Archief 745
Inventaris 745-381
Pagina 204
Dossier 44
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

16 juli 1942. Van: Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar van de visserij- of marktafdeling), kenmerk vD/HB. Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (Alhier).

Origineel

16 juli 1942. Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar van de visserij- of marktafdeling), kenmerk vD/HB. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (Alhier). [Linksboven:] 46A/120/3 M.
[Rechtsboven:] 16 Juli 1942.

[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 16/7

[Helemaal rechtsboven, handgeschreven namen/notities:]
M. Sieburgh
M. Muller
Inspecteurs
t.k.
vD/HB.

[Onderwerp in linker marge:]
Afslagpercentage voor gepelde en ongepelde garnalen.

[Adressering:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Body tekst:]
Bij brief van den Burgemeester d.d. 2 October 1941 No. 921 L.M.1941 werd ik gemachtigd, zulks in afwijking van het in de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats-en ventgelden opgenomen afslaggeld van 5 %, om voor aal en zoetwatervisch, welke door de Gemeentelijke Vischmarkt onder de kleinhandelaren worden verdeeld een percentage van 2 % te heffen. Sedert 18 Mei 1942 worden ook de voor Amsterdam bestemde ongepelde en gepelde [handgeschreven tussenvoeging: garnalen] door de Vischmarkt verdeeld, waarvan tot nu toe het in de Verordening voorgeschreven afslagpercentage van 5 % is geheven(vide mijn brief d.d. 8 Mei j.l. No.46A/4/24 M.). Thans is gebleken, dat de winstmarge zoowel voor ongepelde als voor gepelde garnalen niet zoodanig is, dat bovengenoemd percentage van de grossiers-inzenders geheven kan blijven, reden waarom de Nederlandsche Visscherij centrale heeft verzocht voor deze garnalen het afslaggeld ook op 2 % te stellen. De grossiers betalen aan de pellerijen per 5 pond ongepelde garnalen f 5,50, terwijl de maximumprijs van deze garnalen gepeld op den gemeentelijken afslag bedraagt f 6,25. De winstmarge voor 5 pond gepelde garnalen bedraagt derhalve 75 cent; daarvan moet betaald worden gemiddeld 10 cent vrachtkosten en wanneer 5 % wordt geheven 31 cent afslaggeld; het overblijvende is dan te gering om de kosten der grossiers te dekken en nog eenige winst over te houden.

Voor de ongepelde garnalen is de situatie zoodanig, dat de grossiers inkoop moeten betalen f 0,39 per kg; de vracht per kg. bedraagt f 0,10; algemeene kosten f 0,01, terwijl bij een heffing van 5 % afslaggeld f 0,03 moet worden betaald aan de Gemeente; de grossier mag maximaal verkoop maken f 0,55 per kg., zoodat slechts f 0,02 per kg. bruto winst overblijft waaruit alle risico's(waarvan bederf bij warm weer de voornaamste is) moeten worden bestreden. Aangezien de aanvoeren momenteel in verband met de oliepositie zeer gering zijn, is het zenden van garnalen met de huidige kosten niet zeer aantrekkelijk; de Nederlandsche Visscherijcentrale verwacht dan ook, bij verlaging van het afslaggeld, een ruimeren aanvoer naar Amsterdam, hetgeen van belang is voor de voedselvoorziening.

Ik moge U derhalve beleefd verzoeken te willen bevorderen, dat ik bij Besluit van den Burgemeester wordt gemacht- [einde pagina] In deze brief wordt gepleit voor een belastingverlaging (afslaggeld) op garnalen in Amsterdam. De kern van het argument is puur economisch: door de combinatie van vaste inkoopprijzen bij pellerijen, stijgende onkosten (zoals vracht) en door de overheid vastgestelde maximale verkoopprijzen, blijft er voor de groothandel (grossiers) vrijwel geen winstmarge over.

