Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 9 maart 1942 J. Fahlman, Pieter Aertszstraat 102 II, Amsterdam Het Marktwezen, Jan van Galenstraat 114, Amsterdam Amsterdam 9. Maart 1942.
№ 27/9/1 M. 1942 10/3
Aan het Marktwezen
Jan van Galenstraat 114
Amsterdam
WelEd. Heeren mv. Insp.
Hiermede verzoekt ondergetekende
in aanmerking te komen voor een vaste
plaats in de Ten Katestraat, reeds ben
ik in ’t bezit van een voorkeurskaart 479
Den Heer Giannetia welke
gelijktijdig met mij (in October) hij echter
in de Albert Cuypstraat werd reeds in
December een vaste plaats toegewezen.
Tevens begrijp ik niet hoewel den
Heer Giannetia den heelen winter zijn vaste
plaats niet inneemt, in de Albert Cuypstraat.
Doch deze behoudt, terwijl hij wel te
Haarlem, Hilversum en nu de Ten Kate-
straat een plaats inneemt.
Vertrouwende dat, zoo er weer vaste
plaatsen worden uitgegeven U ook aan
mij zult denken teeken ik inmiddels
met de meeste Hoogachting.
J. Fahlman
p/ Pieter Aertszstr 102 II.
Amsterdam In deze brief verzoekt de heer J. Fahlman om een vaste staanplaats op de Ten Katemarkt in Amsterdam. Hij voert aan dat hij reeds een 'voorkeurskaart' (nummer 479) bezit. De kern van zijn schrijven is een klacht over vermeende ongelijkheid: hij vergelijkt zijn situatie met die van een zekere heer Giannetia.
Volgens Fahlman heeft Giannetia, die tegelijk met hem een aanvraag indiende, wel een vaste plek gekregen op de Albert Cuypmarkt. Fahlman klaagt dat Giannetia deze plek de hele winter niet heeft gebruikt, maar wel ondertussen op markten in Haarlem en Hilversum staat, evenals op de Ten Katestraat. Fahlman ervaart dit als onrechtvaardig en dringt er bij de inspecteur op aan hem bij de volgende uitgifte van plaatsen niet te vergeten. Het document dateert van maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste groot en de regulering van markten door het 'Marktwezen' (gevestigd aan de Jan van Galenstraat, bij de Centrale Markthal) strikt.
De brief illustreert de onderlinge concurrentie en de bureaucratische weg die marktkooplieden moesten bewandelen om hun brood te verdienen. De naam 'Giannetia' duidt mogelijk op een Italiaanse achtergrond; aangezien Italië op dat moment een bondgenoot van nazi-Duitsland was, zou dit een rol gespeeld kunnen hebben in de (gepercipieerde) voorkeursbehandeling, al wordt dit niet expliciet benoemd. De Pieter Aertszstraat en de Ten Katestraat zijn nog steeds bekende locaties in respectievelijk de Pijp en Oud-West, buurten met een rijke markttraditie. J. Fahlman Marktwezen