Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). Een niet nader genoemde "Inspecteur". Wilt U. Mijnheer de Inspecteur hierin
een uitzondering maken en mij ook inschakelen
wat niet meer dan gerecht is, want ik moet toch
leven en wij willen toch op nationaal socialistische
basis gaan werken en leven nietwaar.
Ik verzoek U nu vriendelijk om U welwillende
medewerking en mijn dank in vooruit.
Hoogachtend.
J. Stegmeijer
Weesperstraat No. 8 * Inhoud: De schrijver, J. Stegmeijer, richt een dringend verzoek tot een inspecteur om een uitzondering voor hem te maken en hem te "inschakelen" (mogelijk in een werkverschaffingsproject, een specifieke overheidsdienst of een distributieregeling).
* Argumentatie: Het verzoek wordt onderbouwd met twee argumenten: een pragmatisch argument ("want ik moet toch leven") en een ideologisch argument ("wij willen toch op nationaal socialistische basis gaan werken en leven").
* Toon: De toon is onderdanig doch dwingend. De retorische toevoeging "nietwaar" aan het einde van de ideologische verklaring suggereert dat de schrijver verwacht dat de inspecteur dezelfde waarden deelt, of in ieder geval de nieuwe orde erkent.
* Paleografie: Het handschrift is een vlot, enigszins slordig krulschrift uit het midden van de 20e eeuw. De spelling "vooruit" (met dubbele o) en het gebruik van "nationaal socialistische" zijn typerend voor de periode. Dit document is een treffend voorbeeld van de manier waarop burgers tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) probeerden hun positie te verbeteren door zich te beroepen op de nationaalsocialistische ideologie. De term "inschakelen" was in die tijd een beladen woord, vaak gebruikt in de context van de 'Gelijkschakeling' of de inzet van arbeidskrachten voor de bezetter of collaboreerde instanties.
De adresvermelding "Weesperstraat No. 8" is historisch pikant: de Weesperstraat in Amsterdam vormde het hart van de Joodse buurt. Tijdens de bezetting vonden hier grootschalige deportaties plaats en werden veel woningen 'vrijgemaakt' en vervolgens toegewezen aan NSB-leden of anderen die loyaal waren aan het regime. Het is zeer aannemelijk dat de schrijver van deze brief probeert te profiteren van de nieuwe politieke realiteit om werk of middelen van bestaan te verwerven. J. Stegmeijer U. Mijnheer NSB