Administratief verslag / Rapportage
Origineel
Administratief verslag / Rapportage -7-
GEMEENTE GOUDA.
Eerst in het begin van December 1941 werd de medewerking van het bureau Velders ingeroepen.
Na overleg met den heer Velders en de betrokken kleinhandelaren werd de Groentenveiling voor Gouda e.o. bereid gevonden de distributie der groenten over de grossiers en kleinhandelaren te verzorgen en het financieele risico voor deze voorziening op zich te nemen.
Op haar beurt droeg de veiling dit risico over aan een commissie, bestaande uit den voorzitter en secretaris van de afd. Gouda van den bond van Groentehandelaren en den secretaris van de Veiling (commissie van Drie).
Bij de distributie is de eenige erkende grossier in groenten ingeschakeld voor zijn klanten-winkeliers, terwijl de veiling als grossier optrad voor de kleinhandelaren, die niet gewoon waren van een grossier af te nemen.
De distributie geschiedde volgens het puntenstelsel van de aardappelvoorziening. Enkele excessen werden ondervangen.
De grossier heeft 40%, de veiling 60% van de aangevoerde groenten verdeeld. De grossier betaalde aan de veiling den grossiersprijs minus 12%, zoodat hij netto 12% winst heeft gemaakt.
De veiling berekende haar normale provisie ad 5% voor onkosten en administratie.
De commissie van Drie had zoodoende eenige speling; zij bracht den grossiersprijs in rekening. Voorts controleerde zij de voorraden bij de kleinhandelaren. Van een gemeentelijke opslagplaats is weinig gebruik gemaakt.
Op de prijzen hield de politie contrôle, terwijl ook de commissie van Drie naging of de prijzen werden gehandhaafd.
Voor opslag werden geen onkosten in rekening gebracht. De veiling berekende in voorkomende gevallen wel kistenhuur.
De administratie werd door de veiling gevoerd. Zij bracht daarvoor boven de genoemde 5% geen afzonderlijke kosten in rekening.
Gedurende het tijdvak 1 December 1941 - 20 April 1942, werden ontvangen en afgeleverd:
| Artikelen: | Ontvangen kg. | Afgeleverde kg. | Inwicht kg. |
|---|---|---|---|
| Uien | 52156 | 51081 | 1075 |
| Peen | 52002 | 50335 | 1667 |
| Rapen | 56271 | 49946 | 6325 |
| Kroten | 14200 | 14000 | 200 |
| Roode kool | 29325 | 28120 | 1205 |
| Witte kool | 29350 | 28195 | 1155 |
| Gele kool | 13500 | 13003 | 497 |
| Totaal | 246804 | 234680 | 12124 |
Bovendien bevorderde de Ned. Groenten- en Fruitcentrale, dat voor Gouda kon worden beschikt over 10000 kg. witlof.
De financieele uitkomsten waren als volgt:
Ontvangsten: f 16.599,91
Uitgaven circa: " 16.100,--
Vermoedelijk winstsaldo: f 500,--
De eindafrekening vond nog niet plaats, doch aangenomen kan worden, dat de commissie van Drie plm. f 500,- winst heeft gemaakt. Aan deze winst is nog geen bestemming gegeven. * Logistiek: De distributie van groenten werd georganiseerd via een samenwerking tussen de Groentenveiling, private grossiers en een speciale "Commissie van Drie". Opvallend is dat de veiling zelf als grossier optrad voor winkeliers die normaal gesproken rechtstreeks inkochten.
* Controle: Er was een strikt toezicht op de prijzen door zowel de commissie als de politie. Dit wijst op de angst voor prijsopdrijving of zwarte handel tijdens de schaarste.
* Inwicht: Het document toont een "inwicht" (gewichtsverlies door indroging of bederf) van ruim 12.000 kg op een totaal van circa 246.000 kg (ongeveer 5%). Vooral bij rapen was het verlies relatief hoog.
* Financieel: De operatie werd nagenoeg quitte gedraaid, met een bescheiden winst van 500 gulden, waarvoor op het moment van schrijven nog geen bestemming was gevonden. Dit document stamt uit de winter van 1941-1942, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin de voedselvoorziening in Nederland steeds meer onder druk kwam te staan. De bezetter voerde een strak distributiesysteem in om de schaarse goederen te verdelen (hier gekoppeld aan het "puntenstelsel van de aardappelvoorziening").
De vermelding van de Ned. Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) is kenmerkend; dit was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de regie voerde over de tuinbouwsector. Het document illustreert hoe de lokale overheid in Gouda probeerde de voedselstroom te reguleren via bestaande handelskanalen (de Veiling) om excessen en honger in de stad te voorkomen. De winter van '41-'42 was bovendien streng, wat de opslag en distributie van producten zoals kool en wortelen (peen) bemoeilijkte.