Handgeschreven brief op briefpapier van de firma.
Origineel
Handgeschreven brief op briefpapier van de firma. 27 april 1942. Firma B. Kat, Visch-, alikruiken-, ulken-, oesters- en mosselenhandel, Hippolytushoef (Wieringen). De Weled. Heer Directeur der Gemeente-Afslag te Amsterdam. [Briefhoofd:]
VISCH-, ALIKRUIKEN-, ULKEN-, OESTERS- EN MOSSELENHANDEL
FIRMA B. KAT
H.-HOEF - WIERINGEN
(HOLLAND)
INTERC. TELEFOON H.-HOEF No. 59 [doorgehaald]
TELEGRAM-ADRES KAT, HIPPOLYTUSHOEF
[Handgeschreven tekst:]
Inschrijven [linksboven genoteerd]
WIERINGEN, 27 April 1942
Den Weled. Heer Directeur der
Gem. Afslag te
Amsterdam.
Weled. Heer,
Inzake de vischvoorziening van Amsterdam hadden we
geschreven naar den Ned. Visscherij-Centrale of het niet
mogelijk was dat de Gem. Afslag te Amsterdam ons van
kisten voor paling en witvisch voorzag, doch de Centrale heeft
ons naar U verwezen.
Aan u is mijn beleefde, doch noodzakelijke vraag of U
ons geen kisten voor paling enz. kan zenden, opdat wij daarin
visch aan U kunnen leveren.
Wij hebben bijna geen materiaal meer, alles is
stuk en weg, bijkoopen kun je tegenwoordig niet, het hout
is erg schaars en schreeuwend duur.
Hopende dat U ons van materiaal zal kunnen
voorzien teekenen we met de meeste
Hoogachting
Fa. B. Kat * Toon en stijl: De brief is formeel en beleefd, maar de ondertoon is urgent. De schrijver benadrukt de noodzaak ("noodzakelijke vraag") en de penibele situatie van het bedrijf.
* Kernproblematiek: De firma Kat kan geen vis meer leveren aan Amsterdam omdat ze geen verpakkingsmateriaal (viskisten) meer hebben. Het bestaande materiaal is kapot of verloren gegaan, en vervanging is op de vrije markt onmogelijk.
* Economische situatie: De brief geeft een direct inkijkje in de materiaalschaarste tijdens de bezettingsjaren. Hout wordt omschreven als "erg schaars" en "schreeuwend duur", wat typerend is voor de oorlogseconomie van 1942 waarbij grondstoffen op rantsoen waren of simpelweg niet meer beschikbaar voor de civiele sector.
* Administratieve route: Er is sprake van een ambtelijke weg; de firma heeft eerst de landelijke instantie (de Nederlandsche Visscherij-Centrale) benaderd, die hen vervolgens heeft doorverwezen naar de lokale afnemer (de Gemeentelijke Visafslag Amsterdam). Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog. In 1942 was de schaarste in Nederland in bijna alle sectoren voelbaar. De visserijsector stond onder streng toezicht van de bezetter via de 'Rijks- of Nederlandsche Visscherij-Centrale', die de distributie en prijzen controleerde om de voedselvoorziening (en de export naar Duitsland) te reguleren.
Wieringen was een cruciaal centrum voor de paling- en witvisvisserij. Het feit dat een exporteur uit een visrijk gebied als Wieringen de hulp moet inroepen van een afnemer in Amsterdam voor zoiets basaals als transportkisten, illustreert de totale ontregeling van de logistieke ketens in die tijd. Zonder de kisten van de afnemer kwam de voedselstroom naar de stad letterlijk stil te liggen. B. Kat