Administratieve conceptbrief of rapport.
Origineel
Administratieve conceptbrief of rapport. 1 april 1942. (Opmerking: Tekst tussen vierkante haken [ ] duidt op doorhalingen of onzekere lezingen; tekst in de kantlijn is apart vermeld.)
[Linksboven:]
Tegemoetkoming kosten
inrichting kantoor
Nederl. Midden-
standsbank op
C.M.
[Rechtsboven:]
A’dam, 1/4 1942
W. L. M.
[In omkadering:] Dir. Zie aantekeningen op bijblad
[Hoofdtekst - met groot kruis erdoor:]
Hiermede heb ik de eer u te
berichten, dat de directie van de Nederl.
Middenstandsbank t.b.v. den gecentrali-
seerde verkoop (door de Combinatie van grossiers) van stapelgroenten [aangaande]
aan den kleinhandel (vide hieromtrent
mijn brief dd. [onleesbaar] No [onleesbaar])
in een der thans niet in gebruik zijnde
veilingzalen op de C.M. (de zgn. Zuidvruchten-
veiling) eenig kantoor/schrijfhok heeft doen inrichten;
de hieraan verbonden kosten hebben ruim
f 900.- bedragen (kosten voor timmerw., electrische inst. en schilderw.);
aangezien de Bank
voor hare bemoeiingen slechts een beperkte
vergoeding in rekening kan brengen, verzocht
zij de door haar ter zake uitgegeven kosten
tot een bedrag van [onleesbaar] door de
gemeente te doen overnemen; dit verzoek
komt mij alleszins billijk voor.
[Ingevoegd/Gemarkeerd blok:]
De Bank ontvangt voor hare bemoeiingen
ongeveer 0,25 per 100 kg van de grossiers-
combinatie; zij moet voor dit bedrag een
volledig „kantoor” ter beschikking stellen, waar
8 bankbedienden dagelijks werkzaam zijn.
Het komt mij daarom ongewenscht voor
bovenbedoelde inrichting te doen bekostigen
door de Ned. Middenstandsbank.
[Onder de lijn:]
De Combinatie betaalt o.a. 0,25 per 100 kg vergoeding aan
het Bureau „Velders” (V.V.O.) en 0,25 aan
de Bank en heeft verder een uitgebreid
personeels-corps bij de afgifte der goederen
aan het werk.
Ik meen er hierbij op te mogen wijzen
dat door de thans gevolgde wijze van verkoop
(welke van gemeentewege is bevorderd) de des-
betreffende artikelen tegen de daarvoor vastge-
stelde prijzen aan den kleinhandel
[Linker kantlijn in rood:]
Afspraken wijzigen -
Mevr. Wolter(?)
[Linksonder:]
zie memo
bijl. 1-2. * Inhoud: Het document is een ambtelijk advies over een financieel geschil. De Nederlandsche Middenstandsbank (NMB) heeft voor ca. 900 gulden een kantoor ingericht in de 'Zuidvruchtenveiling' op het terrein van de Centrale Markthallen in Amsterdam. Dit was nodig voor de administratieve afhandeling van de gecentraliseerde verkoop van 'stapelgroenten' (zoals aardappelen, kool, uien) tijdens de bezetting. De bank vraagt de gemeente Amsterdam om deze kosten te vergoeden.
* Financiële structuur: Er wordt gesproken over een vergoeding van 0,25 gulden per 100 kg die de bank ontvangt van de grossierscombinatie. De schrijver van het document vindt dit bedrag te laag om ook de inrichtingskosten te dekken, zeker omdat de bank acht personeelsleden moet inzetten.
* Administratieve sporen: Het grote kruis door de bovenste helft suggereert dat de tekst in een latere fase van de besluitvorming is aangepast of dat er een definitieve versie op een 'bijblad' is gekomen (zoals de aantekening rechtsboven vermeldt). De rode kanttekeningen wijzen op een revisieproces. * Historische context: Het document dateert van april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een systeem van distributie en centrale inkoop.
* Centrale Markthallen (C.M.): De locatie (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het logistieke hart van de voedselstroom naar de stad.
* Rol van de Bank: De Nederlandsche Middenstandsbank (een voorloper van de ING) trad hier op als administratief tussenpersoon om de geldstromen tussen de grossierscombinaties en de kleinhandel (winkeliers) in goede banen te leiden.
* V.V.O.: Er wordt verwezen naar het Bureau 'Velders' van de V.V.O. (Voedselvoorzieningsorganisatie), het overheidsorgaan dat verantwoordelijk was voor de voedseldistributie en prijsbeheersing tijdens de oorlogsjaren. Dit document illustreert de bureaucratische complexiteit en de kosten die gepaard gingen met het draaiende houden van de voedselvoorziening onder schaarste.