Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 412
Dossier 104
Jaar 1942
Stadsarchief

Administratieve notitie of archiefkaart op gelinieerd papier.

Februari 1942.

Origineel

Administratieve notitie of archiefkaart op gelinieerd papier. Februari 1942. [Bovenrand, gestempeld en geschreven:]
Nº 26/2/1 Nr. 1942 26/2

[Midden, eerste handschrift:]
Hr. Prins,
is T. vrijwillig (die op eigen verzoek) of in
werkverschaffing naar
Duitschld.?
[Handtekening/Paraaf] 12/2 '42

[Rechtsmidden, onderstreept:]
M de Vries

[Onderzijde, tweede handschrift:]
Volgens mededeelingen van kennissen, is hij
vrijwillig naar Duitschland gegaan - JB Het document is een interne correspondentie, waarschijnlijk binnen een gemeentelijke instelling, politieapparaat of een arbeidsbureau tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* De vraag: Een ambtenaar vraagt aan een zekere "Hr. Prins" of een specifiek individu (M. de Vries) "vrijwillig" of via de "werkverschaffing" (verplichte tewerkstelling) naar Duitsland is vertrokken. De toevoeging "(die op eigen verzoek)" verduidelijkt de definitie van vrijwilligheid in deze context.
* De naam: De naam "M de Vries" staat centraal genoteerd als het onderwerp van het onderzoek.
* Het antwoord: Onderaan antwoordt een andere persoon (geparafeerd met JB) op basis van informele bronnen ("mededeelingen van kennissen") dat het vertrek inderdaad op vrijwillige basis geschiedde. In 1942 was de Arbeitseinsatz (de gedwongen tewerkstelling van Nederlanders in de Duitse oorlogsindustrie) volop in ontwikkeling. In de beginfase van de oorlog gingen sommige mannen nog vrijwillig naar Duitsland vanwege de werkloosheid in Nederland of de belofte van betere lonen.

De status van iemands vertrek (vrijwillig versus gedwongen) was administratief van groot belang voor zaken als uitkeringen voor achterblijvende familieleden, pensioenrechten en, na de oorlog, voor de politieke beoordeling van iemands gedrag tijdens de bezetting. Gezien de datum (februari 1942) bevond men zich vlak voor de periode waarin de tewerkstelling steeds dwingender en uiteindelijk op grote schaal verplicht werd. De naam "De Vries" kan in deze periode ook wijzen op een Joodse achtergrond, waarbij "vrijwillig vertrek naar Duitsland" in administratieve zin vaak een eufemisme was voor de deportatie of de oproep voor de zogenaamde 'werkkampen'. De context van "werkverschaffing" in deze notitie duidt echter sterker op de reguliere arbeidsmobilisatie.

Samenvatting

Het document is een interne correspondentie, waarschijnlijk binnen een gemeentelijke instelling, politieapparaat of een arbeidsbureau tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* De vraag: Een ambtenaar vraagt aan een zekere "Hr. Prins" of een specifiek individu (M. de Vries) "vrijwillig" of via de "werkverschaffing" (verplichte tewerkstelling) naar Duitsland is vertrokken. De toevoeging "(die op eigen verzoek)" verduidelijkt de definitie van vrijwilligheid in deze context.
* De naam: De naam "M de Vries" staat centraal genoteerd als het onderwerp van het onderzoek.
* Het antwoord: Onderaan antwoordt een andere persoon (geparafeerd met JB) op basis van informele bronnen ("mededeelingen van kennissen") dat het vertrek inderdaad op vrijwillige basis geschiedde.

Historische Context

In 1942 was de Arbeitseinsatz (de gedwongen tewerkstelling van Nederlanders in de Duitse oorlogsindustrie) volop in ontwikkeling. In de beginfase van de oorlog gingen sommige mannen nog vrijwillig naar Duitsland vanwege de werkloosheid in Nederland of de belofte van betere lonen.

De status van iemands vertrek (vrijwillig versus gedwongen) was administratief van groot belang voor zaken als uitkeringen voor achterblijvende familieleden, pensioenrechten en, na de oorlog, voor de politieke beoordeling van iemands gedrag tijdens de bezetting. Gezien de datum (februari 1942) bevond men zich vlak voor de periode waarin de tewerkstelling steeds dwingender en uiteindelijk op grote schaal verplicht werd. De naam "De Vries" kan in deze periode ook wijzen op een Joodse achtergrond, waarbij "vrijwillig vertrek naar Duitsland" in administratieve zin vaak een eufemisme was voor de deportatie of de oproep voor de zogenaamde 'werkkampen'. De context van "werkverschaffing" in deze notitie duidt echter sterker op de reguliere arbeidsmobilisatie.

Gerelateerde Documenten 6