Ambtelijk schrijven/adviesnota betreffende een marktplaatsvergunning.
Origineel
Ambtelijk schrijven/adviesnota betreffende een marktplaatsvergunning. Oorspronkelijk opgesteld op 12 oktober 1942, met administratieve afhandeling tot 3 november 1942. (Rechterzijde - het oorspronkelijke advies)
Den Heer Inspecteur
v.h. Marktwezen
Alhier
De Groot heeft t/m 20 Oct '41
geregeld dagelijks zijn markt-
plaats bezet met de verkoop
van granen.
Daarop is hij plotseling verdwe-
nen, doch heeft nog gedurende enkele
wintermaanden, waarin steun
werd genoten, geregeld ter marktplaats
voldaan.
Welke bron van inkomsten de Groot
thans heeft, is mij onbekend.
De Groot heeft mismaakte voeten
en loopt ongelukkig.
Uit een oogpunt van marktorde
is het hoogst ongewenscht om op een
goed marktgedeelte langdurig ruimte
vrij van marktwezen te houden.
Daarom adviseer ik of ruimte ver-
leenen, doch lichten uit het goede
marktgedeelte, of de plaats in te
trekken. (Zie rapp. bij beroep dezer
plaatsgeving).
Amersf. 12 Oct '42
[w.g. E. Janssen?]
(Linkerzijde - administratieve besluitvorming)
[Doorgehaalde tekst bovenaan]
Heeft t/m Oct. 42
geen plaats meer
op markt ingenomen
M.i. plaats intrekken
30-10-42
[Handtekening/paraaf]
M.i. intrekken
[Paraaf]
2/11 '42
afgevoerd p 2/11 '42
opbergen d 3/11 '42
[Stempel:]
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
[w.g. de Ruiter] Het document is een interne ambtelijke correspondentie over het beheer van de marktplaatsen in Amersfoort. De kern van de zaak is de vergunning van een zekere heer De Groot, die tot oktober 1941 granen verkocht op de markt. Hoewel hij na die datum fysiek niet meer aanwezig was, bleef hij gedurende de winter de standplaats betalen terwijl hij een uitkering ("steun") ontving.
De rapporteur merkt op dat De Groot "mismaakte voeten" heeft en "ongelukkig loopt", wat mogelijk een reden was voor zijn afwezigheid of een beroep op bijstand. Vanuit een beleid van "marktorde" wordt het echter onwenselijk geacht dat een commercieel aantrekkelijke plek onbezet blijft. Er wordt geadviseerd de vergunning in te trekken of hem naar een minder centrale plek te verplaatsen. De kanttekeningen op de linkerzijde tonen aan dat dit advies is opgevolgd: op 2 november 1942 is besloten de plaats in te trekken, waarna het dossier op 3 november is gearchiveerd. Dit document stamt uit de herfst van 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en een strikte regulering van de handel. De overheid en gemeenten streefden naar een zo efficiënt mogelijke inrichting van de openbare ruimte en marktwezen.
De term "steun" verwijst naar de destijds geldende werklozenzorg. Het document illustreert de zakelijke en soms harde bureaucratische afhandeling van individuele gevallen: de fysieke beperking van De Groot wordt weliswaar geconstateerd, maar het economisch belang van een "goede marktorde" weegt uiteindelijk zwaarder dan het aanhouden van zijn vaste plek. De bureaucratische discipline blijkt ook uit de nauwgezette datering van elke stap in het proces. De heer De Groot (marktkoopman) de Inspecteur van het Marktwezen een rapporteur (waarschijnlijk E. Janssen) en een controlerend ambtenaar (mogelijk de Ruiter). Marktwezen