Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 443
Dossier 25
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven rapport/brief.

16 juli 1942. Van: T. Ch. Uitvlugt. Aan: De heer Inspecteur van het Marktwezen.

Origineel

Handgeschreven rapport/brief. 16 juli 1942. T. Ch. Uitvlugt. De heer Inspecteur van het Marktwezen. Den h. Inspecteur v/h. Marktwezen

In aansluiting op mijn rapport van 10/7-1942 inzake den heer Ossendorp, kan ik u nog rapporteeren, dat Ossendorp nadat ik hem gerapporteerd heb, dat hij 18 K.G. visch had achtergehouden nu aan burgers en twee agenten van politie genaamd, H. Nijland en P.J.H. Welle beide dienstdoende posthuis Dapperplein de lasterpraatjes over mij mededeelde, dat hij dat geknoei van mij met de vischkooplieden de heer K. Lammers en Otto wel uit zal maken en hij zal er wel voor zorgen dat ik van de Dapperstraat markt weg kom, ik zal er slechter van af komen met mijn rapporteeren dan hij. Om zijn lasterpraatjes en bedreiging kracht bij te zetten, deelde hij genoemde personen mede, dat hij Neving en Ambacht achter zich heeft.

Ik zag gaarne dat Ossendorp voor genoemde handelingen ter verantwoording werd geroepen en gestraft.

Amsterdam 16 Juli 1942
T. Ch. Uitvlugt.

[Linksonder stempels en aantekeningen:]
26 10/2
No 46/321/43 1942 17/7
v.m. 22/7.42 In dit document beklaagt T. Ch. Uitvlugt (vermoedelijk een marktmeester of controleur) zich bij de Inspecteur van het Marktwezen over de heer Ossendorp. De aanleiding is een eerder rapport van 10 juli 1942, waarin Uitvlugt Ossendorp had gerapporteerd voor het achterhouden (verduisteren of illegaal verhandelen) van 18 kilogram vis.

Als vergelding is Ossendorp begonnen met een lastercampagne. Hij beweert tegenover burgers en politieagenten op het Dapperplein dat Uitvlugt zelf corrupt is ("geknoei") en samenspant met viskooplieden Lammers en Otto. Ossendorp dreigt Uitvlugt van de Dappermarkt te laten verwijderen. Bijzonder is dat Ossendorp beweert machtige bondgenoten te hebben ("Neving en Ambacht"), wat duidt op een poging tot intimidatie door te schermen met connecties binnen het ambtenarenapparaat. Het document dateert uit juli 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit is een cruciale periode waarin de voedselschaarste toenam en de distributie van goederen (zoals vis) streng gereguleerd was. Het "achterhouden" van 18 kilo vis was in die tijd een ernstig economisch delict.

De genoemde locaties, het Dapperplein en de Dapperstraat, vormen het hart van de bekende Amsterdamse Dappermarkt. De namen "Neving" en "Ambacht" verwijzen zeer waarschijnlijk naar hogere functionarissen binnen de Amsterdamse markt- of gemeentelijke hiërarchie van die tijd (zoals J.C. van Ambacht). Dergelijke interne conflicten en beschuldigingen van corruptie waren aan de orde van de dag in een systeem waar schaarste en machtsmisbruik hand in hand gingen onder het toeziend oog van de bezetter.

Samenvatting

In dit document beklaagt T. Ch. Uitvlugt (vermoedelijk een marktmeester of controleur) zich bij de Inspecteur van het Marktwezen over de heer Ossendorp. De aanleiding is een eerder rapport van 10 juli 1942, waarin Uitvlugt Ossendorp had gerapporteerd voor het achterhouden (verduisteren of illegaal verhandelen) van 18 kilogram vis.

Als vergelding is Ossendorp begonnen met een lastercampagne. Hij beweert tegenover burgers en politieagenten op het Dapperplein dat Uitvlugt zelf corrupt is ("geknoei") en samenspant met viskooplieden Lammers en Otto. Ossendorp dreigt Uitvlugt van de Dappermarkt te laten verwijderen. Bijzonder is dat Ossendorp beweert machtige bondgenoten te hebben ("Neving en Ambacht"), wat duidt op een poging tot intimidatie door te schermen met connecties binnen het ambtenarenapparaat.

Historische Context

Het document dateert uit juli 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit is een cruciale periode waarin de voedselschaarste toenam en de distributie van goederen (zoals vis) streng gereguleerd was. Het "achterhouden" van 18 kilo vis was in die tijd een ernstig economisch delict.

De genoemde locaties, het Dapperplein en de Dapperstraat, vormen het hart van de bekende Amsterdamse Dappermarkt. De namen "Neving" en "Ambacht" verwijzen zeer waarschijnlijk naar hogere functionarissen binnen de Amsterdamse markt- of gemeentelijke hiërarchie van die tijd (zoals J.C. van Ambacht). Dergelijke interne conflicten en beschuldigingen van corruptie waren aan de orde van de dag in een systeem waar schaarste en machtsmisbruik hand in hand gingen onder het toeziend oog van de bezetter.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6