Ambtelijke notitie / Rapportage
Origineel
Ambtelijke notitie / Rapportage 23 maart 1942 27/7/I Adressante, Mw Schermer, is gedurende de
maanden Januari en Februari niet op de
markt verschenen. Zij wenscht een vaste plaats
op het gedeelte waar alle plaatsen zijn uitge-
geven. Ik heb haar reeds medegedeeld dat
haar binnen korten tijd een vaste plaats zal
worden toegewezen tusschen de Kinkerstraat en
de Borgerstraat en dat haar, zoo mogelijk een
opengebleven losse dagplaats zal worden ver-
huurd op het door haar begeerde gedeelte, in
de volgorde van inschrijving op de in Art 5
v/h Reglement, genoemde sollicitantenlijst.
Amsterdam, 23-3 '42
[Handtekening] Het document is een handgeschreven ambtelijk bericht betreffende de toewijzing van marktplaatsen in Amsterdam. De tekst is geschreven in een duidelijk, zakelijk handschrift dat kenmerkend is voor de eerste helft van de 20e eeuw.
De kern van de zaak is dat Mw. Schermer gedurende de wintermaanden (januari en februari) afwezig was op de markt en nu een vaste standplaats wenst op een specifiek gedeelte dat reeds volzet is. De ambtenaar (mogelijk een marktmeester of inspecteur) rapporteert dat haar een plek zal worden toegewezen tussen de Kinkerstraat en de Borgerstraat. In de tussentijd kan zij in aanmerking komen voor een 'losse dagplaats' (een plek die per dag wordt vergeven als de vaste houder niet verschijnt), mits dit in overeenstemming is met de rangorde op de sollicitantenlijst zoals bepaald in Artikel 5 van het marktreglement. De datum van het document, 23 maart 1942, plaatst de correspondentie midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste groot en waren markten essentieel voor de voedselvoorziening, maar ook streng gereguleerd.
De genoemde locatie (tussen Kinkerstraat en Borgerstraat) duidt specifiek op de Ten Katemarkt in Amsterdam-West. Het strikt volgen van het 'Reglement' en de 'sollicitantenlijst' getuigt van de bureaucratische controle die de gemeente Amsterdam uitoefende op de openbare handel. De afwezigheid van Mw. Schermer in de koude maanden januari en februari suggereert dat zij mogelijk als kleine zelfstandige niet over de middelen of voorraad beschikte om in de diepste winter buiten te staan, of dat zij door de oorlogsomstandigheden belemmerd werd. Gemeente Amsterdam