Archief 745
Inventaris 745-376
Pagina 410
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

19 februari 1942. Van: De Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken, K.J. Frederiks. Dossier: 220, 240, 5412

Origineel

19 februari 1942. De Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken, K.J. Frederiks. No. 240 L.M. 1942. Afschrift.
D E P A R T E M E N T V A N B I N N E N L A N D S C H E Z A K E N

Betreffende: aanwijzing van automobielen voor dringend noodzakelijk vervoer.

No. 5412, Afd. B.B. Bur. O.O. en V.
's Gravenhage, 19 Februari 1942.

Door mijn ambtgenoot van Waterstaat wordt onder mijn aandacht gebracht, dat, naar hem wordt medegedeeld, in enkele gemeenten door de burgemeesters aan houders van vrachtautomobielen opdracht wordt gegeven, hun vervoermiddelen voor bepaalde doeleinden, bijv. voor dringend noodzakelijk te verrichten vervoer van levensmiddelen, te bezigen, waarbij tevens door hen de vervoerprijs zou worden vastgesteld.

Mijn voornoemde ambtgenoot merkt in verband hiermede het volgende op:
"Het zal U bekend zijn, dat de bevoegdheid, om ten aanzien van vrachtautomobielen op te treden in den geest als hierboven omschreven, krachtens art. 1 der aanwijzingsbeschikking Vervoermiddelen II 1939 (Ned. Stcrt. 9 November 1939 No. 220) is gelegd in handen van Rijksinspecteurs van het Verkeer in de districten voor het Goederenvervoer.

De genoemde Rijksinspecteurs hebben voorts de regionale leiding van den "Autobevrachtingsdienst van het Departement van Waterstaat" (A.B.D.), die over een honderdtal agentschappen en sub-agentschappen in alle deelen des lands beschikt en die aan de hand van vastgestelde tarieven werkt.

Teneinde te bereiken, dat een zoo efficient mogelijk gebruik wordt gemaakt van de beschikbare vervoermiddelen en de zeer beperkte hoeveelheden vloeibare, zoowel als de vervangende motorbrandstoffen en bovendien het niveau der vervoerprijzen zich blijft bewegen binnen de grenzen, die in het kader der prijsvormingsmaatregelen moeten worden aangelegd, komt het mij zeer gewenscht voor, dat, ingeval zich in een gemeente de noodzaak doet gevoelen, de beschikking te verkrijgen over een vrachtauto, de burgemeester zich in verbinding stelt met den Rijksinspecteur van het Verkeer van het District, waarin zijn gemeente gelegen is, opdat deze functionnaris, die nauwkeurig bekend is met het vervoerapparaat in zijn ressort, maatregelen kan treffen om voor het gewenschte vervoermiddel te zorgen.

Het gevaar, dat voor het vervoer in kwestie een prijs zou worden betaald, die niet in overeenstemming is met dien, welke op grond van het Vervoerprijsbesluit 1940 en het Prijsvormingsbesluit 1941 toelaatbaar is, wordt bij het volgen van de zooëven geschetste gedragslijn tevens voorkomen."

Ter voldoening aan het desbetreffend verzoek van mijn meergendoemden ambtgenoot, noodig ik U uit U, in daartoe aanleiding gevende gevallen, te wenden tot den bevoegden Rijksinspecteur van het Verkeer, dan wel tot het dichtst bijzijnde agentschap of sub-agentschap van den A.B.D.

Ik vertrouw, dat U met het bovenstaande rekening zult willen houden.

DE SECRETARIS-GENERAAL VAN HET
DEPARTEMENT VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN,
(get.) Frederiks

AAN Heeren Burgemeesters
der onderscheidene gemeenten.

--- Dit document is een officiële circulaire waarin de Secretaris-Generaal van Binnenlandsche Zaken, Frederiks, burgemeesters corrigeert op hun bevoegdheden wat betreft het vorderen van vrachtvervoer.

