Notulen/verslag van een vergadering (pagina 2).
Origineel
Notulen/verslag van een vergadering (pagina 2). -2-
spinazie niet meer dan 8 cent en het is zonder meer begrijpelijk, dat daaruit geen hooge vrachtprijzen kunnen worden betaald. Het is daarom noodig, dat het crediet wordt uitgebreid over een periode van minstens 4 jaar.
De Directeur wijst erop, dat het hier een rijkscrediet betreft, zoodat de risi-co's voor rekening zijn van het Rijk. Het is begrijpelijk, dat de Regeering dit risico's wil beperken en daarom stelt men zich op het standpunt, dat de aflossing binnen twee jaar moet zijn ge-schied en dat dus de exploitatie hierop moet zijn gebaseerd.
De heer Bax zal de Regeering voorstellen om het crediet te doen loopen over een periode van vier jaar echter onder de conditio sine que non, dat er een vervoerscentrale komt onder leiding van de Gemeente, die het vervoer zoo efficient mogelijk zal regelen.
Hierna komen de tuinders Bol, Castelijn en Geerts ter vergadering.
De heer Bax geeft een uiteenzetting van de credietmogelijkheden.
De heer Bol bestrijdt op uitgebreide wijze de mogelijkheid voor de tuinders om een te verstrekken crediet binnen twee jaren af te lossen. Het is onmogelijk, dat het tuindersbedrijf extra lasten op zich neemt. Naar spreker's meening moeten deze lasten dan ook komen voor rekening van de gemeenschap.
De Directeur voert hiertegen aan, dat de prijzen het laatste jaar beter zijn geweest dan jaren tevoren. Het lijkt spreker onjuist, dat de tuin-ders bij voorbaat stellen, dat zij niets kunnen betalen, want dit strijdt met de feiten. De tuinders hebben de laatste maanden ook moeten vervoeren tegen een vrachtprijs van 4 cent per collo. Het lijkt spreker noodzakelijk, dat de tuinders beginnen met het ver-leenen van medewerking. Indien blijkt, dat de kosten niet kunnen worden opgebracht, zal stellig het plegen van overleg met de Regeering niet achterwege blijven.
De heer Bol bestrijdt dit standpunt en zegt, dat de tuinders niet ^te gelijke vrachtrijder en tuinder kan zijn. De tuinders willen graag mee-werken, maar dan moet de mogelijkheid daartoe ook aanwezig zijn.
De heer Janssonius zegt, dat indien 108 auto's één rit kunnen maken, dan moet het dus mogelijk zijn, dat 54 auto's hetzelfde vervoer in 2 ritten doen. In dat geval is er niet meer arbeidstijd noodig dan thans. Bovendien acht spreker het niet noodig, dat de tuinders zelf hun auto's rijden.
Broerse zegt nog, dat indien de vrachten zoodanig worden gesteld, dat er geen nieuwe lasten op het bedrijf komen, dan is er toch geen probleem meer. De organisatie moet verbeterd worden. Wanneer de geheele organisatie in een hand wordt gelegd, die de zaak zoodanig regelt, dat zoo efficient mogelijk kan worden gewerkt, dan zitten er toch perspectieven in dit bedrijf.
De heer Van Meurs adviseert den tuinders nog om te beginnen met het ombouwen en dan in de practijk te beoordeelen wat er gebeuren moet indien de tuinders niet in staat zijn om de aflossingen te voldoen. Dan zal bijvoorbeeld of het tarief moeten worden verhoogd of de garan-tie moet worden aangesproken. Het feit, dat de Middenstandsbank * Taalgebruik: Het document hanteert de oude spelling (vóór 1947), zichtbaar in woorden als hooge, noodig, crediet, zoodat en regeering.
* Kernconflict: Er is een spanningsveld tussen de overheid (die een snelle aflossing van 2 jaar eist om risico's te beperken) en de tuinders (die pleiten voor 4 jaar vanwege de lage marges op producten zoals spinazie).
* Logistieke discussie: Er wordt gesproken over de oprichting van een gemeentelijke 'vervoerscentrale'. Opvallend is de rekenkundige benadering van De heer Janssonius over de inzet van vrachtwagens (het halveren van het aantal wagens door het aantal ritten te verdubbelen).
* Financiële details: Er wordt gerefereerd aan een vrachtprijs van "4 cent per collo" (een collo is een transporteenheid/verpakking). Er is sprake van een garantie die mogelijk aangesproken moet worden bij de Middenstandsbank. Dit document biedt een inkijk in de sociaaleconomische geschiedenis van de Nederlandse land- en tuinbouw. De discussie over rijkscredieten wijst op een periode waarin de sector financieel kwetsbaar was en steun nodig had van het Rijk. De rol van de overheid en de gemeente bij het centraliseren van vervoer was een poging tot modernisering en efficiëntieverhoging om de concurrentiepositie van de tuinders te verbeteren. De "Middenstandsbank" (de voorloper van de ING-tak) speelde hierbij een cruciale rol als financier voor de kleine ondernemers.