Archief 745
Inventaris 745-381
Pagina 22
Dossier 44
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift / zakelijke brief.

20 april 1942. Van: W. van het Rab, Soerabajastraat 42, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift / zakelijke brief. 20 april 1942. W. van het Rab, Soerabajastraat 42, Amsterdam. № 46A/75/1 M. 1942 21/4 [stempel/notitie]

Amsterdam 20 April 1942
Insp.

Betr
Toewijzing
voor Gerookte Visch.

Mijnheer
Daar ik altijd visch van J. Markis en van C. Reus en van Oosterbaan uit Volendam en P. Wouden uit ijmuiden heb gehad alle jaren en nu kunnen ze mij geen gerookte Visch meer leveren kan ik nu van de Vischmarkt alhier mijn gerookte Visch koopen.

Mijn Vergunning Nummer is № 424.

Georganiseerd bij de Nederlandsche Visscherij Centrale onder nummer № 07995

Ondergetekende
W. van het Rab
Soerabajastr 42
A. dam Het document is een formeel verzoek van een vishandelaar (W. van het Rab) aan een inspectie-instantie. De schrijver zet uiteen dat zijn reguliere leveranciers uit Volendam (J. Markis, C. Reus en Oosterbaan) en IJmuiden (P. Wouden) niet langer in staat zijn gerookte vis te leveren. Hij vraagt daarom toestemming om zijn handelsvoorraad voortaan op de lokale Amsterdamse vismarkt in te kopen.

De brief bevat specifieke administratieve details die typerend zijn voor de gereguleerde economie van die tijd:
* Een persoonlijk vergunningsnummer (№ 424).
* Een registratienummer bij de 'Nederlandsche Visscherij Centrale' (№ 07995).
* De spelling is conform de toen geldende normen (bijv. "Visch", "koopen"). Dit document stamt uit april 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening en handel streng gereguleerd via een systeem van distributie en centrale organisaties.

De genoemde Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) werd door de bezetter ingesteld om de totale controle over de visserijsector en de visverwerking te verkrijgen. Handelaren waren verplicht zich hierbij aan te sluiten en moesten voor vrijwel elke wijziging in hun inkoopkanaal of toewijzing officiële toestemming vragen. Het feit dat leveranciers uit kustplaatsen als IJmuiden en Volendam niet meer konden leveren, kan duiden op de toenemende schaarste, vorderingen door de Wehrmacht, of beperkingen die de bezetter oplegde aan de visserij op de Noordzee en het IJsselmeer (Sperrgebiet).

De afzender woonde in de Soerabajastraat in de Indische Buurt (Amsterdam-Oost), een wijk die in 1942 zwaar getroffen werd door de anti-Joodse maatregelen, hoewel uit dit specifieke document niet direct de achtergrond van de schrijver blijkt, anders dan zijn beroep als vishandelaar.

Samenvatting

Het document is een formeel verzoek van een vishandelaar (W. van het Rab) aan een inspectie-instantie. De schrijver zet uiteen dat zijn reguliere leveranciers uit Volendam (J. Markis, C. Reus en Oosterbaan) en IJmuiden (P. Wouden) niet langer in staat zijn gerookte vis te leveren. Hij vraagt daarom toestemming om zijn handelsvoorraad voortaan op de lokale Amsterdamse vismarkt in te kopen.

De brief bevat specifieke administratieve details die typerend zijn voor de gereguleerde economie van die tijd:
* Een persoonlijk vergunningsnummer (№ 424).
* Een registratienummer bij de 'Nederlandsche Visscherij Centrale' (№ 07995).
* De spelling is conform de toen geldende normen (bijv. "Visch", "koopen").

Historische Context

Dit document stamt uit april 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening en handel streng gereguleerd via een systeem van distributie en centrale organisaties.

De genoemde Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) werd door de bezetter ingesteld om de totale controle over de visserijsector en de visverwerking te verkrijgen. Handelaren waren verplicht zich hierbij aan te sluiten en moesten voor vrijwel elke wijziging in hun inkoopkanaal of toewijzing officiële toestemming vragen. Het feit dat leveranciers uit kustplaatsen als IJmuiden en Volendam niet meer konden leveren, kan duiden op de toenemende schaarste, vorderingen door de Wehrmacht, of beperkingen die de bezetter oplegde aan de visserij op de Noordzee en het IJsselmeer (Sperrgebiet).

De afzender woonde in de Soerabajastraat in de Indische Buurt (Amsterdam-Oost), een wijk die in 1942 zwaar getroffen werd door de anti-Joodse maatregelen, hoewel uit dit specifieke document niet direct de achtergrond van de schrijver blijkt, anders dan zijn beroep als vishandelaar.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6