Brief (doorslag/kopie)
Origineel
Brief (doorslag/kopie) 27 april 1942 Onbekend (vermoedelijk een gemeentelijke instantie van Amsterdam, gezien de context). [Linksboven in handschrift:] No 368 Lm. 1942
[Stempel:] Nº 371/1/14 M. 1942 28/4
[Rechtsboven in rood potlood:] Dm
[Rechtsboven:] XXXX 27 April 1942. XM
[Rechtsboven handgeschreven paraaf in blauw/paars]
In antwoord op Uw brief d.d. 21 April j.l. No. 11874 A.Z. deel ik U mede goede nota er van te hebben genomen, dat Uwerzijds niet aan tuinders uit de omgeving van Amsterdam, die hun producten op de veiling aan de Centrale Markt te Amsterdam aanvoeren, een crediet wordt verleend als bijdrage in de kosten die zij hebben te maken bij ombouw van hun auto’s voor persgasinstallaties.
Op Uw suggestie om nu van gemeentewege tot een zekere borgstelling in deze over te gaan, kan ik niet besluiten, daar het hier een aangelegenheid betreft, die gerekend moet worden te behooren tot de taak van Uw Bureau, waar ook de verantwoordelijkheid voor den verderen gang van zaken op moet blijven rusten.
Wel heb ik op Uw aanraden kunnen besluiten mij nogmaals met het Departement van Financiën in verbinding te stellen, waar namens mij besprekingen zijn gevoerd met den heer van Kampen, hoofd van de afdeeling, welke de verstrekking uit het Fonds voor Bijzondere Financiering voor den Middenstand behandelt.
In deze bespreking is medegedeeld, dat uit genoemd Fonds uitsluitend commerciëele credieten kunnen worden verstrekt. Het verzoek van de tuinders om een bijdrage in het te verleenen crediet, draagt het karakter van een subsidie. Dit kan voor het onderhavige doel slechts verkregen worden ^of^ uit het Landbouwcrisisfonds, ^of^ ~~XXXXXX~~ ^door^ dat van de zijde van het Departement van Landbouw en Visscherij een aanvrage om subsidie bij het Departement voor Financiën wordt aanhangig gemaakt.
Op een vraag dezerzijds of, zoo eventueel een zoodanig voorstel bij Financiën zou binnenkomen, dit niet à priori principieel zou worden afgewezen, werd medegedeeld dat dit niet het geval zou zijn, gelet op het geval dat van de zijde van het Departement van Waterstaat ook al een soortgelijk crediet voor de binnenscheepvaart was verkregen.
Ik moge U nu dringend in overweging geven, zoo U niet op Uw aanvankelijke opvatting om zelf een crediet te verleenen meent terug te kunnen komen, althans dan te willen bevorderen, dat van ^Uwe^ ~~de~~ zijde ~~XXXXXXXXXXXXXX~~ [doorgestreept]
den heer ir. S.L. Louwes,
Directeur Generaal van de
Voedselvoorziening,
Zeekant 35,
S C H E V E N I N G E N. Dit document is een ambtelijke correspondentie uit de Tweede Wereldoorlog (1942) over de financiering van de voedselvoorziening onder moeilijke omstandigheden. Door brandstoftekorten moesten vrachtwagens van tuinders worden omgebouwd naar persgasinstallaties (gasgeneratoren). Er ontstaat hier een bureaucratisch geschil over wie de kosten hiervoor moet dragen of wie garant moet staan voor de leningen: de gemeente Amsterdam, het bureau van de Directeur Generaal van de Voedselvoorziening, of het Ministerie van Financiën via specifieke noodfondsen. De toon is beleefd doch dringend, waarbij de afzender probeert de verantwoordelijkheid terug te leggen bij de rijksoverheid (ir. Louwes). Ir. S.L. Louwes was tijdens de bezetting een spilfiguur in de Nederlandse voedselvoorziening. Hij probeerde de productie en distributie van voedsel zo goed mogelijk op peil te houden binnen de beperkingen van de Duitse bezetter. Het gebruik van alternatieve brandstoffen zoals persgas of houtgas was essentieel omdat benzine grotendeels gevorderd was voor de Wehrmacht. Dit document illustreert de dagelijkse bestuurlijke worstelingen om de logistiek van de voedselketen (de aanvoer naar de Centrale Markt in Amsterdam) draaiende te houden. De verwijzing naar het 'Landbouwcrisisfonds' toont aan dat men gebruik probeerde te maken van instituten die al voor de oorlog (tijdens de economische crisis van de jaren '30) waren opgericht.