Ambtelijk rapport/voorstel tot strafoplegging.
Origineel
Ambtelijk rapport/voorstel tot strafoplegging. Maart 1942 (betreft incidenten in januari, februari en maart 1942). (Opmerking: Doorgehaalde tekst is weergegeven tussen [ ], ingevoegde tekst tussen ^ ^)
Straf marktkoopman
B. D. de la Houssaye
Ten Katemarkt
^T zijn verloofde, Mej. De Groot, heeft geslagen en mishandeld, waardoor een groote volksoploop ontstond^
In bijlage dezer heb ik de eer U over te leggen een afschrift van een rapport van den marktopzichter St. Vrij van mijn dienst, waaruit blijkt, dat de marktkoopman B. D. de la Houssaye, wonende Cabralstraat 30 III, zich op Maandag 9 Maart ^ook op 26 Februari jl. heeft^ [Donderdag 26 Februari jl.] heeft schuldig gemaakt aan het verstoren van de orde op de markt Ten Kate-straat. ^ook op 26 Februari jl. had de la H. zich aan ernstige ordeverstoring schuldig gemaakt, doordat hij aldaar in het openbaar^ De la Houssaye voornoemd is door mij, ingevolge het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, gestraft met ontneming van het recht een plaats op een der markten hier ter stede in te nemen voor den tijd van 14 dagen, namelijk van ^Woensdag^ 11 tot en met ^Dinsdag^ 24 Maart 1942. Aangezien deze marktkoopman [reeds op] zich reeds eerder aan [groot] ordeverstoring heeft schuldig gemaakt, waarvoor hem [destijds] ^dezerzijds^ van 8 tot en met 21 Januari jl. [het] het recht werd ontnomen een plaats op een der markten in te nemen, acht ik het thans noodzakelijk een strenge straf toe te passen.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat De la Houssaye voornoemd bij besluit van den Burgemeester, in aansluiting op mijn straf, ingevolge het bepaalde in art. 39 lid 3 van het R. v/d M., wordt gestraft met ontneming van het recht een plaats op een der markten hier ter stede in te nemen.
z.o.z. (zie ommezijde) Het document is een concept of een doorslag van een officieel schrijven van een marktmeester of een vergelijkbare functionaris aan de Burgemeester van Amsterdam. De tekst bevat veel correcties, wat wijst op een zorgvuldige formulering van de tenlastelegging.
De kern van de zaak is de herhaalde wangedrag van marktkoopman B. D. de la Houssaye. Hij is een recidivist:
1. Januari 1942: Eerste schorsing van 14 dagen wegens ordeverstoring.
2. 26 Februari 1942: Tweede incident (later toegevoegd in de kantlijn), waarbij hij zijn verloofde, mejuffrouw De Groot, in het openbaar mishandelde op de markt, wat tot een "groote volksoploop" leidde.
3. 9 Maart 1942: Derde incident dat leidde tot de huidige strafmaatregel.
De marktmeester heeft zelf reeds de maximale straf opgelegd die binnen zijn bevoegdheid valt (14 dagen ontzegging conform art. 39 lid 1). Echter, vanwege de ernst en de herhaling verzoekt hij de Burgemeester om een zwaardere sanctie op basis van lid 3 van hetzelfde artikel, wat waarschijnlijk een langdurige of permanente uitsluiting van de Amsterdamse markten inhoudt. Dit document stamt uit maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel er geen direct politieke of ideologische lading in de tekst zit, weerspiegelt het de strenge handhaving van de openbare orde in die tijd. De Ten Katemarkt in Amsterdam Oud-West was (en is) een drukke volksmarkt.
Interessant is het sociaal-historische aspect: een openbare mishandeling van een vrouw op de markt die leidt tot een volksoploop werd door de autoriteiten hoog opgenomen, niet alleen als zedelijk vergrijp, maar vooral als een verstoring van de marktorde en de publieke rust. De vermelding van het adres (Cabralstraat 30-III) plaatst de betrokkenen in de directe omgeving van de markt (de buurt rond het Mercatorplein/Hoofdweg).