De schrijver onderbouwt dit met een gedetailleerde rekensom:
1. Gepelde garnalen: Op 5 pond blijft na aftrek van vracht en de huidige 5% belasting slechts 34 cent over voor de grossier.
2. Ongepelde garnalen: Hier is de marge nog nijpender. Er blijft slechts 2 cent bruto winst per kilo over, wat onvoldoende is om risico's zoals bederf te dekken.

De conclusie is dat de huidige regeling de aanvoer van garnalen naar de stad belemmert. Verlaging van de heffing naar 2% (gelijk aan die voor aal en zoetwatervis) zou de handel weer rendabel maken en de voedselvoorziening in de stad verbeteren. De brief dateert uit juli 1942, een periode waarin Nederland zuchtte onder de Duitse bezetting. De context van de oorlog is duidelijk merkbaar in de tekst:

  • Voedselvoorziening: Dit was een cruciaal beleidsterrein tijdens de bezetting. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" hield toezicht op de distributie en betaalbaarheid van voedsel in een tijd van toenemende schaarste.
  • Oliepositie: De brief noemt de "geringe aanvoer in verband met de oliepositie". Dit verwijst naar de ernstige brandstoftekorten tijdens de oorlog. Vissersschepen konden minder uitvaren en transport over land werd duurder en moeizamer door gebrek aan benzine en diesel.
  • Centrale aansturing: De vermelding van de "Nederlandsche Visscherijcentrale" duidt op de gecentraliseerde, door de bezetter gecontroleerde organisatie van de economie (de gelijkschakeling), waarbij marktwerking was vervangen door strakke prijscontroles en regels.
  • Bestuur: De uiteindelijke beslissingsbevoegdheid lag bij de Burgemeester (in 1942 was dit in Amsterdam de pro-Duitse Edward Voûte), wat de autoritaire bestuursstructuur van die tijd weerspiegelt.

Samenvatting

In deze brief wordt gepleit voor een belastingverlaging (afslaggeld) op garnalen in Amsterdam. De kern van het argument is puur economisch: door de combinatie van vaste inkoopprijzen bij pellerijen, stijgende onkosten (zoals vracht) en door de overheid vastgestelde maximale verkoopprijzen, blijft er voor de groothandel (grossiers) vrijwel geen winstmarge over.

De schrijver onderbouwt dit met een gedetailleerde rekensom:
1. Gepelde garnalen: Op 5 pond blijft na aftrek van vracht en de huidige 5% belasting slechts 34 cent over voor de grossier.
2. Ongepelde garnalen: Hier is de marge nog nijpender. Er blijft slechts 2 cent bruto winst per kilo over, wat onvoldoende is om risico's zoals bederf te dekken.

De conclusie is dat de huidige regeling de aanvoer van garnalen naar de stad belemmert. Verlaging van de heffing naar 2% (gelijk aan die voor aal en zoetwatervis) zou de handel weer rendabel maken en de voedselvoorziening in de stad verbeteren.

Historische Context

De brief dateert uit juli 1942, een periode waarin Nederland zuchtte onder de Duitse bezetting. De context van de oorlog is duidelijk merkbaar in de tekst:

  • Voedselvoorziening: Dit was een cruciaal beleidsterrein tijdens de bezetting. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" hield toezicht op de distributie en betaalbaarheid van voedsel in een tijd van toenemende schaarste.
  • Oliepositie: De brief noemt de "geringe aanvoer in verband met de oliepositie". Dit verwijst naar de ernstige brandstoftekorten tijdens de oorlog. Vissersschepen konden minder uitvaren en transport over land werd duurder en moeizamer door gebrek aan benzine en diesel.
  • Centrale aansturing: De vermelding van de "Nederlandsche Visscherijcentrale" duidt op de gecentraliseerde, door de bezetter gecontroleerde organisatie van de economie (de gelijkschakeling), waarbij marktwerking was vervangen door strakke prijscontroles en regels.
  • Bestuur: De uiteindelijke beslissingsbevoegdheid lag bij de Burgemeester (in 1942 was dit in Amsterdam de pro-Duitse Edward Voûte), wat de autoritaire bestuursstructuur van die tijd weerspiegelt.

Gerelateerde Documenten 6