De kernpunten zijn:
1. Jurisdictieconflict: Burgemeesters hadden op eigen initiatief vrachtwagens gevorderd voor lokaal essentieel transport (zoals voedseldistributie) en zelf de prijzen hiervoor bepaald. Het Departement van Waterstaat maakt hiertegen bezwaar.
2. Centralisatie: De bevoegdheid ligt volgens de wet bij de Rijksinspecteurs van het Verkeer en de Autobevrachtingsdienst (A.B.D.). Burgemeesters worden gesommeerd zich voortaan tot deze instanties te wenden.
3. Schaarste en Controle: De noodzaak voor deze centralisatie wordt gemotiveerd door de grote schaarste aan brandstof (zowel benzine als 'vervangende' brandstoffen zoals houtgas) en de noodzaak om strikte prijscontroles te handhaven om inflatie of zwarte handel tegen te gaan.
4. Terminologie: De term "vervangende motorbrandstoffen" duidt op de houtgasgeneratoren die tijdens de bezetting op voertuigen werden gemonteerd bij gebrek aan benzine.

--- Ten tijde van dit schrijven, februari 1942, was Nederland bijna twee jaar bezet door nazi-Duitsland. De Nederlandse overheid stond onder toezicht van de bezetter, maar de dagelijkse administratie werd nog grotendeels door de Nederlandse secretarissen-generaal uitgevoerd. K.J. Frederiks voerde een politiek van 'aanblijven om erger te voorkomen'.

De schaarste aan alles, inclusief brandstof en transportmiddelen, was in 1942 nijpend geworden. De Duitse bezetter eiste een groot deel van de transportcapaciteit op voor de eigen oorlogsvoering. Om de Nederlandse economie en voedselvoorziening niet volledig te laten instorten, was een strakke regie vanuit de overheid noodzakelijk. Dit document illustreert de verschuiving van lokale autonomie (burgemeesters) naar een centraal geleide distributie-economie die beter controleerbaar was voor zowel de Nederlandse departementen als de bezettingsautoriteiten. A.B.D.

Samenvatting

Dit document is een officiële circulaire waarin de Secretaris-Generaal van Binnenlandsche Zaken, Frederiks, burgemeesters corrigeert op hun bevoegdheden wat betreft het vorderen van vrachtvervoer.

De kernpunten zijn:
1. Jurisdictieconflict: Burgemeesters hadden op eigen initiatief vrachtwagens gevorderd voor lokaal essentieel transport (zoals voedseldistributie) en zelf de prijzen hiervoor bepaald. Het Departement van Waterstaat maakt hiertegen bezwaar.
2. Centralisatie: De bevoegdheid ligt volgens de wet bij de Rijksinspecteurs van het Verkeer en de Autobevrachtingsdienst (A.B.D.). Burgemeesters worden gesommeerd zich voortaan tot deze instanties te wenden.
3. Schaarste en Controle: De noodzaak voor deze centralisatie wordt gemotiveerd door de grote schaarste aan brandstof (zowel benzine als 'vervangende' brandstoffen zoals houtgas) en de noodzaak om strikte prijscontroles te handhaven om inflatie of zwarte handel tegen te gaan.
4. Terminologie: De term "vervangende motorbrandstoffen" duidt op de houtgasgeneratoren die tijdens de bezetting op voertuigen werden gemonteerd bij gebrek aan benzine.


Historische Context

Ten tijde van dit schrijven, februari 1942, was Nederland bijna twee jaar bezet door nazi-Duitsland. De Nederlandse overheid stond onder toezicht van de bezetter, maar de dagelijkse administratie werd nog grotendeels door de Nederlandse secretarissen-generaal uitgevoerd. K.J. Frederiks voerde een politiek van 'aanblijven om erger te voorkomen'.

De schaarste aan alles, inclusief brandstof en transportmiddelen, was in 1942 nijpend geworden. De Duitse bezetter eiste een groot deel van de transportcapaciteit op voor de eigen oorlogsvoering. Om de Nederlandse economie en voedselvoorziening niet volledig te laten instorten, was een strakke regie vanuit de overheid noodzakelijk. Dit document illustreert de verschuiving van lokale autonomie (burgemeesters) naar een centraal geleide distributie-economie die beter controleerbaar was voor zowel de Nederlandse departementen als de bezettingsautoriteiten.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Dieren: Hond Huishoudelijk: Brandstof Olie & Techniek: Machine Olie & Techniek: Motor Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 12

Auto's met aanhangwagens 4
Auto's met aanhangwagens 4
E. Kool 497
E. Kool 497
Luxe auto's -
Luxe auto's -
Paard en wagens 193
Paard en wagens 193
R. Kool 1205
R. Kool 1205
W. Kool 1155
W. Kool 1155

Gerelateerde Documenten 4