Getypt concept-verslag van een bespreking (met handgeschreven aantekening).
Origineel
Getypt concept-verslag van een bespreking (met handgeschreven aantekening). 4 december 1942. [Handgeschreven linksboven:] Concept
C o n c e p t .
N o t i t i e s van een bespreking op 4 december 1942 van den waarnemend Directeur van het Marktwezen, den Heer J.J. Sieburgh, den Heer F. van Meurs, Gemeentelijk Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden, den Heer Ter Heege, Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening, den Heer H. van Duinhoven, Bureauchef van het Marktwezen, met de grossiers der Centrale Markt, de Heeren Dijkstra, Kraner, Draaisma en Bood.
O n d e r w e r p : Winteropslag 1942 – 1943.
De Heer Van Meurs zegt, dat hij het door de Combinatie ingediende voorstel van de laatste vergadering in studie heeft genomen; en wil daarvan thans het volgende zeggen. De extra kosten, verbonden aan den winteropslag, zullen eventueel worden ~~geacc~~ gehonoreerd door een mogelijke prijsstijging. Het risico van het koopvrouw worden is voor de Gemeente; echter is niets verdisconteerd. Het is derhalve een niet compleet voorstel. Voor de Gemeente zullen namelijk alle kosten komen, terwijl de handel haar geheele winstmarge zal behouden. Geconstateerd moet dan ook worden, dat de handel in haar goede bedoeling niet is geslaagd. Het is thans echter duidelijk, waar het precies om gaat. Er moet een zoodanige regeling komen, dat de Gemeente niet onnoodig lasten op hare rekening krijgt, terwijl onnoodige risico's voor den handel moeten worden vermeden. Bezien in dit licht lijkt het spreker toch het beste om na afloop van de geheele aangelegenheid door experts van beide kanten de exploitatie te doen onderzoeken. De Gemeente van haar kant heeft volledig vertrouwen, dat de handel de zaak behoorlijk zal behartigen. Voorop moet staan, dat de grossiersmarge door den onderhavigen opslag in geen enkel opzicht wordt aangetast. Het oorspronkelijke door den handel ingediende voorstel zal echter door de Gemeente niet worden geaccepteerd, dit zou namelijk beteekenen, dat de Gemeente ƒ 70.000,- vergoeding moest betalen, benevens het koelhuis moest beschikbaar stellen, zoodat een en ander in totaal ƒ 100.000,- zou kosten. Spreker acht het beste, dat achteraf de rekening wordt opgemaakt; indien de partijen niet tot overeenstemming komen zal de zaak aan een arbiter worden voorgelegd, bijv. den Heer Valstar. In dit document komen de zakelijke en logistieke spanningen naar voren tussen het gemeentebestuur en de private handel tijdens de bezettingsjaren. De kern van het geschil is de verdeling van het financiële risico voor de winteropslag van voedsel (waarschijnlijk groenten of aardappelen).
- Risicoverdeling: De "Combinatie" (de verenigde grossiers) stelde een vaste vergoeding voor van 70.000 gulden plus het gebruik van koelhuizen. Van Meurs wijst dit af omdat de gemeente hiermee alle risico's op zich neemt (inclusief het "koopvrouw worden" – oftewel het bederven van de waar), terwijl de handelaren hun volledige winstmarge veiligstellen.
- Oplossingsrichting: Van Meurs stelt een retrospectieve afrekening voor op basis van werkelijke kosten, eventueel getoetst door experts of een onafhankelijke arbiter (de heer Valstar).
- Terminologie: De term "koopvrouw worden" is een jargon-uitdrukking voor het kwaliteitsverlies van opgeslagen producten. Dit verslag is geschreven in december 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Nederland kampte met toenemende schaarste. Een goede winteropslag was van cruciaal belang om de voedselvoorziening in de grote steden op peil te houden en zwarte handel tegen te gaan.
De genoemde "Heer Valstar" is zeer waarschijnlijk Simon Valstar, een destijds zeer invloedrijke figuur in de Nederlandse groente- en fruithandel, die vaak optrad als bemiddelaar tussen de sector en de overheid. Het Marktwezen en de Centrale Markt refereren aan de Amsterdamse instellingen die verantwoordelijk waren voor de distributie van versproducten. De zakelijke, bijna stroeve toon van het verslag illustreert dat ondanks de oorlogssituatie de economische belangenstrijd tussen de overheid en het private bedrijfsleven onverminderd doorging. J.J. Sieburgh F. van Meurs de heer Ter Heege H. van Duinhoven; grossiers Dijkstra Kraner Draaisma en Bood; arbiter Valstar.