Getypte brief (doorslag), met handgeschreven aantekening.
Origineel
Getypte brief (doorslag), met handgeschreven aantekening. 26 juni 1942. Onbekende instantie (ondertekend door "De Directeur"), mogelijk een gewestelijk arbeidsbureau of een aanverwante overheidsdienst. [Handgeschreven in de bovenmarge:]
Verzonden 26/6
[Rechtsboven:]
VB/HB.
den Heer Directeur der Nederlandsche
Visscherijcentrale,
Jul. van Stolbergplein 3-4,
Den Haag.
[Links:]
46A/88/2 M.
[Rechts:]
26 Juni 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 25 April j.l. No.6799
Afd.V/Mu. Afd.Verdeeling, bericht ik U, dat na oproeping dezer-
zijds van de ouders van Vingerhoed bericht is ontvangen, dat hun
zoon afwezig is.
Ik heb de eer U te adviseeren het verzoek hiermede voor-
loopig als afgedaan te beschouwen.
De Directeur, De brief is een administratieve mededeling betreffende de mislukte oproeping van een persoon genaamd Vingerhoed. De kern van de boodschap is dat de ouders hebben verklaard dat hun zoon "afwezig is". In de ambtelijke taal van 1942 was dit een veelvoorkomende manier om aan te geven dat iemand niet aan een oproep (vaak voor de Arbeidseinsatz of verplichte tewerkstelling) kon of wilde voldoen.
Opvallend is de toon van de brief: de afzender adviseert om de zaak "voorloopig als afgedaan te beschouwen". Dit duidt op een bureaucratische afhandeling waarbij het dossier wordt gesloten omdat de persoon in kwestie simpelweg onvindbaar is voor de instanties. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. In juni 1942 nam de druk op de Nederlandse mannen om in Duitsland of voor de Duitse oorlogsindustrie te werken (de Arbeidseinsatz) sterk toe.
De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC), de geadresseerde, was een organisatie die in 1941 door de bezetter was opgericht om de gehele visserijsector strikt te controleren en te reguleren. Het is aannemelijk dat de heer Vingerhoed was opgeroepen voor werkzaamheden die gerelateerd waren aan de visserij of de voedselvoorziening onder toezicht van de NVC.
De melding dat hij "afwezig" was, kan erop duiden dat hij was ondergedoken om aan de tewerkstelling te ontsnappen, een handeling die naarmate de oorlog vorderde steeds vaker voorkwam. De brief illustreert hoe de bureaucratische machine van de bezetting probeerde vat te krijgen op de bevolking, maar ook waar deze machine vastliep op de (passieve) weerstand van burgers en hun families.