Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 26 mei 1942 (verzonden 27 mei 1942). De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke marktinstantie). De Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale, Den Haag. [Handgeschreven notitie rechtsboven:]
W. Müller
Kuperman [onzeker]
HB.
[Handgeschreven notitie linksboven:]
Verzonden 27/5
[Getypte tekst:]
den heer Directeur der Nederlandsche
Visscherijcentrale,
Julv. Stolbergplein 3-4,
Den Haag.
46A/128/2 M. 26 Mei 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 6 dezer No. 7825
afd.Pr/Kr., bevestig ik U hierbij de op 19 dezer telefonisch met
U gemaakte afspraak, dat de inhouding van f 0,02 per ½ kg vracht-
vergoeding van de koopers op de Vischmarkt zal worden gesplitst in
f 0,01½ inhouding voor vrachtvergoeding aan de
groothandelaren-inzenders.
f 0,00½ inhouding ter bestrijding diverse extra
onkosten van de Gemeentelijke
Vischmarkt, verbonden aan de ver
deeling der visch aan de klein-
handelaren.
Uit laatstgenoemd fonds zullen onder andere worden betaald de
vergoedingen aan deskundigen, welke speciaal moeten worden aange-
steld voor de verdeeling van aal; de extra kosten voor het schoon-
houden van het halgebouw en dergelijke.
De Directeur, Deze brief dient als formele bevestiging van een telefonische afspraak over de financiële afwikkeling van vishandel-heffingen. Er is sprake van een verplichte inhouding van 2 cent per halve kilo vis bij de kopers. Dit bedrag wordt opgesplitst: driekwart (1,5 cent) gaat naar de groothandelaren voor transportkosten, en een kwart (0,5 cent) vloeit naar de Gemeentelijke Vischmarkt voor operationele kosten. Specifiek worden de kosten voor "aaldDeskundigen" en de schoonmaak van de markthal genoemd als bestemmingsdoelen voor dit fonds. De brief illustreert de nauwkeurige administratieve controle op prijsvorming en onkostenvergoedingen binnen de visserijsector. Het document dateert van mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en handel streng gereguleerd door centrale instanties. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een orgaan dat door de bezetter was ingesteld (of voortgezet vanuit vooroorlogse crisiswetgeving) om de totale visserijsector te controleren, van vangst tot distributie. De vestiging aan het Juliana van Stolbergplein in Den Haag was het zenuwcentrum van deze bureaucratie. Dergelijke gedetailleerde afspraken over fracties van centen per kilo wijzen op de strakke regie en de schaarste-economie van de oorlogsjaren, waarbij elke marge en onkostenpost door de overheid werd vastgelegd.