Brief/Memorandum (getypt)
Origineel
Brief/Memorandum (getypt) 20 december 1941 De Bedrijfschef, w.g. Jac. Boerse [Handgeschreven, linksboven:] U
[Handgeschreven, bovenaan midden:] Voorloopig bergen in dossier transport? [gevolgd door een paraaf en een rood vinkje]
Amsterdam, 20 December 1941.
De benzinewagens, die zullen worden omgebouwd tot persgaswagens zullen ten dienste komen van de gezamenlijke tuinders. Het gebruiksrecht is voor de gezamenlijke tuinders. Mochten er in de toekomstige maanden nog enkele benzinewagens kunnen loopen dan is het gebruiksrecht ook voor de gezamenlijke tuinders.
Benzine en persgas zullen het gezamenlijke product der tuinders naar de Centrale Markt moeten brengen. Persgas en benzine zijn dan onafscheidelijk met elkaar verbonden. De tuinders, die hun product met benzine of persgas naar de Centrale Markt laten vervoeren hetzij per as of per schuit zullen mijns inziens de schuld moeten dragen, die ontstaat door de ombouwing van benzinewagens tot persgaswagens. Wanneer f 1.000,- per maand wordt afgelost, moet dit opgebracht worden door die tuinders, die of van een persgas- of benzinewagen en benzineschuit gebruik maken.
Het aantal geschat op ± 250 beteekent, dit een bedrag van f 4,- per maand en per tuinder.
Deze omslag lijkt mij echter niet billijk, daar kleine en groote tuinders hetzelfde bedrag zouden moeten betalen. De benzine en persgaswagens en motorschuiten worden bevracht door een boven de individueele tuinders staande commissie. Het beschikbare vervoersapparaat wordt voor 100% gebruikt, wat vóór dien niet gezegd kan worden.
Door het economische gebruik zal ook de vracht lager kunnen zijn. uit en [doorgehaald: xx] dit verschil zal mijns inziens de f 1.000,- per maand kunnen worden betaald.
Met andere woorden zal de f 1.000,- per maand kunnen worden betaald zonder dat de bestaande vrachtttarieven behoeven te worden verhoogd.
Het aandeel, dat de Gemeente, van het totaal schuldbedrag voor zijn rekening zal nemen speelt mijns inziens nu nog geen rol.
Dat komt pas ter sprake wanneer de oorlog is afgeloopen en het verkeersapparaat weer normaal is. Dan zal er hoogstwaarschijnlijk nog wel een schuld staan. Dan zal de Gemeente moeten beslissen, welk gedeelte zij dan voor haar rekening neemt.
De schuld, die is ontstaan door het ombouwen moet niet ten laste komen van de tuinder, wiens wagen wordt omgebouwd, maar ten laste van de gezamenlijke tuinders, die van benzine en persgas gebruik maken.
De Bedrijfschef,
w.g. Jac. Boerse.
Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen,
A l h i e r .
--- * Kernproblematiek: Vanwege de schaarste aan brandstoffen tijdens de Tweede Wereldoorlog moeten transportwagens worden omgebouwd van benzine naar "persgas" (gecomprimeerd gas). Dit brengt aanzienlijke kosten met zich mee (een schuld van f 1.000,- per maand aflossing).
* Financieel voorstel: De bedrijfschef stelt voor om de kosten niet te verhalen op de individuele eigenaar van de wagen, maar solidair te verdelen over alle tuinders die gebruikmaken van het transportnetwerk naar de Centrale Markt in Amsterdam.
* Sociale rechtvaardigheid: Er wordt kritiek geuit op een vast bedrag per tuinder (f 4,-), omdat dit kleine tuinders naar verhouding zwaarder treft dan grote tuinders.
* Efficiëntie: De afzender merkt op dat door de centrale regie (een commissie) de vervoersmiddelen nu voor 100% bezet zijn, wat een kostenbesparing oplevert. Deze besparing zou gebruikt moeten worden om de ombouw te financieren, zodat de vrachtarieven gelijk kunnen blijven.
* Rol van de overheid: De gemeente Amsterdam (eigenaar van het Marktwezen) wordt buiten de directe financiering gehouden tot na de oorlog; pas dan kan gekeken worden naar kwijtschelding van de resterende schuld.
--- Dit document stamt uit december 1941, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland leidde tot extreme tekorten aan grondstoffen en brandstof. Benzine was nagenoeg uitsluitend bestemd voor de Wehrmacht en essentiële diensten. Het transport van levensmiddelen naar de steden (zoals de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam) was van vitaal belang om de voedselvoorziening in stand te houden. De overgang op alternatieve brandstoffen zoals persgas of houtgasgeneratoren was in deze jaren een algemeen verschijnsel. De brief toont de bureaucratische en economische inspanningen om de logistieke keten onder druk draaiende te houden.