Archiefdocument
Origineel
30 juli 1942. Nederlandsche Visscherijcentrale, Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage. Den Heer Directeur van den Gemeentelijken Vischafslag te Amsterdam. [Briefhoofd]
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
ADELHEIDSTRAAT 300 - 'S-GRAVENHAGE
POSTGIROREKENING 245271 - TELEGRAMADRES: NEDVISCEN - TELEFOON 720080 - INTERCOMM. XX
VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE EN VISCHVERVOER TELEFOON 720060, TOESTEL 674, EN 722641
[Linkerkolom]
AfD. Verd.
Betreffende uitsluiting.
Bericht op schrijven van [leeg]
Bij antwoord vermelden:
No. 16958/V/Pe.
Bijlagen 1 stuks, t.w.:
afschrift schrijven
A.Hendriks.
[Rechtsboven]
'S-GRAVENHAGE, 30 Juli 1942.
[Stempel:] No 46A/327/51 M. 1942 31/7
[Adres]
Den Heer Directeur van den
Gemeentelijken Vischafslag te
AMSTERDAM.-
[Middenstempel]
NO 460/158/3 M. 1942 31/7
[Brieftekst]
Onder toezending van een afschrift van een
schrijven van A.Hendriks, Nieuwe Teertuinen 5 hs. te
Uwent, verzoeken wij U ons te willen mededeelen, of
deze persoon door U is uitgesloten van het betrekken
van visch aan den Gemeentelijken Vischafslag.
Dezerzijds werden geen maatregelen tegen hem
genomen.
[Ondertekening]
p/o NEDERLANDSCHE VISCHERIJCENTRALE,
[Handtekening onleesbaar]
[Linksonder]
Go.
[Annotaties rechterzijde]
[Handgeschreven paraaf met datum:] 31/8
[Handgeschreven tekst:] V.B. met de stukken [?]
[Voetregel]
(A) 23377 - '42 - K 983 Dit document is een formele brief van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) aan de directeur van de visafslag in Amsterdam. De kern van de correspondentie is een verificatievraag over de status van de heer A. Hendriks, woonachtig aan de Nieuwe Teertuinen 5hs in Amsterdam.
De NVC heeft blijkbaar een schrijven van Hendriks ontvangen (waarschijnlijk een bezwaar of klacht over zijn situatie) en vraagt nu aan de lokale visafslag of Hendriks door hen is uitgesloten van de handel. De NVC benadrukt expliciet dat zij zelf ("dezerzijds") geen beperkende maatregelen tegen de man hebben getroffen. De administratieve stempels met de datum 31 juli 1942 en de handgeschreven paraaf van een maand later (31 augustus) wijzen op een actieve behandeling van het dossier gedurende de zomer van 1942. De brief dateert uit juli 1942, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. De Nederlandsche Visscherijcentrale was in deze periode het overkoepelende orgaan dat de visserijsector reguleerde, vallend onder de Rijksbureaus voor de Voedselvoorziening.
In oorlogstijd was de distributie van voedsel, waaronder vis, strikt gereguleerd en gecentraliseerd om de schaarste te beheersen en de bezetter van voorraden te voorzien. Uitsluiting van de visafslag kwam in feite overeen met een beroepsverbod voor een vishandelaar. Dergelijke maatregelen konden worden opgelegd wegens overtredingen van de distributiewetten (zoals zwarte handel), maar werden soms ook politiek ingezet. De vraag van de NVC suggereert een bureaucratisch proces waarbij getoetst wordt op welk niveau (lokaal of nationaal) sancties tegen individuele handelaren waren opgelegd.