Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 12 mei 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). Den Heer A.F. Meyndershagen, Fagelstraat 58 I, Amsterdam-West. [Handschrift bovenaan:]
verzonden af/s [onduidelijke handtekening]
[Getypte tekst:]
VB/HG.
den Heer A.F. Meyndershagen,
Fagelstraat 58 I,
Amsterdam-West.
Wijk 19.
27/11/2 M. 12 Mei 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 April jl. bericht ik
U, dat aan Uw verzoek niet kan worden voldaan. Vanaf heden dient
U als houder van een voorkeurskaart voor de markt Ten Katestraat,
op deze markt geregeld, dat wil zeggen drie maal per week, een
plaats in te nemen, daar anders Uw voorkeurskaart zal worden inge-
trokken.
De Directeur, Het document is een zakelijke correspondentie waarin een verzoek van een marktkoopman, de heer Meyndershagen, formeel wordt afgewezen. De brief heeft een dwingend karakter: de ontvanger wordt gesommeerd om zijn standplaats op de Ten Katemarkt minimaal drie keer per week te bezetten. De sanctie op het niet naleven van dit voorschrift is expliciet: het intrekken van de "voorkeurskaart" (de vergunning).
De brief weerspiegelt de strakke organisatie en regulering van de Amsterdamse markten in die tijd. Het feit dat de brief is getypt op grauw, blauwgrijs papier is indicatief voor de papierschaarste tijdens de bezettingsjaren. De datum van de brief, 12 mei 1942, plaatst het document in het hart van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was Amsterdam bezet door nazi-Duitsland en stond het gemeentebestuur onder toezicht van de bezetter.
De Ten Katemarkt in Amsterdam-West was (en is) een belangrijke volksmarkt. Tijdens de oorlog was de controle op de voedselvoorziening en de distributie via markten essentieel. De eis van de overheid dat kooplieden fysiek aanwezig moesten zijn, had waarschijnlijk te maken met het garanderen van de continuïteit van de goederenstroom, maar mogelijk ook met de controle op de bevolking.
In deze periode werden Joodse kooplieden stelselmatig van de gewone markten geweerd en verbannen naar specifieke Joodse markten. Dit zorgde voor verschuivingen in het vergunningenstelsel en mogelijk voor extra druk op de overgebleven (niet-Joodse) kooplieden, zoals de heer Meyndershagen, om hun standplaatsen actief te blijven gebruiken. A.F. Meyndershagen