Archiefdocument
Origineel
15 juli 1942 Bruin Veerman, Stationsstraat 2, Volendam De Inspecteur (waarschijnlijk van een controlerende instantie op de handel/visserij) № 26/8/1 M. 1942 16/7 [stempel met handgeschreven toevoeging]
Volendam 15 Juli 1942
Mijnheer den Inspecteur
Daar ik eenige weken niet in
staat ben geweest om te werken,
door een gekneusde spier in mijn
rug, heeft mijn zoon mijn paar
aaltjes verkocht, met goedvinden
van den directeur van de vischafslag
ik heb altijd mijn aaltjes trouw
op de markt dapperplein gebracht
dat kan u aan den marktmeester
vragen, en zal dit altijd blijven
doen, zoodra ik weer hersteld ben
Na beleefde groete verblijf ik
Bruin Veerman Stationstraat № 2
Volendam In deze brief legt Bruin Veerman uit Volendam verantwoording af aan een inspecteur over zijn recente handelsactiviteiten. Vanwege een rugblessure (een gekneusde spier) is hij tijdelijk niet in staat geweest om zelf te werken. Hij verklaart dat zijn zoon in deze periode zijn "paar aaltjes" (paling) heeft verkocht.
Veerman benadrukt twee belangrijke punten om zijn legitimiteit te bewijzen:
1. Hij had toestemming van de directeur van de visafslag.
2. Hij heeft een goede reputatie als trouwe handelaar op de Dappermarkt in Amsterdam, wat de marktmeester aldaar kan bevestigen.
De toon is nederig en verklarend. De schrijver probeert duidelijk aan te tonen dat hij zich aan de regels houdt, ondanks de tijdelijke verandering in de bedrijfsvoering door zijn ziekte. De brief dateert uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de handel in levensmiddelen, waaronder vis, streng gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse distributie-instanties om de voedselvoorziening te controleren en de zwarte handel te bestrijden.
Voor vissers uit Volendam was de handel in aal (paling) essentieel voor hun levensonderhoud. Dat Veerman zich genoodzaakt voelt deze uitleg te sturen, wijst op het strikte toezicht van die tijd. Het feit dat zijn zoon de verkoop overnam zonder de juiste persoonlijke papieren of vergunningen zou als een overtreding gezien kunnen worden. Door proactief te schrijven en te verwijzen naar officiële instanties (de directeur van de afslag en de marktmeester), probeert hij sancties of verdenkingen van illegale handel te voorkomen. De administratieve stempels bovenin de brief tonen aan dat het document officieel is geregistreerd in het bureaucratische systeem van die tijd. Daar ik (Inspecteur)