Handgeschreven brief (vermoedelijk een kladverslag of kopie van een verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (vermoedelijk een kladverslag of kopie van een verzoekschrift). II
en daartoe mijne volste vertrouwen
in Ub stel. Nu nog eene andere
zaak in zake mijne werkzaamheden
is dat voor mij nog van korte duur
en krijg ik van mijne firma waar
ik voor gewerkt heeft de volle mede,,
werking voor mijne rechten in zake
mijne toewijzing, dit is dat.
gegroetent S.C. Marinus Jr.
Nu over over mijne broer H. Marinus
ik weet niet of het bij Ub in gedachten
komt maar Ub weet zeker nog niet als
dat hij ook slachtoffer van den oorlog is
geweest in zake dat hij heeft moeten
dienen als soldaat en zoodoende niet
zijne arbeid kon verrichten aan de visch.
Ik mag nu niet zeggen als dat hij al
jaren in de vishandel is maar de laatste
4 jaar was hij dat toch wel wat zeker
eenige van Ub heeren bekend is.
Wat ik nu niet begrijp is dat, dat Ub
heeren er ten volle tegen zijn om
hem, die toch bewijzen heeft dat hij de
vorige jaren 1939-40. aal betrokken heeft
en zelf gekocht heeft op verschillende vissersplaatsen
uit te sluiten van zijne recht in zake * Handschrift: Cursief, redelijk leesbaar maar met grillige verbindingen, typerend voor de eerste helft van de 20e eeuw.
* Spelling en grammatica: De tekst bevat diverse archaïsche spellingen zoals "mijne", "eene", "zoodoende" en "visch". Er zijn ook enkele grammaticale onzuiverheden en herhalingen ("over over", "dat, dat") die wijzen op een spontaan geschreven of informeel karakter. De term "Ub" wordt gebruikt als een formele aanspreekvorm (mogelijk een afkorting voor 'Ulieden' of 'Uw Edelheden').
* Kernboodschap: De briefschrijver, S.C. Marinus Jr., bepleit de belangen van zijn broer H. Marinus bij een commissie of bestuur. De broer wordt gepresenteerd als oorlogsslachtoffer omdat hij tijdens de mobilisatie/oorlog als soldaat moest dienen en daarom niet in de vishandel kon werken. De schrijver benadrukt dat zijn broer wel degelijk ervaring heeft (aalhandel in 1939-40) en vindt het onterecht dat hem bepaalde rechten of toewijzingen worden ontzegd. Dit document stamt waarschijnlijk uit de periode van de wederopbouw direct na de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In deze tijd moesten veel handelsvergunningen en visrechten opnieuw worden toegekend. Personen die door militaire dienst of andere oorlogsomstandigheden hun bedrijfsvoering hadden moeten staken, probeerden via dergelijke brieven hun eerdere rechten en status aan te tonen. De vermelding van "aal" (paling) suggereert een link met de IJsselmeer- of kustvisserij. De brief is een getuigenis van de bureaucratische nasleep van de oorlog op het individuele werkleven. H. Marinus S.C. Marinus