Getypte brief (vermoedelijk een doorslag voor het archief).
Origineel
Getypte brief (vermoedelijk een doorslag voor het archief). 20 oktober 1942 (met referentie naar 6 september 1942). [Links boven, handgeschreven in blauw potlood/inkt:]
Jmp 2x
[Midden boven, getypt:]
HG.
[Rechts van "HG.", handgeschreven in blauw potlood/inkt:]
Verzonden 20/10
[Links midden, getypt:]
25/51/1 M.
[Rechts midden, getypt:]
20 October 1942.
[Rechts, getypt:]
den Heer W.H. de Jong,
Henr. Ronnerplein 14 hs,
Amsterdam-Zuid.
[Links, getypt:]
vrijstelling betaling
marktgeld Albert Cuypstraat.
[Rechts onder, getypt:]
Albert Cuypstraat
6 September 1942
[Onderaan, getypt:]
xxxxxxx Dit document is een korte zakelijke mededeling of de vastlegging daarvan in een register/doorslag. Het betreft een besluit over de "vrijstelling betaling marktgeld" voor een standplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De brief is gericht aan een particulier, de heer W.H. de Jong.
Opvallende kenmerken:
* Handgeschreven notities: De aantekening "Verzonden 20/10" bevestigt dat de correspondentie op de dag van datering is uitgegaan. "Jmp 2x" is waarschijnlijk een interne administratieve instructie of verwijzing naar een specifiek register.
* Dubbele datering: Naast de verzenddatum van 20 oktober 1942 wordt onderaan "6 September 1942" vermeld bij de locatie "Albert Cuypstraat". Dit kan duiden op de datum waarop de aanvraag is gedaan of de datum vanaf wanneer de vrijstelling geldt.
* Anonimiteit: De brief bevat geen aanhef of ondertekening, wat gebruikelijk is bij interne doorslagen of korte kennisgevingen uit een administratief systeem. Het document dateert uit de herfst van 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt bleef gedurende de oorlog functioneren, maar de omstandigheden waren zwaar door toenemende schaarste en strenge regelgeving.
In deze periode waren de beperkende maatregelen tegen de Joodse bevolking in Amsterdam al vergevorderd. Vanaf najaar 1941 mochten Joodse kooplieden alleen nog op aangewezen 'Joodse markten' staan; zij werden verbannen van reguliere markten zoals de Albert Cuyp. Het Henriëtte Ronnerplein, waar de geadresseerde woonde, ligt in de buurt van de Rivierenbuurt in Amsterdam-Zuid, een wijk die in die tijd veel Joodse bewoners kende, al is uit deze naam (De Jong) niet direct een achtergrond af te leiden.
Vrijstelling van marktgeld kon worden verleend wanneer een koopman door ziekte, gebrek aan voorraad of andere dwingende omstandigheden zijn beroep niet kon uitoefenen. In de context van 1942 kan een dergelijke vrijstelling ook wijzen op de administratieve afwikkeling van standplaatsen die door de bezettingsmaatregelen of deportaties waren vrijgekomen of niet meer konden worden ingenomen. Dit document vormt een klein radertje in de complexe bureaucratie van het Amsterdamse marktwezen onder bezettingstijd.