Archief 745
Inventaris 745-381
Pagina 338
Dossier 44
Jaar 1942
Stadsarchief

Officiële kennisgeving/strafbeschikking.

13 mei 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Vischmarkt Amsterdam). Aan: Den Heer S.C. Marinus, Noordermarkt 6 III, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Officiële kennisgeving/strafbeschikking. 13 mei 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Vischmarkt Amsterdam). Den Heer S.C. Marinus, Noordermarkt 6 III, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven, linksboven:] Verzonden 13/5
[Handgeschreven, rechtsboven:] Inspecteur
[Handgeschreven, rechts van het adres:] Vermeld bij... [onleesbaar, mogelijk een dossiernummer of paraaf]

HG.

den Heer S.C. Marinus,
Noordermarkt 6 III,
Amsterdam-Centrum.

Wijk 9.

46A/146/4 M.
13 Mei 1942.

Mij is gerapporteerd, dat U op 12 Mei jl. de goede orde
op de Vischmarkt hebt verstoord.
In verband met dit feit heb ik U, ingevolge het bepaalde
in artikel 14 van het Reglement op den Afslag op de Vischmarkt, ge-
straft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor
den tijd van veertien dagen, terwijl ik aan den Burgemeester de
vraag ter beoordeeling heb voorgelegd of U voor langeren termijn be-
hoort te worden uitgesloten.

/namelijk van 18 tot en met 31 Mei a.s.,
De Directeur, Het document is een zakelijke en dwingende administratieve brief waarin een sanctie wordt opgelegd aan een particulier, de heer S.C. Marinus. De kern van de zaak is een incident op 12 mei 1942, waarbij de "goede orde" op de vismarkt zou zijn verstoord.

De directeur van de markt maakt gebruik van zijn bevoegdheid onder Artikel 14 van het geldende reglement om de betrokkene voor twee weken (18 t/m 31 mei) de toegang te ontzeggen. Opmerkelijk is de escalatie: de directeur heeft de zaak tevens voorgelegd aan de burgemeester om te laten bepalen of een langduriger verbod noodzakelijk is. Dit duidt op een ernstige opvatting van de verstoring of op een beleid van strikte handhaving in die periode.

De taal is formeel-ambtelijk, kenmerkend voor de vroege jaren '40, inclusief de toenmalige spelling ("Vischmarkt"). Het document dateert van mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode stonden openbare ruimtes en markten onder streng toezicht. De voedselvoorziening was precair en de handel op markten was strikt gereguleerd door middel van distributie en prijsbeheersing.

Verstoringen van de "goede orde" op een markt konden in deze context variëren van eenvoudige ruzies en zwartmarkthandel tot uitingen van onvrede over de schaarste of zelfs kleine daden van verzet. Het feit dat de burgemeester (destijds de door de Duitsers aangestelde E.J. Voûte) betrokken wordt bij een besluit over een marktverbod, onderstreept hoe nauwlettend de autoriteiten toezagen op het handhaven van de rust in de stad. De Noordermarkt, waar de ontvanger woonde, ligt in de Jordaan, een wijk die bekend stond om zijn soms roerige reacties op de bezettingsmaatregelen.

Samenvatting

Het document is een zakelijke en dwingende administratieve brief waarin een sanctie wordt opgelegd aan een particulier, de heer S.C. Marinus. De kern van de zaak is een incident op 12 mei 1942, waarbij de "goede orde" op de vismarkt zou zijn verstoord.

De directeur van de markt maakt gebruik van zijn bevoegdheid onder Artikel 14 van het geldende reglement om de betrokkene voor twee weken (18 t/m 31 mei) de toegang te ontzeggen. Opmerkelijk is de escalatie: de directeur heeft de zaak tevens voorgelegd aan de burgemeester om te laten bepalen of een langduriger verbod noodzakelijk is. Dit duidt op een ernstige opvatting van de verstoring of op een beleid van strikte handhaving in die periode.

De taal is formeel-ambtelijk, kenmerkend voor de vroege jaren '40, inclusief de toenmalige spelling ("Vischmarkt").

Historische Context

Het document dateert van mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode stonden openbare ruimtes en markten onder streng toezicht. De voedselvoorziening was precair en de handel op markten was strikt gereguleerd door middel van distributie en prijsbeheersing.

Verstoringen van de "goede orde" op een markt konden in deze context variëren van eenvoudige ruzies en zwartmarkthandel tot uitingen van onvrede over de schaarste of zelfs kleine daden van verzet. Het feit dat de burgemeester (destijds de door de Duitsers aangestelde E.J. Voûte) betrokken wordt bij een besluit over een marktverbod, onderstreept hoe nauwlettend de autoriteiten toezagen op het handhaven van de rust in de stad. De Noordermarkt, waar de ontvanger woonde, ligt in de Jordaan, een wijk die bekend stond om zijn soms roerige reacties op de bezettingsmaatregelen.

Gerelateerde Documenten 6