Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 493
Dossier 17
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel memorandum/circulaire van de Gemeente Amsterdam.

26 juni 1941.

Origineel

Officieel memorandum/circulaire van de Gemeente Amsterdam. 26 juni 1941. [Handgeschreven tekst bovenaan:]
voor den tijd van 6 maanden, zulks met ingang van 25 Maart a.s.
D.D. [paraf]
stukken daarna naar Insp D 16/12
ter behandeling met Politie (rapport 26/2 !!)

[Gedrukte tekst:]
M A R K T W E Z E N A M S T E R D A M .

K.M. No. 108. Amsterdam, 26 Juni 1941.

Aan de ambtenaren
en werklieden.

Hiermede breng ik te Uwer kennis, dat ik van den Regeeringscommissaris voor Amsterdam bericht heb ontvangen, dat het voorkomt, dat geldinzamelingen worden gehouden ter gelegenheid van den verjaardag van ambtenaren, die door Joodsche afstamming of deelneming aan de staking werden ontslagen, teneinde bloemen te kunnen sturen.

Dergelijke gedragingen in diensttijd, welke uiting geven aan een solidariteit met ontslagen Joodsch of gestaakt hebbend personeel worden ontoelaatbaar geacht.

U dient zich van gedragingen en handelingen als bovenomschreven, die wijzen op een zich verbonden gevoelen met vorengenoemd ontslagen personeel, te onthouden. Overtredingen zullen door den Regeeringscommissaris voor Amsterdam streng worden gestraft.

De Directeur,
[Handtekening]
WND. Dit document is een kille illustratie van de repressie tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De toon is formeel en dreigend. De kern van de boodschap is het verbieden van kleinschalige, menselijke daden van solidariteit onder collega's.

Het document richt zich specifiek op twee groepen die door de bezetter en de collaborerende overheid werden gesanctioneerd:
1. Joodse ambtenaren: Zij waren in november 1940 al op non-actief gesteld en later ontslagen als gevolg van de Ariërverklaring.
2. Stakers: Dit verwijst naar de ambtenaren die deelnamen aan de Februaristaking van 1941, een uniek protest tegen de Jodenvervolging.

Het feit dat zelfs het inzamelen van geld voor bloemen voor een verjaardag als "ontoelaatbaar" wordt bestempeld en met "strenge straf" wordt bedreigd, toont aan hoe diep de bezetter en de aangestelde 'Regeeringscommissaris' (Edward Voûte) wilden ingrijpen in de sociale cohesie en de morele standvastigheid van het overheidspersoneel. De handgeschreven notities bovenin, die reppen over politie-rapporten, suggereren dat dit specifieke schrijven gekoppeld was aan een lopend onderzoek of een specifieke casus. In juni 1941 was de bezetting ruim een jaar oud en werd de greep van de nazi-ideologie op het openbare leven in Nederland steeds strakker. Na de Februaristaking (25-26 februari 1941) verving de bezetter het democratisch gekozen gemeentebestuur van Amsterdam door een regeringscommissaris.

De administratie van het 'Marktwezen' (verantwoordelijk voor de Amsterdamse markten) was, net als alle andere gemeentelijke diensten, verplicht deze bevelen van bovenaf uit te voeren. Dit document getuigt van de 'gelijkschakeling' van de ambtelijke apparatuur, waarbij loyaliteit aan collega's die het slachtoffer waren van discriminatie of politieke vervolging werd gecriminaliseerd. Het is een tastbaar bewijs van de "kleine terreur" die het dagelijks leven tijdens de bezetting kenmerkte.

Samenvatting

Dit document is een kille illustratie van de repressie tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De toon is formeel en dreigend. De kern van de boodschap is het verbieden van kleinschalige, menselijke daden van solidariteit onder collega's.

Het document richt zich specifiek op twee groepen die door de bezetter en de collaborerende overheid werden gesanctioneerd:
1. Joodse ambtenaren: Zij waren in november 1940 al op non-actief gesteld en later ontslagen als gevolg van de Ariërverklaring.
2. Stakers: Dit verwijst naar de ambtenaren die deelnamen aan de Februaristaking van 1941, een uniek protest tegen de Jodenvervolging.

Het feit dat zelfs het inzamelen van geld voor bloemen voor een verjaardag als "ontoelaatbaar" wordt bestempeld en met "strenge straf" wordt bedreigd, toont aan hoe diep de bezetter en de aangestelde 'Regeeringscommissaris' (Edward Voûte) wilden ingrijpen in de sociale cohesie en de morele standvastigheid van het overheidspersoneel. De handgeschreven notities bovenin, die reppen over politie-rapporten, suggereren dat dit specifieke schrijven gekoppeld was aan een lopend onderzoek of een specifieke casus.

Historische Context

In juni 1941 was de bezetting ruim een jaar oud en werd de greep van de nazi-ideologie op het openbare leven in Nederland steeds strakker. Na de Februaristaking (25-26 februari 1941) verving de bezetter het democratisch gekozen gemeentebestuur van Amsterdam door een regeringscommissaris.

De administratie van het 'Marktwezen' (verantwoordelijk voor de Amsterdamse markten) was, net als alle andere gemeentelijke diensten, verplicht deze bevelen van bovenaf uit te voeren. Dit document getuigt van de 'gelijkschakeling' van de ambtelijke apparatuur, waarbij loyaliteit aan collega's die het slachtoffer waren van discriminatie of politieke vervolging werd gecriminaliseerd. Het is een tastbaar bewijs van de "kleine terreur" die het dagelijks leven tijdens de bezetting kenmerkte.

Gerelateerde Documenten 6