Archief 745
Inventaris 745-376
Pagina 190
Dossier 92
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt verslag van een vergadering of onderhandeling (notulen).

Origineel

Getypt verslag van een vergadering of onderhandeling (notulen). -2-

Het is voorts voor de Gemeente onmogelijk om het laatste door de Combinatie ingediende voorstel over te nemen. De Gemeente moet er in principe bezwaar tegen hebben om als koopvrouw op te treden. Daarvan heeft zij geen verstand. Vaststaat, dat onderhandelingen slechts mogelijk zijn op basis van het optreden als koopman van particulieren. De handel moet koopen en de handel moet verkoopen. Slechts in het voorbeeld genoemd door den Heer Kramer, wanneer in het voorjaar zal blijken, dat de goederen moeten worden opgeruimd, terwijl de Gemeente deze voor opslag zal willen bestemmen, zal de Gemeente indien zij haar eisch zal handhaven, de goederen van den handel moeten overnemen. Spreker wijst er nog op, dat de onderhavige aangelegenheid voor de Gemeente geen handelszaak moet beteekenen. Het gaat hier om een overheidsplicht: namelijk de opslag van wintergoederen voor de bevolking.

De Heer Draaisma vraagt hoe het gaat met de huur van het koelhuis en de hal bij het door den heer Van Meurs voorgestelde

De Heer Van Meurs antwoord hierop, dat zijn voorstel de mogelijkheden biedt om voor den handel de zaak zoo goed mogelijk op te lossen. Overigens is dit natuurlijk een zaak, die het Gemeentebestuur moet beslissen. Alle kosten moeten aan het einde van den opslag blijken, behalve de huur van de kisten. Daaromtrent moet bij voorbaat een bedrag worden afgesproken. De fusthuur moet derhalve vooruit worden vastgesteld. Spreker zegt opnieuw, dat wanneer er bij de afwikkeling van de zaak geschillen zouden komen, de Gemeente bereid is om dit aan arbitrage te onderwerpen, waarbij den handel het volle pond zal worden gegeven. Spreker zegt vervolgens, dat hij een en ander met den Burgemeester zal bespreken en een concept van het door hem ontwikkelde plan aan den handel zal voorleggen, dit zal dan de basis worden voor de definitieve overeenkomst. Omtrent de fusthuur wordt nog gezegd, dat hieromtrent nog nader zal worden gedacht. De Heer Van Meurs is bereid om de fusthuur te betalen van ƒ 0,20 tot ƒ 0,25 per kist. De handel meent zich te moeten houden aan het door haar voorgestelde, namelijk ƒ 0,50 per kist. Hieromtrent zal nog nader overleg tusschen Dijkstra en den Heer Van Meurs worden gepleegd. De Combinatie zal uiterlijk 15 December aan den Heer Van Meurs mededeelen, dat zij met het door hem voorgestelde accoord gaat. Dit document verslaat een technisch en beleidsmatig overleg over de logistiek van de voedselvoorziening. De kernpunten zijn:

  1. Rolverdeling Overheid vs. Markt: De gemeente neemt een principieel standpunt in: zij wil niet fungeren als handelaar ("koopvrouw"). Zij ziet haar rol uitsluitend als facilitator van de "overheidsplicht", zijnde de zorg voor de volksvoeding door opslag van wintervoorraden.
  2. Financieel Conflict (Fusthuur): Er is een aanzienlijk gat tussen het bod van de gemeente (bij monde van Van Meurs: ƒ 0,20 - ƒ 0,25) en de eis van de handel (ƒ 0,50) voor de huur van de kisten (fusthuur). Dit lijkt het voornaamste struikelblok in de onderhandelingen.
  3. Procedure: Er wordt ingezet op een definitieve overeenkomst na overleg met de burgemeester en een mogelijk arbitragetraject bij geschillen. Er is een duidelijke tijdslijn uitgezet met een deadline op 15 december. Hoewel een exact jaartal ontbreekt, wijst de terminologie ("wintergoederen voor de bevolking", "koelhuis", "fusthuur") op een tijdperk waarin de overheid een actieve rol speelde in het aanleggen van noodvoorraden of het reguleren van de markt ter voorkoming van schaarste. Dit was met name kritiek tijdens de oorlogsjaren (1940-1945) en de wederopbouwperiode. De nadruk op het feit dat de gemeente "geen verstand" heeft van handel drijven, weerspiegelt de liberale discussie over de grenzen van de gemeentelijke bemoeienis in de vrije markt. De genoemde namen (Draaisma, Van Meurs, Dijkstra) zijn veelvoorkomende Friese of Noord-Nederlandse namen, wat de locatie mogelijk in die regio plaatst.

Samenvatting

Dit document verslaat een technisch en beleidsmatig overleg over de logistiek van de voedselvoorziening. De kernpunten zijn:

  1. Rolverdeling Overheid vs. Markt: De gemeente neemt een principieel standpunt in: zij wil niet fungeren als handelaar ("koopvrouw"). Zij ziet haar rol uitsluitend als facilitator van de "overheidsplicht", zijnde de zorg voor de volksvoeding door opslag van wintervoorraden.
  2. Financieel Conflict (Fusthuur): Er is een aanzienlijk gat tussen het bod van de gemeente (bij monde van Van Meurs: ƒ 0,20 - ƒ 0,25) en de eis van de handel (ƒ 0,50) voor de huur van de kisten (fusthuur). Dit lijkt het voornaamste struikelblok in de onderhandelingen.
  3. Procedure: Er wordt ingezet op een definitieve overeenkomst na overleg met de burgemeester en een mogelijk arbitragetraject bij geschillen. Er is een duidelijke tijdslijn uitgezet met een deadline op 15 december.

Historische Context

Hoewel een exact jaartal ontbreekt, wijst de terminologie ("wintergoederen voor de bevolking", "koelhuis", "fusthuur") op een tijdperk waarin de overheid een actieve rol speelde in het aanleggen van noodvoorraden of het reguleren van de markt ter voorkoming van schaarste. Dit was met name kritiek tijdens de oorlogsjaren (1940-1945) en de wederopbouwperiode. De nadruk op het feit dat de gemeente "geen verstand" heeft van handel drijven, weerspiegelt de liberale discussie over de grenzen van de gemeentelijke bemoeienis in de vrije markt. De genoemde namen (Draaisma, Van Meurs, Dijkstra) zijn veelvoorkomende Friese of Noord-Nederlandse namen, wat de locatie mogelijk in die regio plaatst.

Kooplieden in dit dossier 12

Auto's met aanhangwagens 4
Auto's met aanhangwagens 4
E. Kool 497
E. Kool 497
Luxe auto's -
Luxe auto's -
Paard en wagens 193
Paard en wagens 193
R. Kool 1205
R. Kool 1205
W. Kool 1155
W. Kool 1155

Gerelateerde Documenten 4