desinteresse of mogelijke medeplichtigheid, wat de schrijver ertoe aanzet om de klacht hogerop bij de Chef Marktmeester en uiteindelijk schriftelijk bij de directeur in te dienen. Dit document stamt uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Voedselvoorziening was in deze periode een kritiek punt; schaarste was aan de orde van de dag en veel producten waren alleen op de bon of tegen zeer hoge prijzen op de zwarte markt verkrijgbaar.
Vis (en specifiek aal) was een gewild product omdat het vaak buiten het strikte bonnensysteem viel of een welkome aanvulling was op het karige rantsoen. De brief illustreert de grote sociale spanningen in de wachtrijen: het wantrouwen tegenover verkopers die 'onder de toonbank' leverden aan gegoede burgers of kennissen, en de frustratie over de corruptie of onverschilligheid van ambtenaren (marktmeesters) die toezicht moesten houden op een eerlijke verdeling. De locaties (Albert Cuypstraat, Van der Helststraat, Quellijnstraat) plaatsen het voorval in het hart van de Amsterdamse Pijp. Marktwezen Politie