Handgeschreven brief (verzoekschrift/navraag)
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/navraag) 14 juni 1942 J. Ruijsenberg, Quellijnstraat 134 I, Amsterdam-Zuid Waarschijnlijk het Bureau Marktwezen of de Gemeente Amsterdam (geadresseerd als "M.", mogelijk Magistraat of de afdelingschef) Nº. 25/24/1 M. 1942 12/6
Amsterdam 14/6. '42.
M.
nw. [onleesbaar]
Gaarne zou ik mij beleefd eens tot U willen wenden voor eenige inlichtingen.
In Maart 1941. richtte ik mij tot U voor de verstrekking van een voorkeurskaart aan, doch kreeg van U een afwijzende beschikking daar ik nog geen een en twintig jaar was.
Inmiddels heb ik deze leeftijd bereikt en heb nu van U een voorkeurskaart en vaste standplaatskaart gekregen.
Beleefd wilde ik nu eenige inlichtingen van U ontvangen omtrent ondervolgend geval.
Mij is de standplaats aangewezen in de Alb. Cuijpstraat bij de v. Woustraat. Tegenover mij staat eveneens een standplaatshouder van bloemen, die een vaste betrekking heeft en zijn zoon van zeventien jaar voor hem den handel laat verkoopen, zoodat voor mij de vragen rijzen:
1º Waarom het mogelijk is dat iemand die 17 jaar is wel op een markt mag staan en ik die bijna 21 jaar was geen voorkeurskaart kon ontvangen.
2º Of het wel juist is dat twee bloemenhandelaren tegenover elkaar staan, waardoor beiden een minder goed bestaan hebben!
Hopende U hiermee niet al te veel overlast aan te doen, met deze vragen teeken ik, U bij voorbaat mijn hartelijken dank betuigend, hoogachtend
J. Ruijsenberg.
Quellijnstraat 134 I
Amsterdam. Z
25 De briefschrijver, J. Ruijsenberg, uit zijn ongenoegen over wat hij ziet als een onrechtvaardige toepassing van de marktregels door de gemeente Amsterdam in juni 1942.
- Leeftijdsgrens: Ruijsenberg was in 1941 afgewezen voor een voorkeurskaart omdat hij nog geen 21 was (toentertijd de leeftijd van meerderjarigheid). Nu hij 21 is, heeft hij wel een plek gekregen.
- Concurrentie en Handhaving: Hij merkt op dat recht tegenover hem een andere bloemenstal staat die bemand wordt door een 17-jarige jongen. Ruijsenberg stelt twee kritische vragen:
- Een juridische/administratieve vraag: Hoe kan het dat een 17-jarige wel op de markt mag staan, terwijl hijzelf op zijn 20e werd geweigerd?
- Een economische vraag: Waarom plaatst de marktmeester twee directe concurrenten (bloemenhandelaren) recht tegenover elkaar? Hij voert aan dat dit de broodwinning van beide partijen schaadt ("een minder goed bestaan hebben").
- Toon: De brief is opgesteld in een zeer beleefde, formele stijl die gebruikelijk was voor correspondentie met de overheid in die tijd. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1942 was de schaarste groot en de regelgeving op de markten streng. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad.
Het document biedt een inkijkje in het dagelijks leven van kleine zelfstandigen in oorlogstijd. Hoewel de oorlog op de achtergrond woedt, blijven de normale burgerlijke beslommeringen — zoals bureaucratie, vergunningen en concurrentie — een bron van zorg. De vermelding van een "vaste betrekking" van de buurman suggereert dat Ruijsenberg het oneerlijk vindt dat iemand die al een inkomen heeft, ook nog een marktplaats bezet houdt (via zijn minderjarige zoon), terwijl Ruijsenberg zelf afhankelijk is van deze handel voor zijn bestaan.