Handgeschreven notitie / intern memo.
Origineel
Handgeschreven notitie / intern memo. 13 mei 1941 (gebaseerd op de aantekening rechtsboven). In de tekst wordt verwezen naar november 1940 en 1 juni (1/6). [Links bovenaan, onderstreept]
der Crocq
[Rechts bovenaan, in kader]
Marcanti
13/5-'41 besproken
met Postuma
zal bekijken. M D
[Hoofdtekst]
pachter toiletten
in Marcanti
op 't ogenblik
betaalt hij geen pacht
moet m.i.v. 1/6 weer
betalen
half November 1940 gestaakt
met betalen.
daarvoor f 6,50 zomers
en 4,50 s'winters.
Moet nu weer f 4,= betalen
per 1/6; is niet - dit is niet te doen -
wij zitten voor algemeen belang
en is verkeerd, dat wij ervoor
moeten betalen.
Moeten al het materiaal
zelf leveren: closetpapier en schoonmaak. Het document is een administratieve notitie betreffende de pacht van de toiletgelegenheden in het bekende Amsterdamse uitgaanscentrum Marcanti. De kern van het document is een protest tegen de hervatting van pachtbetalingen.
De pachter (Der Crocq) was in november 1940 gestopt met betalen, vermoedelijk vanwege de oorlogsomstandigheden of verminderde klandizie. Voorheen bedroeg de pacht f 6,50 in de zomer en f 4,50 in de winter. Er wordt nu een nieuw bedrag van f 4,00 per 1 juni voorgesteld.
De schrijver voert twee argumenten aan waarom dit onredelijk is:
1. Maatschappelijk nut: Men stelt dat de dienst wordt verleend in het "algemeen belang".
2. Onkosten: De pachter moet zelf alle benodigdheden bekostigen, specifiek genoemd worden closetpapier en schoonmaakmiddelen/werkzaamheden.
Rechtsboven is een kanttekening geplaatst (gedateerd 13 mei 1941) door iemand met de initialen 'M D', die aangeeft dat de zaak met een zekere Postuma is besproken en dat deze de zaak zal bekijken. Marcanti aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam was in 1941 een belangrijke locatie. Oorspronkelijk gebouwd als kantine voor handelaren van de nabijgelegen Centrale Markthallen, groeide het uit tot een theater en uitgaansgelegenheid. Ten tijde van deze notitie (mei 1941) was Nederland precies een jaar bezet door nazi-Duitsland.
Dergelijke documenten bieden een unieke inkijk in de "micro-economie" van de bezettingsjaren. Terwijl grote politieke verschuivingen plaatsvonden, hielden kleine ondernemers en pachters zich bezig met de dagelijkse overlevingsstrijd, materiaalschaarste (zoals closetpapier) en het onderhandelen over guldens en kwartjes aan pacht. Het feit dat men spreekt over "algemeen belang" kan erop duiden dat de toiletten ook toegankelijk moesten zijn voor de marktkooplui of het publiek buiten de directe gasten van het etablissement.