Getypt verslag / Ambtelijk rapport (Pagina 2 van een groter geheel).
Origineel
Getypt verslag / Ambtelijk rapport (Pagina 2 van een groter geheel). --2--
GEMEENTE ARNHEM.
Tusschen plaatselijken groot- en kleinhandel en Gemeentebestuur bestond gedurende den geheelen winter een zeer nauw contact.
De groothandelaren te Arnhem hebben zich tot een combinatie gevormd.
Uit de plaatselijke grossiers en detaillisten was een kleine commissie gevormd, welke commissie met den Wethouder van Sociale Zaken regelmatig overleg pleegde inzake de in de Gemeente aanwezige voorraden, enz. Dit overleg leidde tot een frequent overleg met het "Bureau van den Heer Velders".
Veelal werden de bestellingen door de grossiers zelf gedaan; eenige malen door de Gemeente.
De groenten werden opgeslagen in de pakhuizen van de grossiers; bovendien was door de Gemeente een pakhuis beschikbaar gesteld.
Financieel risico heeft de Gemeente dezen winter bij de groentevoorziening niet geloopen. Met de grossiers was overeengekomen, dat de financieele gevolgen van den "opslag" en de regelmatige bestellingen voor rekening van de grossiers bleven.
De "aangekomen" groenten werden onder de detaillisten verdeeld, waarbij rekening werd gehouden met den "omvang" van het bedrijf van den betrokken detaillist.
In samenwerking met de Vereeniging van Kleinhandelaren waren de detaillisten in 4 klassen verdeeld. Deze indeeling bepaalde den omvang van het te verstrekken quantum groenten.
Dit systeem heeft uitstekend gewerkt; klachten hierover zijn bijna niet voorgekomen.
Namens de Gemeente werd door den directeur van de Centrale Keukens, die toch als zoodanig "contact" met de grossiers had, toezicht gehouden op de binnengekomen partijen, op de juiste verdeeling en administratie daarvan. Vastgesteld mag worden, dat ook hier geen moeilijkheden ontstonden.
Voorts was nog overeengekomen met het kantoor Arnhem van de Nederlandsche Middenstandsbank om - ingeval dit noodig mocht zijn - den plaatselijken groothandel en de detaillisten met hun financiën te "helpen".
Resumeerende mag worden gezegd, dat, dank zij de groote medewerking van - en aangename verhouding tot het "Bureau-Velders", de te Arnhem in den afgeloopen winter getroffen regeling tot tevredenheid van alle daarbij betrokkenen heeft gewerkt.
GEMEENTE ENSCHEDE.
In het belang van de voedselvoorziening werd het noodig geoordeeld gedurende den winter 1941/'42 een voorraad stapelgroenten te Enschede aanwezig te hebben, welke voorraad aan de bevolking van Enschede verkocht zou worden, indien tengevolge van weers- of andere omstandigheden de aanvoer naar Enschede van stapelgroenten gedurende het tijdvak van 15 December 1941 - 28 Februari 1942 stagnatie mocht ondervinden.
Opgeslagen worden gedurende bovengenoemde periode:
Peen 321.857 kg.
Koolrapen 196.949 "
Uien 231.852 "
Bieten 50.000 "
De gemeente Enschede kwam met een combinatie van drie grossiers overeen dat deze voor eigen rekening en risico de groente gedurende bovenvermelde periode zouden opslaan. Bij het einde van deze periode en bij juiste nakoming van deze overeenkomst zou door de gemeente Enschede een zeker bedrag betaald worden, ter vergoeding van de door de grossierscombinatie gemaakte kosten en eventueel geleden verliezen.
Van door enkele fabrieken ter beschikking gestelde pakhuizen werd een dankbaar gebruik gemaakt.
Met uitzondering van de 231.852 kg. uien werden alle hoeveelheden op daar- Dit document biedt een gedetailleerde inkijk in de lokale organisatie van de voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog. Enkele kernpunten:
* Samenwerking: Er is sprake van een nauwe vervlechting tussen de overheid (gemeente), de groothandel (grossiers) en de detailhandel. In Arnhem werd zelfs een speciale commissie en een classificatiesysteem (4 klassen) voor winkeliers opgezet.
* Risicobeheersing: In Arnhem lag het financiële risico bij de handelaren zelf. In Enschede nam de gemeente een deel van het risico over door een vergoeding te beloven voor kosten en verliezen bij het aanleggen van noodvoorraden.
* Logistiek: Er werd gebruikgemaakt van zowel private pakhuizen (van grossiers en fabrieken) als door de gemeente beschikbaar gestelde ruimtes om zogenaamde "stapelgroenten" (winterharde groenten zoals peen en koolraap) op te slaan.
* Crisisbeheersing: De voorraden in Enschede waren specifiek bedoeld als buffer voor stagnaties in de aanvoer tussen december 1941 en februari 1942. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De winter van 1941-1942 was een van de koudste winters van de 20e eeuw, wat de distributie van voedsel via het spoor en waterwegen ernstig bemoeilijkte. Om hongersnood in de steden te voorkomen, moesten gemeenten proactief voorraden aanleggen. De genoemde "Centrale Keukens" waren instellingen die door de overheid waren opgezet om goedkope, voedzame maaltijden te verstrekken aan de bevolking, wat de noodzaak van een strakke controle op de groentevoorraden verklaart. De rol van de Nederlandsche Middenstandsbank onderstreept de economische druk op lokale ondernemers die grote voorraden moesten voorfinancieren.