Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 520
Dossier 26
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtsbericht/Rapport van de Inspectie van het Marktwezen.

23 mei 1942 (met latere aantekeningen tot 1 juni 1942).

Origineel

Ambtsbericht/Rapport van de Inspectie van het Marktwezen. 23 mei 1942 (met latere aantekeningen tot 1 juni 1942). [Rechtsboven:]
510
29-5-42
p 1/6-42 9/2-12.

[Aantekeningen bovenaan:]
Inschrijvers. Vrij
J. Braan o.s. Maandag oproepen.

Den Heer Inspecteur Marktwezen alhier.

Depothouder No 7. Ten Katestraat J. Braan, Driel 77, Volendam, heeft Zaterdagmiddag 23 Mei zijn toewijzing aal niet op zijn standplaats aangevoerd, doch is daarmee getogen naar de Borgerstraat. Eenige vrouwen hebben mij medegedeeld dat Braan de aal boven den vastgestelden prijs verkocht. Zij weigerden mij desgevraagd hun naam en adres op te geven; Zij bemerkten dat de kooplieden elkaar waarschuwen en dat zij dan voortaan niets meer kunnen koopen. "Beter duur, dan niets" voegde zij mij toe."

J. Braan en zijn schoonvader J. Tol zouden één van beide mij 2 pond aal verkoopen, doch even later verklaarden zij mij dat zij alles hadden verkocht. De heren verkoopen niet graag voor den vastgestelden prijs. Mij is medegedeeld dat Zaterdag 23 Mei de dunne aal is verkocht voor f 1.- en f 1.25 per 1/2 K.G. hoewel ik dat helaas niet heb kunnen constateeren.

Wegens het niet aanvoeren van zijn toewijzing aal op zijn standplaats heeft J. Braan den goeden gang van zaken der verdeeling in gevaar gebracht.

Ingevolge art 11 van het tweede uitvoeringsbesluit 1941 van de Visscherijcentrale stel ik voor om genoemden J. Braan eenigen tijd uit te sluiten van de in art 4 bedoelde verdeeling van visch.

Het is m.i. geboden dat het geknoei onverbiddelijk de kop ingedrukt moet worden.

Amsterdam, 23 Mei 1942
[Handtekening, mogelijk: W. Hij.]

№ 27/13/1 M. 1942 26/5

[Rechtsonder:] 27 Dit document is een officieel rapport van een inspecteur (vermoedelijk van de prijsbeheersing of het marktwezen) gericht aan de Inspecteur Marktwezen in Amsterdam. De kern van de klacht is dat de visboer J. Braan uit Volendam sjoemelde met zijn toegewezen voorraad aal.

In plaats van de vis op zijn vaste standplaats in de Ten Katestraat tegen de vastgestelde prijzen te verkopen, week hij uit naar de Borgerstraat om daar op de zwarte markt (of in ieder geval boven de maximumprijs) te verkopen. De inspecteur merkt op dat klanten (vrouwen) weliswaar klaagden over de prijzen, maar weigerden te getuigen uit angst om later door de kooplieden te worden geboycot. De inspecteur adviseert een zware straf: uitsluiting van de visdistributie. De toon van het rapport ("onverbiddelijk de kop ingedrukt") getuigt van de strenge handhaving van de distributiewetten tijdens de bezettingstijd. Het document dateert uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en waren bijna alle levensmiddelen, inclusief vis, onderworpen aan distributie en prijsbeheersing via de zogenaamde 'Centrales' (zoals de hier genoemde Visscherijcentrale).

Overtredingen van deze voorschriften werden gezien als economische delicten. De angst van de consumenten om te getuigen illustreert de precaire sociale verhoudingen op de Amsterdamse markten: men was afhankelijk van de gunst van de koopman om überhaupt nog aan voedsel te komen, zelfs als dat tegen illegale prijzen was. De Ten Katemarkt was (en is) een van de grote volksmarkten in Amsterdam-West, waar dergelijke praktijken in de oorlogsjaren schering en inslag waren.

Samenvatting

Dit document is een officieel rapport van een inspecteur (vermoedelijk van de prijsbeheersing of het marktwezen) gericht aan de Inspecteur Marktwezen in Amsterdam. De kern van de klacht is dat de visboer J. Braan uit Volendam sjoemelde met zijn toegewezen voorraad aal.

In plaats van de vis op zijn vaste standplaats in de Ten Katestraat tegen de vastgestelde prijzen te verkopen, week hij uit naar de Borgerstraat om daar op de zwarte markt (of in ieder geval boven de maximumprijs) te verkopen. De inspecteur merkt op dat klanten (vrouwen) weliswaar klaagden over de prijzen, maar weigerden te getuigen uit angst om later door de kooplieden te worden geboycot. De inspecteur adviseert een zware straf: uitsluiting van de visdistributie. De toon van het rapport ("onverbiddelijk de kop ingedrukt") getuigt van de strenge handhaving van de distributiewetten tijdens de bezettingstijd.

Historische Context

Het document dateert uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en waren bijna alle levensmiddelen, inclusief vis, onderworpen aan distributie en prijsbeheersing via de zogenaamde 'Centrales' (zoals de hier genoemde Visscherijcentrale).

Overtredingen van deze voorschriften werden gezien als economische delicten. De angst van de consumenten om te getuigen illustreert de precaire sociale verhoudingen op de Amsterdamse markten: men was afhankelijk van de gunst van de koopman om überhaupt nog aan voedsel te komen, zelfs als dat tegen illegale prijzen was. De Ten Katemarkt was (en is) een van de grote volksmarkten in Amsterdam-West, waar dergelijke praktijken in de oorlogsjaren schering en inslag waren.

Locaties

Amsterdam (betreft Ten Katestraat en Borgerstraat).

Gerelateerde Documenten 6