Archief 745
Inventaris 745-376
Pagina 505
Dossier 2C
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven aantekeningen (notulen of gespreksverslag)

7 april 1941

Origineel

Handgeschreven aantekeningen (notulen of gespreksverslag) 7 april 1941 7 April 1941
Mr. Buddingh C.C.C.D.
Dinkgreve, Bol, v.d. Brink = Tuinderscomb.
Siana, Broerse,

Dinkgreve veilen van tuinders.
ook in 1914. buitenlands over veilen
binnenland toen niet.
vrees en toen alles weer naar markt.
crisis en steun uitgekeerd als er
geveild werd. Was ondoenlijk.
Markttuinder verkopen aan consument
Ziet niet in
markttuinders laten en eruit halen
wat moet worden geexporteerd.
Veilen aan grossiers.
Kwaliteitssortering. Publiek is gewend
aan tuindersproducten. Allerlei dingen
zullen de tuinders moeten schaffen om
in haven veiling te worden opgemaakt.
Schade voor markt en voor consument en
voor tuinders in Amsterdam. Brengt kwali-
teit naar beneden. Tuinder gaat dan
ook flodderproduct kweken. Als we ’t gewicht
maar halen. Kwaliteit is minder.
500 tuinders kunnen niet tegelijk
veilen in Amsterdam. Dit document bevat aantekeningen van een bespreking over de verplichte veiling van tuinbouwproducten in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het betoog (waarschijnlijk namens de 'Tuinderscombinatie') is een bezwaar tegen het verplichten van tuinders om hun waar via een centrale veiling aan grossiers te verkopen, in plaats van de traditionele directe verkoop op de markt aan consumenten.

De belangrijkste argumenten die worden aangehaald zijn:
1. Historisch perspectief: Er wordt verwezen naar de situatie in 1914 (Eerste Wereldoorlog), waarbij veilen voor de export wel gebeurde, maar voor de binnenlandse markt niet succesvol bleek.
2. Kwaliteitsverlies: Men vreest dat een anoniem veilingsysteem leidt tot "flodderproducten". Als de persoonlijke band met de afnemer verdwijnt en alleen gewicht telt, gaat de kwaliteit naar beneden.
3. Logistieke onhaalbaarheid: De opmerking dat 500 tuinders niet tegelijkertijd kunnen veilen, wijst op een gebrek aan infrastructuur en vrees voor chaos.
4. Consumentenbelang: De directe toegang van de Amsterdamse consument tot verse producten van de markttuinder komt in het gedrang. Het document dateert van april 1941, een klein jaar na het begin van de Duitse bezetting. De bezetter en de Nederlandse distributieorganen (zoals de C.C.C.D.) streefden naar een totale controle over de voedselvoorziening. Een verplichte veilinggang was een middel om grip te krijgen op de prijzen, de distributie en de export naar Duitsland, en om de 'zwarte markt' tegen te gaan.

Voor de Amsterdamse tuinders (met name uit gebieden als Sloten, de Watergraafsmeer en benoorden het IJ) was dit een ingrijpende verandering. Zij waren gewend hun producten direct naar de Amsterdamse markten (zoals de Centrale Markthallen) te brengen. De discussie over "kwaliteit" versus "gewicht" is tekenend voor de overgang van een ambachtelijke, lokale markt naar een strak gereguleerde oorlogseconomie. De genoemde Mr. Buddingh was een functionaris die betrokken was bij de ordening van de handel in deze periode. Mr. Buddingh Dinkgreve Bol v.d. Brink Siana Broerse.

Samenvatting

Dit document bevat aantekeningen van een bespreking over de verplichte veiling van tuinbouwproducten in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het betoog (waarschijnlijk namens de 'Tuinderscombinatie') is een bezwaar tegen het verplichten van tuinders om hun waar via een centrale veiling aan grossiers te verkopen, in plaats van de traditionele directe verkoop op de markt aan consumenten.

De belangrijkste argumenten die worden aangehaald zijn:
1. Historisch perspectief: Er wordt verwezen naar de situatie in 1914 (Eerste Wereldoorlog), waarbij veilen voor de export wel gebeurde, maar voor de binnenlandse markt niet succesvol bleek.
2. Kwaliteitsverlies: Men vreest dat een anoniem veilingsysteem leidt tot "flodderproducten". Als de persoonlijke band met de afnemer verdwijnt en alleen gewicht telt, gaat de kwaliteit naar beneden.
3. Logistieke onhaalbaarheid: De opmerking dat 500 tuinders niet tegelijkertijd kunnen veilen, wijst op een gebrek aan infrastructuur en vrees voor chaos.
4. Consumentenbelang: De directe toegang van de Amsterdamse consument tot verse producten van de markttuinder komt in het gedrang.

Historische Context

Het document dateert van april 1941, een klein jaar na het begin van de Duitse bezetting. De bezetter en de Nederlandse distributieorganen (zoals de C.C.C.D.) streefden naar een totale controle over de voedselvoorziening. Een verplichte veilinggang was een middel om grip te krijgen op de prijzen, de distributie en de export naar Duitsland, en om de 'zwarte markt' tegen te gaan.

Voor de Amsterdamse tuinders (met name uit gebieden als Sloten, de Watergraafsmeer en benoorden het IJ) was dit een ingrijpende verandering. Zij waren gewend hun producten direct naar de Amsterdamse markten (zoals de Centrale Markthallen) te brengen. De discussie over "kwaliteit" versus "gewicht" is tekenend voor de overgang van een ambachtelijke, lokale markt naar een strak gereguleerde oorlogseconomie. De genoemde Mr. Buddingh was een functionaris die betrokken was bij de ordening van de handel in deze periode.

Genoemde Personen 6

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 12

Auto's met aanhangwagens 4
Auto's met aanhangwagens 4
E. Kool 497
E. Kool 497
Luxe auto's -
Luxe auto's -
Paard en wagens 193
Paard en wagens 193
R. Kool 1205
R. Kool 1205
W. Kool 1155
W. Kool 1155

Gerelateerde Documenten 4