Archief 745
Inventaris 745-376
Pagina 452
Dossier 93
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

20 december 1941 Van: Jac. Boerse, Bedrijfschef Aan: Directeur van het Marktwezen, Amsterdam

Origineel

20 december 1941 Jac. Boerse, Bedrijfschef Directeur van het Marktwezen, Amsterdam Amsterdam, 20 December 1941.

De benzinewagens, die zullen worden omgebouwd tot persgaswagens zullen ten dienste komen van de gezamenlijke tuinders. Het gebruiksrecht is voor de gezamenlijke tuinders. Mochten er in de toekomstige maanden nog enkele benzinewagens kunnen loopen dan is het gebruiksrecht ook voor de gezamenlijke tuinders.

Benzine en persgas zullen het gezamenlijke product der tuinders naar de Centrale Markt moeten brengen. Persgas en benzine zijn dan onafscheidelijk met elkaar verbonden. De tuinders, die hun product met benzine of persgas naar de Centrale Markt laten vervoeren hetzij per as of per schuit zullen mijns inziens de schuld moeten dragen, die ontstaat door de ombouwing van benzinewagens tot persgaswagens. Wanneer f 1.000,- per maand wordt afgelost, moet dit opgebracht worden door die tuinders, die of van een persgas- of benzinewagen en benzineschuit gebruik maken.

Het aantal geschat op ± 250 beteekent, dit een bedrag van f 4,- per maand en per tuinder.
Deze omslag lijkt mij echter niet billijk, daar kleine en groote tuinders hetzelfde bedrag zouden moeten betalen. De benzine en persgaswagens en motorschuiten worden bevracht door een boven de individueele tuinders staande commissie. Het beschikbare vervoersapparaat wordt voor 100% gebruikt, wat vóór dien niet gezegd kan worden.

Door het economische gebruik zal ook de vracht lager kunnen zijn. en uit dit verschil zal mijns inziens de f 1.000,- per maand kunnen worden betaald.

Met andere woorden zal de f 1.000,- per maand kunnen worden betaald zonder dat de bestaande vrachttarieven behoeven te worden verhoogd.

Het aandeel, dat de Gemeente, van het totaal schuldbedrag voor zijn rekening zal nemen speelt mijns inziens nu nog geen rol.

Dat komt pas ter sprake wanneer de oorlog is afgeloopen en het verkeersapparaat weer normaal is. Dan zal er hoogstwaarschijnlijk nog wel een schuld staan. Dan zal de Gemeente moeten beslissen, welk gedeelte zij dan voor haar rekening neemt.

De schuld, die is ontstaan door het ombouwen moet niet ten laste komen van den tuinder, wiens wagen wordt omgebouwd, maar ten laste van de gezamenlijke tuinders, die van benzine en persgas gebruik maken.

De Bedrijfschef,
w.g. Jac. Boerse.

Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen,
A l h i e r . In dit document doet de bedrijfschef Jac. Boerse een voorstel over hoe de kosten voor de noodzakelijke technische aanpassing van het transportmaterieel verdeeld moeten worden. Door de brandstofschaarste moeten benzinewagens worden omgebouwd naar 'persgas'.

De kernpunten van zijn betoog zijn:
1. Collectieve verantwoordelijkheid: De schuld voor de ombouw moet niet rusten op de individuele eigenaar van een wagen, maar gedragen worden door alle tuinders die gebruikmaken van het transportnetwerk naar de Centrale Markt.
2. Efficiëntie als financiering: In plaats van een vaste omslag per tuinder (wat onrechtvaardig zou zijn voor kleine tuinders), stelt hij voor de schuld af te lossen uit de winst die behaald wordt door een efficiëntere centrale planning. Door het vervoersapparaat voor 100% te benutten, kunnen de vrachttarieven gelijk blijven terwijl de kosten voor de ombouw uit de besparing worden betaald.
3. Toekomstige rol gemeente: De auteur suggereert dat de gemeente Amsterdam pas na de oorlog hoeft te beslissen of zij een deel van de restschuld op zich neemt. Het document dateert uit december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een nijpend tekort aan vloeibare brandstoffen zoals benzine, omdat deze werden opgeëist voor de Duitse oorlogsmachine.

Om de voedselvoorziening in steden als Amsterdam op peil te houden, was het essentieel dat producten van tuinders de Centrale Markt bleven bereiken. Hiervoor werd op grote schaal overgegaan op alternatieve brandstoffen zoals persgas of houtgas (generatoren).

De brief illustreert tevens de toenemende centralisering en regulering van de economie tijdens de bezettingsjaren; individuele tuinders werkten niet langer zelfstandig aan hun transport, maar werden aangestuurd door een overkoepelende commissie om schaarse middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten.

Samenvatting

In dit document doet de bedrijfschef Jac. Boerse een voorstel over hoe de kosten voor de noodzakelijke technische aanpassing van het transportmaterieel verdeeld moeten worden. Door de brandstofschaarste moeten benzinewagens worden omgebouwd naar 'persgas'.

De kernpunten van zijn betoog zijn:
1. Collectieve verantwoordelijkheid: De schuld voor de ombouw moet niet rusten op de individuele eigenaar van een wagen, maar gedragen worden door alle tuinders die gebruikmaken van het transportnetwerk naar de Centrale Markt.
2. Efficiëntie als financiering: In plaats van een vaste omslag per tuinder (wat onrechtvaardig zou zijn voor kleine tuinders), stelt hij voor de schuld af te lossen uit de winst die behaald wordt door een efficiëntere centrale planning. Door het vervoersapparaat voor 100% te benutten, kunnen de vrachttarieven gelijk blijven terwijl de kosten voor de ombouw uit de besparing worden betaald.
3. Toekomstige rol gemeente: De auteur suggereert dat de gemeente Amsterdam pas na de oorlog hoeft te beslissen of zij een deel van de restschuld op zich neemt.

Historische Context

Het document dateert uit december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een nijpend tekort aan vloeibare brandstoffen zoals benzine, omdat deze werden opgeëist voor de Duitse oorlogsmachine.

Om de voedselvoorziening in steden als Amsterdam op peil te houden, was het essentieel dat producten van tuinders de Centrale Markt bleven bereiken. Hiervoor werd op grote schaal overgegaan op alternatieve brandstoffen zoals persgas of houtgas (generatoren).

De brief illustreert tevens de toenemende centralisering en regulering van de economie tijdens de bezettingsjaren; individuele tuinders werkten niet langer zelfstandig aan hun transport, maar werden aangestuurd door een overkoepelende commissie om schaarse middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten.

Locaties

Amsterdam

Ambtenaren

Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 12

Auto's met aanhangwagens 4
Auto's met aanhangwagens 4
E. Kool 497
E. Kool 497
Luxe auto's -
Luxe auto's -
Paard en wagens 193
Paard en wagens 193
R. Kool 1205
R. Kool 1205
W. Kool 1155
W. Kool 1155

Gerelateerde Documenten 4