Handgeschreven memo of ambtelijke notitie op papier.
Origineel
Handgeschreven memo of ambtelijke notitie op papier. Oktober 1942. [bovenkant, mogelijk een referentie:]
Henr. Pommerplein
[hoofdtekst:]
H. H. de Jong : pl. 273 Alb. Cuypstraat,
is aangewezen om vanaf 8 Sept '42
als arbeider naar Duitschland te
gaan. (bewijzen gezien)
s.v.p. vrijstellen van betaling
marktgeld v/d Alb. Cuypstraat
vanaf 6 Sept '42.
geen schuld
[onderaan rechts:]
Smit 17/10 '42
[in de linkermarge:]
25/58/1 [in rood potlood/inkt]
20/10/42
HV Dit document betreft een verzoek om vrijstelling van het betalen van marktgeld voor een marktkoopman genaamd H.H. de Jong. De Jong had een vaste standplaats ("pl. 273") op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam.
De reden voor dit verzoek is dat hij is opgeroepen voor de Arbeitseinsatz (verplichte tewerkstelling) in Duitsland, ingaande op 8 september 1942. De notitie "(bewijzen gezien)" geeft aan dat de behandelend ambtenaar de officiële oproep of transportpapieren heeft gecontroleerd.
Er wordt expliciet vermeld dat er "geen schuld" is, wat waarschijnlijk betekent dat alle marktgeldverplichtingen tot aan zijn vertrek waren voldaan. De administratieve afhandeling vond plaats in de tweede helft van oktober 1942, zoals blijkt uit de data van de handtekening (17/10) en de margannotatie (20/10). Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werden vanaf 1942 steeds meer Nederlandse mannen gedwongen om in de Duitse oorlogsindustrie te werken. Dit document is een direct bewijs van de impact van deze maatregel op het dagelijks economisch leven in Amsterdam.
De Albert Cuypmarkt was en is de bekendste markt van de stad. Marktkooplieden betaalden dag- of weekgelden voor hun standplaats. Wanneer een koopman werd weggevoerd of tewerkgesteld, moest de administratie van de markt (vaak vallend onder de Dienst van het Marktwezen) worden aangepast om te voorkomen dat er schulden werden opgebouwd voor een ongebruikte plek. Gezien de datum en de locatie (een wijk met destijds veel Joodse bewoners) is het niet uitgesloten dat de tewerkstelling ook een opmaat was naar verdere vervolging, hoewel de term "als arbeider naar Duitschland" in 1942 ook vaak voor niet-Joodse mannen in het kader van de reguliere Arbeidseinsatz werd gebruikt. H. de Jong H.H. de Jong Marktwezen