Handgeschreven ambtelijke notitie/memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/memo. Met het rapport van Hr. v. Moerkerken, kan ik mij
geheel vereenigen.
De enkele vrouwen, die met visch op de
Alb. Cuijpstraat zelfstandig een plaats innemen
hebben dit altijd gedaan. Het reglement op de
markten laat dit toe. Bovendien staan ook
vrouwen met andere artikelen op de markten.
Indien het innemen van plaatsen door vrouwen
met visch verboden zou worden, zou
dit consequent ook voor het innemen
van plaatsen met andere artikelen moeten
geschieden. M.i. deze zaak als afgedaan
te beschouwen.
7-9-40
[Handtekening: de Haan]
Opbergen 15/3 '42
[Paraaf]
Zo. 2. Dit document is een intern advies binnen het Amsterdamse marktwezen. De auteur (waarschijnlijk P. de Haan, destijds een hoge ambtenaar bij de Dienst der Marktwezen) reageert op een rapport van een inspecteur of collega, de heer Van Moerkerken.
De kern van het schrijven is een verdediging van de status quo betreffende vrouwelijke marktkooplieden. Er was blijkbaar discussie ontstaan over de vraag of vrouwen wel zelfstandig een plek mochten innemen voor de verkoop van vis op de Albert Cuypstraat. De auteur voert drie argumenten aan om dit te blijven toestaan:
1. Traditie: Het is een langdurige praktijk ("hebben dit altijd gedaan").
2. Regelgeving: Het geldende marktreglement biedt er de ruimte voor.
3. Consistentie: Als men vrouwen de visverkoop zou verbieden, zou men logischerwijs ook de verkoop van alle andere artikelen door vrouwen moeten verbieden, wat onwenselijk wordt geacht.
De tekst eindigt met de conclusie dat de zaak hiermee afgedaan is. De latere aantekening "Opbergen 15/3 '42" geeft aan dat het dossier anderhalf jaar later definitief gearchiveerd werd. Het document is geschreven in september 1940, kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze fase probeerde de Nederlandse bureaucreatie aanvankelijk nog zo veel mogelijk op de oude voet door te werken. De Albert Cuypmarkt was toen al de belangrijkste markt van Amsterdam.
Hoewel de notitie op zichzelf een puur markt-technische en sociaal-economische kwestie lijkt (de positie van de vrouw op de arbeidsmarkt), is de datering interessant. De jaren 1940-1942 waren voor de Amsterdamse markten een periode van grote verandering en toenemende restricties, ook vanwege de anti-Joodse maatregelen die de bezetter invoerde. Dit document laat zien hoe de reguliere ambtelijke molen over vergunningen en reglementen ondertussen door bleef draaien. De handtekening "de Haan" verwijst zeer waarschijnlijk naar de toenmalige directeur van het Marktwezen.